Met Jan Feith door de Kennemerduinen (1933)

Deze zomer neemt Jan Feith je mee op reis door onze provincie. Zijn historische teksten uit het album ‘Zwerftochten door ons land: Noord-Holland’ (1933) geven een beeld van zonnige duinen, drukke pleinen en pittoreske polders. Deze week: ‘Wandelen door Haarlem’s duinstreek’.

‘Wat zijn vele plekken van ons land toch sinds overoude tijden bewoond! Daar heb je Haarlem’s duinstreek, Zuid-Kennemerland om het zoo te noemen: wij zien het grootendeels als een forensengebied van Amsterdam, en dit is het al lang; maar nog véél langer voordat Amsterdam ook zelfs maar bestond, moet dit land bewoond en met kasteelen en hoeven bebouwd zijn geweest. Wij lezen van grafelijke jachthuizen en ontginningen in de elfde en de twaalfde eeuw (“-rode” beteekent ontginning: “Brederode”, “Berkenrode” enz. enz.), en Haarlem zelf, de hoofdplaats, dagteekent ook uit dien tijd. Het Kennemer, of Kinheimer land, genoemd naar een riviertje de Kinheim dat eens moet hebben bestaan, is niet voor niets een vruchtbare maar toch drooggelegen streek!

Een oud land en een rijk land, de eeuwen door. Op de middeleeuwsche heeren van Brederode en van Heemstede en andere heerlijkheden, wier kasteelen geen van alle in ongerepten staat zijn bewaard, volgden de patriciërs uit latere eeuwen: indrukwekkende bouwsels hebben zij nagelaten, “Elswout” en de “Koningshof” en “Rooswijk” en “Waterland” en “Berkenrode” en noem maar wat je wilt, ze zijn er nog bij tientallen, die patriciërspaleizen. De Amsterdamsche bankier Hope bouwde in de Haarlemmerhout zijn achttiende-eeuwsche lustslot, dat later tot paleis van Lodewijk Napoleon en zijn familie gediend heeft, en in onze dagen het Provincie-Huis van Noordholland is; en tot in tegenwoordige tijden, ik denk aan het weelderige “Duin- en Kruidberg” te Santpoort, heeft die traditie van bouwlust in Kennemerland zich voortgezet.

Kennemerduinen, 1991. Collectie Kennemerland, Noord-Hollands Archief.

In heel veel gevallen zijn deze bouwheeren feitelijk Amsterdammers geweest; zoowel vóór als na den tijd, waarin het heen- en weer-gaan door het nieuwe verkeer “een trammetje” werd. En toen het gemakkelijke verkeer eens was uitgevonden, vestigden zich ook weer Amsterdammers met bescheidener middelen in ’t Kennemerland, en werden forens. Zooals het in ’t Gooi ging, gebeurde het ook hier. En nu loopt er een tram, en een trein Amsterdam-Haarlem zoowat om het kwartier, en de Haarlemmerweg is een pracht-baan voor auto’s, en heele files rijden er op drukke dagen en uren… Toch blijft het Gooi nog het meest als land der forensen gezocht.

Maar wat Bloemendaal en Overveen altijd het meest zijn geweest, is de lusthof van den uitgaanden populairen Amsterdammer, dat zijn de dagjesmenschen, die in oude tijden hier aanzwermden per Jan Plezier, en nu nog per fiets, per trein en per motorwiel… de vurige minnaar van Kraantje Lek en het Brouwerskolkje, en vroeger, toen het nog een beetje “vrijer” was, vooral ook van het Bloemendaalsche Bosch, waar je “ezeltje rijden” kon, nu meer van Zandvoort… De tijden veranderen, en tegenwoordig gaan die vaste tradities er lichtelijk uit. Of Kennemerland er rouwig om is?

Dressuur van politiehonden te Bloemendaal, 1908. Collectie Kennemerland, Noord-Hollands Archief.

Velsen is een groote gemeente: uitgestrekt en goed bewoond, met een 42.000 inwoners zoowat. Het dorp Velsen ligt aan den Zuidkant van het Noordzeekanaal, en IJmuiden natuurlijk aan den zee-kant; en ten Zuiden van het dorp Velsen het oude Santpoort, met zijn ruïne van Brederode, de begraafplaats met crematorium “Westerveld”, het Provinciaal Ziekenhuis, vroeger Meer-en-Berg genaamd; en daar overal omheen de buitens met parken en lanen, en telkens weer dat typisch-Kennemerlandsche gezicht: de kronkelende weg tusschen den donkeren, beboschten, bruiniggetinten, glooienden duinenrand aan de eene zijde en de grazige, groenige en sappige weiden aan den anderen kant. Dat treft je vooral in Santpoort en Bloemendaal telkens weer.

