Opgraving grafkelder Brederodes
Drie gemeenten, Vianen, Velsen en Heerhugowaard zijn verbonden door de familie Van Brederode. Samen gingen zij op zoek naar de invloed en betekenis van de Brederode-dynastie door de eeuwen heen.
>De bodem van Noord-Holland geeft regelmatig schatten prijs: een 800 jaar oude sarcofaag, een zwaard uit de 1e eeuw, de resten van een oud kasteel, maar ook kleinere zaken als potten, pannen, munten. De provincie heeft de taak deze archeologische vondsten goed te bewaren en te beheren, en wil de inwoners van Noord-Holland graag betrekken bij de historie. Alle vondsten worden opgeslagen en tentoongesteld in archeologiecentrum Huis van Hilde te Castricum.
Drie gemeenten, Vianen, Velsen en Heerhugowaard zijn verbonden door de familie Van Brederode. Samen gingen zij op zoek naar de invloed en betekenis van de Brederode-dynastie door de eeuwen heen.
>Toen Drechtje werd begraven, ze was tussen de 20 en 24 jaar, zal niemand hebben bevroed dat haar evenbeeld 3500 jaar later de blikvanger zou worden van een tentoonstelling over de Bronstijd in archeologiecentrum Huis van Hilde te Castricum.
>De provincie Noord-Holland heeft in februari 2016 een archeologisch onderzoek uit laten voeren in woonwijk De Schooten in Den Helder. Een week lang onderzochten archeologen enkele resten van de grootste terp van Noord-Holland, genaamd het Torp. In de jaren zestig is deze terp onder de toen nieuw gebouwde woonwijk verdwenen. De onderzoekers verzamelden informatie over de middeleeuwse bewoning op deze plek en het landschap. De komende maanden wordt het onderzoek uitgewerkt en zal duidelijk worden hoe groot de bijdrage is die het Torp aan het terpenonderzoek van Nederland gaat leveren.
>In 1995 werd het skelet opgegraven van een vrouw die in de vierde eeuw geleefd heeft. Op basis van het skelet wist men een gezichtsreconstructie te maken. Zo kreeg de archeologie letterlijk een gezicht: Hilde van Castricum. Om deze en vele andere archeologische vondsten te conserveren en te laten zien aan het publiek is een nieuw archeologisch depot ingericht. Het werd vernoemd naar deze vrouw: het Huis van Hilde.
>Het Provinciaal depot voor archeologie van de Provincie Noord-Holland herbergt vele honderdduizenden vondsten van honderden opgravingen die in de afgelopen decennia zijn uitgevoerd binnen de provinciale grenzen. Veel archeologische vondsten betekent het uitvoeren van verantwoord depotbeheer om alles in zijn geheel te ontsluiten.
>Het terreintje aan de Buurtweg in Akersloot lag braak na de afbraak van het honderd jaar oude huisje dat er ooit had gestaan. Vóór dit huisje werd gebouwd was het veldje lange tijd niet gebruikt. Een recent onderzoek door lokale amateurarcheologen legde de materiële cultuur van alledag aan het licht vanaf het begin van de zestiende eeuw.
>Aan de noordelijke rand van Uitgeest is het graf van een jongen van ongeveer 9 jaar oud gevonden. Hij leefde in de late ijzertijd, ongeveer 200 v. Chr.
>Aan het eind van de 17e eeuw tot in het begin van de 18e eeuw was er op Curaçao een bloeiende indigoproductie. Veel van de al bestaande plantages hadden indigo aangeplant en indigobakken gebouwd om van de planten de indigo kleurstof te produceren. Die kleurstof werd vervolgens naar Nederland geëxporteerd, waar er een grote vraag naar was. Als deelnemer van de werkgroep Archeologie van Curaçao heb ik een aantal indigobakken bezocht en mee ontdekt en ik raakte geïnteresseerd in het proces.
>Het werken als archeoloog in een stad is heel gevarieerd. Het is alles van kantoorwerk, onderzoeken, uitwerken, publiceren tot in de klas staan. Maar vandaag moest ik een dag onderzoek doen in een historisch grachtenpand. Het pand wordt grondig gerenoveerd, wat inhoudt dat de muren zijn gestript en de vloer eruit gaat. Dit alles gebeurt onder archeologische en bouwhistorische begeleiding.
>Door ingrijpende natuurontwikkeling in het duingebied bij Overveen kwamen bij toeval sporen tevoorschijn uit een archeologische periode waarover we tot dan slecht waren geïnformeerd. Het gaat om de periode die tussen 350 en 600 ligt.
