Het Trippenhuis: krap behuisde voorloper van het Rijksmuseum

Het ontstaan van de ‘nationale schatkamer van Nederland’, het Rijksmuseum, is voor een groot deel te danken aan de broer van keizer Napoleon, koning Lodewijk Napoleon. De voorloper van dit museum, De Nationale Kunst-Galerij, opende ten tijde van de Bataafse Republiek haar deuren in het door de patriotten geconfisqueerde Huis ten Bosch. Lodewijk Napoleon breidde deze collectie flink uit en verhuisde het inmiddels tot "Koninklijk Museum" omgedoopte instituut naar Amsterdam. De collectie werd in twee kamers van het Koninklijk Paleis op de Dam aan het publiek getoond. Na de machtswisseling bracht Koning Willem I dit museum onder in het statige Trippenhuis aan de Kloveniersburgwal, tezamen met de Koninklijke Academie. Aan de krappe en rommelige behuizing van het museum kwam pas een einde bij de opening van het nieuwe Rijksmuseumgebouw in 1885, destijds aan de rand van de stad. 

Breedste huis van de stad

Het statige Trippenhuis aan de Kloveniersburgwal werd in opdracht van de gebroeders Hendrick en Louis Trip tussen 1660 en 1662 gebouwd. Architect Justus Vingboons ontwierp een monumentaal stadspaleis opgetrokken uit een classicistische zandstenen pilastergevel. Lange tijd gold het Trippenhuis met zijn zeven traveeën (geveldeel) als het breedste en rijkste woonhuis van de stad. Hun fortuin hadden de gebroeders verdiend in de wapenhandel en de handel in ijzer, koper en hout uit Zweden. Diverse ornamenten op de gevel verwijzen naar de wapenhandel en de vrede – die dankzij de wapens van de gebroeders kon worden afgedwongen. Aan het begin van de 19de eeuw kocht de Staat het Trippenhuis voor de huisvesting van het Koninklijk Instituut van Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten.

Het Trippenhuis aan de Kloveniersburgwal te Amsterdam (1865-1870)

Beeld: Stadsarchief Amsterdam. Link:http://beeldbank.amsterdam.nl/afbeelding/010018000054

Het Trippenhuis aan de Kloveniersburgwal te Amsterdam (1865-1870)Het Trippenhuis aan de Kloveniersburgwal te Amsterdam (1865-1870)

Koninklijk Museum

In 1806 maakte Napoleon een einde aan de Bataafse Repbuliek en voegde hij Nederland toe aan het Franse keizerrijk. Zijn broer Lodewijk Napoleon benoemde hij tot koning. Een van de eerste decreten die Lodewijk bekrachtigde was de oprichting van een Koninklijk Museum in Amsterdam. Dit museum was een voortzetting van de Nationale Konst-Galerij, gevestigd in het Huis ten Bosch in Den Haag. De schilderijen die oorspronkelijk afkomstig waren uit de paleizen van de Oranje stadhouders vormden de basis voor deze collectie. Het Koninklijk Museum vond in de hoofdstad onderdak in het Koninklijk Paleis op de Dam. De collectie schilderijen, waaronder de Nachtwacht en Staalmeesters van Rembrandt werden getoond in twee vertrekken in het door Lodewijk Napoleon omgebouwde stadhuis van Amsterdam totdat een betere huisvesting werd gevonden. In de jaren daarna ontpopte Lodewijk Napoleon zich tot een fervent verzamelaar en kocht hij een aantal belangrijke collecties aan voor het nationale museum naar Frans model.

Inrichting van het Rijks Museum in het Trippenhuis (1865-1870)

Beeld: Stadsarchief Amsterdam. Link:http://beeldbank.amsterdam.nl/afbeelding/010018000054

Inrichting van het Rijks Museum in het Trippenhuis (1865-1870)Inrichting van het Rijks Museum in het Trippenhuis (1865-1870)

Rijks Museum

Na de verdrijving van de Fransen en de terugkeer van Willem I als Souverein Vorst der Verenigde Nederlanden brak er een nieuwe episode aan voor het nationale museum. De collectie kreeg een nieuwe huisvesting in het Trippenhuis waar sinds 1808  het Instituut voor Wetenschap zetelde. Het in twee woonhuizen verdeelde Trippenhuis werd na een verbouwing bij elkaar gevoegd, waardoor op de eerste en tweede verdieping ruime museumzalen kwamen. In 1817 waren verbouwing en inrichting voltooid en opende het onder de nieuwe naam ‘Rijks Museum’ zijn deuren voor het publiek. De Nachtwacht kreeg een plek in de Rembrandtzaal, aan de voorkant van het gebouw. Om het licht ongehinderd de zalen te laten binnendringen, waren de bomen voor het Trippenhuis gekapt.

Bedenkelijke list

Vanaf het begin kampte het Trippenhuis met ruimtegebrek. Zelfs een verhuizing van de collectie moderne meesters in 1838 naar het Haarlemse Paviljoen Welgelegen, loste het ruimteprobleem niet op. Bovendien groeide de medebewoner van het Trippenhuis, de Academie van Wetenschappen, in omvang wat ten koste ging van het museum. Hoewel beide instituten liever hun eigen huisvesting hadden, duurde het tot in de jaren 1870 alvorens er serieuze plannen op tafel kwamen om aan de gedwongen samenwoning een einde te maken. Tijdens een vergadering van de academie zorgde een opzettelijk brandje voor enorme rookontwikkeling in de Rembrandtzaal. Het was duidelijk dat de situatie niet langer kon voortduren. Een speciale commissie werd in het leven geroepen om de bouw van een nieuw, groots Rijksmuseum te begeleiden.

Het Rijksmuseum van Cuypers (interieur)

Beeld: Stadsarchief Amsterdam. Link:http://beeldbank.amsterdam.nl/afbeelding/010003001246

Het Rijksmuseum van Cuypers (interieur)Het Rijksmuseum van Cuypers (interieur)

Diep beledigde koning

Architect Cuypers won in 1876 de prijsvraag met zijn neo-Renaissance ontwerp. In 1877 begon men met de bouw van het op dat moment grootste gebouw van Nederland. Op 13 juli 1885 vond de feestelijke opening van het Rijksmuseum plaats. Grote afwezige tijdens de festiviteiten was koning Willem III die zich liet vertegenwoordigen door zijn nicht prinses Maria en haar echtgenoot. Het was een publiek geheim dat het wegblijven van Willem III een daad van protest was. De koning was diep beledigd dat het nieuwe museum niet naar Willem I of naar hem was vernoemd, zoals oorspronkelijk de bedoeling was geweest. Inmiddels zijn de verhoudingen tussen de Oranjes en het Rijksmuseum aanmerkelijk verbeterd. De heropening van het Nieuwe Rijksmuseum in maart 2013 was het laatste publieke optreden van koningin Beatrix voor haar abdicatie, waarmee dit keer wel een diep gekoesterde wens van het staatshoofd werd ingewilligd.

Publicatiedatum: 01/10/2013