En nu willen we samen, per fiets, of al wandelend, een der tochten gaan maken, zooals er honderden en duizenden in deze duinstreek mogelijk en aantrekkelijk zijn: een echte zwerftocht! Op deze wijze zullen jullie ontdekken, hoe mooi dit, zoo dicht bevolkte land wel is.

Jachtduin Kennemerduinen; Vinkenbaan op grond van Mw. van Vliet-Borski, op de voorgrond de kooien met lokvinken, 1909. Collectie Kennemerland, Noord-Hollands Archief.

We gaan van Bloemendaal, en nemen eerst den Duin-en-Daalschen Weg. Die slingert zich door dit oerdeftige, waardige en rijke villa-dorp met zijn breede wegen en hoog geboomte eerst als de Lage-, dan als de Midden-, en eindelijk als Hooge Duin-en-Daalsche Weg. Hier aan dit derde gedeelte zijn de fraai-beplante duinen een openbaar boschpark geworden, en jullie loopt moeizaam er tegen op (tenzij je fietst en een ware held in het klimmen bent!), en plotseling zien we een duinpanorama voor ons, zóó overweldigend, dat jullie vast en zeker hier ’n kwartier pleisteren blijft, wanneer je ’t nooit eerder hebt gezien. Het beroemde “Kopje”, als hoogste punt!

En dan verder, met een vaartje, vrij-wielend, en oppassen! de duinen af, tot dicht bij de plek waar de Bloemendaalsche Zeeweg (geopend 1921) begint: zoo schiet je in de richting van het dorp Overveen. Dan Oostelijk om Overveen en het prachtige Elswout om: volg de Elswoutslaan, den Bovenweg en de Westerlaan, en let op het héél nieuwe van deze villa-buurt met haar enorme breede wegen, een paradijs voor auto’s inderdaad!

Schoolreisje naar het Bloemendaalse strand, 1923. Bruikleen Historische Vereniging Haerlem, Noord-Hollands Archief.

Nog even verder, en jullie zit in Aerdenhout, waar de tramlijn Amsterdam-Zandvoort de spil van dit statige en aantrekkelijke villa-park vormt, dat doorloopt in Bentveld, tot dicht bij de zee… Jullie kunt hier rondwandelen of rondfietsen, het is een heerlijke streek, die nóóit verveelt!

Maar kruisen jullie de tramlijn, waar je bent uitgekomen, en je houdt links aan, dan ben je meteen in Heemstede, een Zuidelijke “landelijke” voortzetting van Haarlem gelijk Bloemendaal het aan de Noordzijde is, en evenals Bloemendaal met de hoofdstad van Kennemerland ineenloopend en gedeeltelijk door haar ook geannexeerd – Heemstede, ook zoo’n echt oud patriciërs-oord. Je ziet het aan de deftige huizen, de verweerde steenen palen, die de oprijlanen der buitens aangeven; dit is een dorp, waarin steeds veel onzer Noord-Hollandsche aristocratie heeft gehuisd.

Oefening met de reddingsboot op het Bloemendaalse strand, 1928. Bruikleen Historische Vereniging Haerlem, Noord-Hollands Archief.

Maar Heemstede is ook een sterk-levende gemeente, op den weg naar Leiden en Den Haag, en een bloembollen-dorp, want de wereldberoemde bollencultuur van Lisse-Hillegom-Bennebroek-Heemstede zetelt ook hier. En dan bezit Heemstede het prachtige park Groenendaal, dat vrij toegankelijk is – en ook de bronnen van de Amsterdamsche Duinwaterleiding liggen hier in de buurt. Maar daar zeg ik niets van, want dàt gebied is streng afgesloten, en mag niet gestoord worden in zijn verheven rust…

Maar wie een fiets of een auto heeft, die gaat terug naar Amsterdam door den Haarlemmermeer, over Hoofddorp: dan begrijp je pas goed, hoe geheel apart de natuurlijke schoonheid is van het pas bezochte Kennemerland.’

Dit verhaal is onderdeel van het thema ‘Zwerftochten door ons land’: historische verhalen over Noord-Holland, vanuit het oogpunt van de toerist in eigen land. Bekijk hier alle verhalen binnen dit thema.