>In 49 v. Chr. wordt het zuidelijk deel van Nederland, tot aan de Rijn, bij het Romeinse Rijk ingelijfd. De eerste eeuw daarna staat vooral in het teken van het ontstaan van een nieuw evenwicht en verdere Romeinse veroveringen, daarna is er ruimte voor ontwikkeling. Het noordelijke deel van Nederland blijft ‘vrij’, maar niet zonder slag of stoot.
>Tijdens voorbereidende werkzaamheden bij het nieuwe NS-station Halfweg-Zwanenburg in 2012 zijn bakstenen funderingen in de bodem gevonden. Het bleken resten te zijn van een Napoleontische vestingtoren uit 1812. Voorlopig worden de torenresten in de bodem behouden. De archeologische vondst bevindt zich op het westelijk sluiseiland in Zijkanaal F op de plaats waar de laatste dertig meter van het zuidelijk perron is aangelegd. De sluizen bij Halfweg dateren uit de zestiende eeuw en ze dienden om bij hoogwater het water vanuit het IJ naar de Haarlemmermeer tegen te houden.
>Door het voorraam van mijn ouders bekeek ik als kind de wereld, mijn leefwereld, Heemskerk. Daar waar ik woon, naar school ging en speelde. Waar vroeger paarden stonden, staat nu een flat, daarnaast een rotonde met een weg naar de nieuwbouwwijk. Even verderop een groot weiland, dat deel van het uitzicht is mijn hele jeugd onbebouwd gebleven. Als ik langs dit weiland over ‘de dijk’ wandel met onze hond, vliegen de zwaluwen en reigers laag over. Je hoort er het gekwaak van de kikkers en de koeien staan tevreden te grazen. De tijd lijkt er stil te staan.
>Waarom graaf Dirk I van Holland een vrouwenklooster stichtte nabij het graf van de Heilige Adelbertus weten we niet zeker, maar de graaf hechtte blijkbaar veel belang aan de plek. De nonnen die er eerst woonden baden voor het zielenheil van de grafelijke familie en de monniken uit Gent die hen opvolgden zongen Gods lof.
>Een kapiteinslepel uit het begin van de negentiende eeuw is een van de meest bijzondere vondsten van Paul Dekker. De jutter uit Den Hoorn vond de zilveren lepel op De Hors, zijn meest geliefde jutplek. Het zuidelijk deel bestaat uit een grote strandvlakte, die ontstaan is doordat er in het verleden steeds zandplaten naar Texel toe ‘wandelden’. Op dezelfde zuidpunt van Texel is het schip waarvan de jutvondst afkomstig is, de Britse boot Caroline, in 1816 vergaan.
>De relatief jonge polder Wijkermeer (de voorbereidende werkzaamheden startten in 1856 en het land kon in 1877 bewerkt worden) is 700 ha groot. Hij strekt zich uit van Beverwijk tot Assendelft, van het Noordzeekanaal tot Nauerna. Het grootste deel van de Wijkermeer valt onder de gemeente Zaanstad.
>Tussen de Vecht en het Gein, een oudere tak van eerstgenoemde rivier, bevindt zich de Aetsveldse Polder. Van origine hoort dit gebied bij het Hollands-Utrechtse veengebied maar ten tijde van een transgressieperiode tussen ca. 1650-1250 v.Chr. ontstonden er kwelplaatsen en uiteindelijk zelfs uitgestrekte veenmeren. Restanten van dergelijke veenmeren zijn soms ook vandaag de dag nog in het landschap zichtbaar. Het Naardermeer is hier een goed voorbeeld van. Andere meren werden door latere afzettingen opgevuld of zijn drooggelegd. Ook ter plaatse van de Aetsveldse Polder is een voormalig veenmeer door sedimenten van de Vecht weer geheel opgevuld.
>In heel Nederland en over de hele wereld worden regelmatig flesjes van een vinger dik en 9 cm hoog gevonden. Soms zit er een halsje op, een enkele keer nog met kurkje. Het flesje heeft vaak ook het uiterlijk van een reageerbuisje. Dit zijn de zogenaamde Haarlemmerolieflesjes.
>In 2013 vond in opdracht van de provincie Noord-Holland een archeologisch onderzoek plaats in de Westfriese Omringdijk ten noorden van Opperdoes. Bij dit proefonderzoek zijn op meer dan een meter onder de weg de vermoedelijke resten van het verzonken Almersdorp gevonden.
>De Braakpolder herbergt één van de twaalf meest hoogwaardige archeologische vindplaatsen van Noord-Holland. Om die reden is het gebied zelfs als provinciaal archeologisch monument aangewezen, onder de naam Maantjesland.
>