Mozes en Aäronkerk: Waterstaat zegent de Waterloopleinmarkt

Koning Willem I had graag controle over de kerkbouw. De staat financierde voor een deel de bouw van nieuwe kerkgebouwen, maar deze kwamen tot stand onder supervisie van het ministerie van Waterstaat.

Op deze manier ontstond er een heel leger aan ‘Waterstaatskerken’ in ons land. Hoewel deze in bouwstijl zeer verschillend kunnen zijn, overheerste de neoclassicistische architectuur, waarvan de Mozes en Aäronkerk aan het Waterlooplein een goed voorbeeld is. Evenals de Posthoornkerk is de Mozes en Aäronkerk van oorsprong een katholieke schuilkerk. In de eerste helft van de negentiende eeuw, toen katholieken gaandeweg hun rechten terugkregen, bouwde men een imposant kerkgebouw over de bestaande schuilkerk heen. In 1841 werd de Sint Antonius van Paduakerk, zoals de kerk officieel heet, ingewijd.

De Leprozengracht met de Mozes en Aäronkerk voor de demping in 1882

De Leprozengracht met de Mozes en Aäronkerk voor de demping in 1882. Beeld: Stadsarchief Amsterdam.

Gelijkstelling van kerkgenootschappen

De idealen van de Franse Verlichting vonden hun uitwerking in de eerste grondwet van Nederland, ten tijde van de Bataafse Republiek (1795-1801). Hierin werd bepaald dat voortaan alle kerkgenootschappen gelijk werden gesteld. Formeel kwam er een einde aan de protestantse hegemonie. Hoewel katholieken vanaf die tijd het recht hadden om een eigen godshuis te bouwen, gebeurde dit slechts mondjesmaat. Pas halverwege de negentiende eeuw kwam de katholieke kerkenbouw pas echt op gang, omdat slechts weinig van de oorspronkelijk katholieke kerken door de hervormden werden teruggegeven. Ter compensatie kwam er een regeling dat de staat de nieuwbouw van katholieke kerken zou financieren.

Waterstaatskerken

Met deze regeling probeerde koning Willem I alle religies onder staatstoezicht te stellen. Bij Koninklijk Besluit van 1824 werd bepaald dat kerken alleen onder toezicht van het Ministerie van Waterstaat gebouwd (of verbouwd) mochten worden. Ingenieurs van Waterstaat controleerden het ontwerp en de bouw van de kerken. Hoewel er formeel geen eisen aan het uiterlijk werden gesteld, bouwde men in de praktijk voornamelijk in een neoclassicistische stijl. Vandaar dat men wel eens spreekt van een ‘Waterstaatsstijl’, hoewel dit feitelijk gezien onjuist is. Dat het neoclassicisme overheerste, heeft meer te maken met de mode uit die tijd. In heel Europa bouwde men kerken en publieke gebouwen bij voorkeur in deze klassieke stijl. In 1868 werd het toezicht van het rijk op de kerkbouw afgeschaft en begon de glorietijd van de neogotische kerkenbouw van Pierre Cuypers en zijn navolgers.

 

Sint Josephkerk te Haarlem: een goed voorbeeld van een zogenaamde Waterstaatskerk

Sint Josephkerk te Haarlem: een goed voorbeeld van een zogenaamde Waterstaatskerk. Beeld: Wikimedia Commons

Klassieke tempel

Ook de Vlaamse architect van de Mozes en Aäronkerk, Tilleman Francois Suys (1783-1861) koos voor een neoclassicistische vormentaal. Suys was zowel hofarchitect van koning Willem I als van Koning Leopold I van België en had vijf jaar in Rome gewoond om de klassieke architectuur te bestuderen. Zijn stijlvoorkeur is goed te zien in het ontwerp van de ‘Mozes en Aäron’ met zijn klassieke tempelfronton en statige zuilen. Een dergelijk klassiek aandoende kerk zou men eerder in Rome dan in Amsterdam hebben verwacht. Al gauw kreeg de kerk de bijnaam ‘De tempel van Zeus/Suys’. Van binnenin doet de kerk juist erg barok aan. Dit komt doordat men het oude hoofdaltaar uit de schuilkerk in aangepaste vorm heeft hergebruikt. In dezelfde trant ontwierp Suys de twee zijaltaren.

 

Mozes en Aaronkerk (voorgevel)

Mozes en Aaronkerk (voorgevel). Beeld: Wikimedia Commons

Zegenende Christus

Op het timpaan (de driehoek) staat een houten Christusbeeld met een kruis en wereldbol in zijn handen, een zegenend gebaar makend. Onder het beeld, midden in het fronton is het wapen van de Franciscanen aangebracht, te herkennen aan de armen met kruis en bijbel. Boven de ingang staat Franciscus van Assisi met crucifix, de patroonheilige van de Franciscaner orde. De Latijnse tekst op het timpaan weet de geschiedenis van de kerk in twee regels samen te vatten: Wat eeuwenlang onder het teken van Mozes en Aäron stond, is nu vernieuwd en als een nog roemrijker tempel de Verlosser toegewijd.
Wie om de kerk heenloopt, loopt letterlijk terug in de tijd. In de blinde achtergevel ziet men boven de rechter en linker deur twee gevelstenen met de beeltenissen van Mozes en Aäron. Ze komen uit de oorspronkelijke zeventiende-eeuwse huizen die hier aan de Jodenbreestraat hebben gestaan. Vanuit de huizen “Moyses en Aäron” begonnen de Franciscanen met hun schuilkerk.

Katholieken hoeven al lang niet meer te schuilen in deze stad. Het witte Christusbeeld op het timpaan zegent elke dag de kooplui en bezoekers van de bekendste vlooienmarkt van het land, zonder dat iemand hier raar van opkijkt.

Klik hier om terug te keren naar het route-overzicht.

Publicatiedatum: 02/10/2013