De revolutie van november 1813

Nederland zuchtte sinds 1795 onder het Franse juk, de laatste jaren als onderdeel van het keizerrijk van Napoleon. In de loop van 1813 kwam het einde in zicht. Als de soldaten van Napoleon op 14 november in het holst van de nacht de stad hebben verlaten, steekt een groepje Amsterdammers de volgende avond de douanehuisjes in brand.

De revolutie blijkt van te voren goed geënsceneerd te zijn, in Den Haag nog wel. Het oproer is de start van een keten van gebeurtenissen die uitmondt in de stichting van het Koninkrijk der Nederlanden.

Lont in het kruitvat

“Het was des avonds te zes uren dat de eerste steen gelegd wierd tot het Koningrijk der Nederlanden, met het in brand steken van het douanehuisje en dat van de vereenigde regten aan de Nieuwe Brug staande.” Voormalig zeeofficier Job Seaburne May (1765-1827) meldt het trots in zijn Gedenkschrift waarin hij twee jaar later verslag doet van zijn aandeel in de gebeurtenissen van november 1813. Hij was de man die de heren in Den Haag hadden uitgekozen om de lont in het Amsterdamse kruitvat te steken. Het plan was gesmeed in de kring rond de Oranjegezinde edelman Gijsbert Karel van Hogendorp, later bekend geworden als de ‘grondlegger’ van het koninkrijk. Als het aan Van Hogendorp lag, zou Nederland zijn onafhankelijkheid terugkrijgen onder de vleugels van het Huis van Oranje-Nassau.

 

Het verbranden van de douanehuisjes in Amsterdam op 15 november 1813, anonieme tekenaar

Het verbranden van de douanehuisjes in Amsterdam op 15 november 1813, anonieme tekenaar Foto: Rijksmuseum, Amsterdam

Bijltjes’ van Kattenburg

Het oproerige volk van Amsterdam zou de weg moeten plaveien voor een terugkeer van een Oranje-vorst. In het bijzonder was een rol wegglegd voor de vanouds Oranjegezinde scheepstimmerlieden van Kattenburg. Dit ruige werkvolk heette de ‘Bijltjes’, sinds mensenheugenis zo genoemd vanwege hun gereedschap. De van oorsprong Engelse zeeofficier Job Seaburne May vormde de verbindende schakel tussen de Haagse edelman Hogendorp en de ‘Bijltjes’. May stond in de stad bekend als anti-Frans en had goede contacten op Kattenburg. Zijn eigen grootvader was in de eerste helft van de 18de eeuw vanuit Engeland naar Amsterdam gekomen om er te gaan werken als scheepstimmerman.

 

November 1813: revolutie in de straten Amsterdam

November 1813: revolutie in de straten Amsterdam Foto: Collectie Amsterdam Museum

Mikpunt van woede

De ‘revolutie’ begon aan de kop van het Damrak bij de Nieuwe Brug. Het eerste doelwit was het huisje van de Franse douane dat daar stond, een van de velelangs het toen nog open IJ. Franse douaneambtenaren controleerden vanuit deze wachtposten of er geen smokkelwaar werd in- of uitgevoerd. Voor veel Amsterdammers belichaamden de huisjes het Continentaal Stelsel waarmee Napoleon sinds 1806 zijn aartsvijand Engeland door een economische blokkade op de knieën hoopte te krijgen. De Amsterdamse economie leed zwaar onder die blokkade en de douane was in de stad zeer gehaat. Een beter mikpunt voor de volkswoede was er niet.

Gestuurde Oranjerevolte

De volgende dag waren de overgebleven douanehuisjes verder langs het IJ aan de beurt. Die 16de november liep het in delen van de stad behoorlijk uit  de hand. ’s Morgens werd het huis van een belastingontvanger op de Prinsengracht door woedend volk leeg gehaald, later waren Franse overheidsgebouwen in de buurt van Rokin en Oude Turfmarkt het doelwit.
De Amsterdamse ‘revolutie’ van november 1813 was meer een ontlading van volkswoede dan een echte opstand. Een oproer van het door armoede gekwelde volk, dat na het wegvallen van het Franse gezag door de elite verwacht en gevreesd werd. Ook elders in Nederland waren ernstige ongeregeldheden. Job Seaburne May was de man die het Amsterdamse oproer in opdracht van Van Hogendorp zoveel mogelijk in de hand moest zien te houden en te sturen in de richting van een Oranjerevolte, voor zover dat al niet vanzelf ging.

 

Aankomst van de prins van Oranje op het strand van Scheveningen

Aankomst van de prins van Oranje op het strand van Scheveningen Foto: Rijksmuseum Amsterdam

Prins wordt Koning

De gebeurtenissen in Amsterdam waren van betekenis in de aanloop naar de vestiging van het Koninkrijk der Nederlanden. Op 21 november trad het ‘Algemeen Bestuur’ van het nieuwe Nederland aan, waarna maatregelen werden getroffen om de prins van Oranje – de latere koning Willem I – uit Engeland naar het vaderland te halen. Op 30 november 1813 landde de prins op het strand van Scheveningen. Op 2 december werd de prins in Amsterdam uitgeroepen tot Soeverein Vorst. Bij de intocht liepen de scheepstimmerlieden van Kattenburg hem met vaandels tegemoet bij de Haarlemmerpoort. Ze zongen: “Leve Willem de Eerste, onze soeverein / De Prins moet Koning van Holland zijn.” De ’Bijltjes’ van Amsterdam konden tevreden zijn: zij hadden de eerste steen voor het toekomstig koninkrijk gelegd.

Dit verhaal is een verkorte versie van een artikel geschreven door Niels Wisman en gepubliceerd in Ons Amsterdam, oktober 2013

Publicatiedatum: 28/11/2013