Bodemschatten van de Abdij van Egmond

Waarom graaf Dirk I van Holland een vrouwenklooster stichtte nabij het graf van de Heilige Adelbertus weten we niet zeker, maar de graaf hechtte blijkbaar veel belang aan de plek. De nonnen die er eerst woonden baden voor het zielenheil van de grafelijke familie en de monniken uit Gent die hen opvolgden zongen Gods lof.

Graaf Dirk

Er gaat een verhaal dat een vrouw visioenen kreeg over het gebeente van de patroon van de abdij, Adelbert. Hij zou een metgezel van Willibrord zijn geweest. Zij bewoog graaf Dirk om het skelet te laten opgraven en onder te brengen in een houten kapel. In het gat waaruit Adelberts gebeente was gegraven stond water en door dit te gebruiken werden mensen miraculeus genezen. Een heilige was geboren. Misschien stichtte Dirk het klooster uit een gevoel van trots op een ‘eigen’ heilige voor de graven van Holland.

Annales Egmundenses

In de loop van de volgende eeuwen krijgt het klooster steeds meer bezittingen en groeit het in belang en gebouwen. Zowel het Adelbertusaltaar als de put met het heilige water wordt een heel belangrijk bedevaartsoord van Holland. Ook het scriptorium in het klooster is een belangrijke plek waar, naast het kopiëren van boeken, het schrijven van een geschiedenis, de zogenaamde Annales Egmundenses plaatsvindt. Deze Annales zijn een zeer belangrijke bron voor de geschiedenis van het graafschap Holland.

Verwoesting

Na de Beeldenstorm van 1566 wordt het klooster eerst geplunderd door soldaten en daarna wordt in 1572 de bibliotheek door Sonoy in brand gestoken. De genadeklap volgt een jaar later als de geuzen het klooster verwoesten. De ruïnes staan er nog tot 1832, waarna ze worden ‘opgeruimd’.

Opgraving Abdij Egmond 1904.

Opgraving Abdij Egmond 1904.Opgraving Abdij Egmond 1904.

De foto’s hebben we nog…

Deze foto is genomen in 1904. De man met bolhoed is de heer B.J.M. de Bont. De heer De Bont had het terrein aan het begin van de vorige eeuw voor behoud aangekocht. Hij was een bekende Amsterdamse koopman. In deze tijd was er behalve glooiingen niets meer te zien. De Bont groef een paar putten op het terrein. Te zien is het graf van graaf Floris I. De schedel is tijdens onderzoek van de archeoloog A.E. van Giffen naderhand helaas vermist geraakt. Hier had anders een mooie gezichtsreconstructie van gemaakt kunnen worden.

Hollandse graven teruggevonden

Er zijn verschillende onderzoeken en opgravingen uitgevoerd op het terrein van de abdij. Het eerste ‘échte’ onderzoek op het terrein stond onder leiding van Holwerda, die de Adelbertuskapel en put aan het daglicht bracht. Het meest uitgebreide onderzoek stond onder leiding van Van Giffen. Deze ontdekte niet alleen een Romeins-inheemse nederzetting op het terrein, maar ook de resten van vroegmiddeleeuwse woonhuizen en het houten kloostergebouw. Daarna bracht hij de contouren in beeld van de grote abdijkerk die als ruïne het langst heeft bestaan. In deze kerk zijn een aantal Hollandse graven en hun familie bijgezet. Aan de hand van oude aantekeningen konden diverse van de gevonden skeletten worden toegeschreven aan deze historische figuren. In de huidige abdijkerk herinnert een monument aan hen.

De huidige Abdij van Egmond.

De huidige Abdij van Egmond.De huidige Abdij van Egmond.

Bodemschatten van de Abdij van Egmond

In de 20e eeuw werd het klooster herbouwd. Op 23 augustus 1935 werd de Priorij van St.-Adelbert door monniken uit Oosterhout opnieuw bevolkt. In 1950 volgde de verheffing tot abdij, in het inmiddels aanzienlijk uitgebreide gebouw. Nu is er onder andere een permanente tentoonstelling die, aan de hand van archeologische vondsten die bij opgravingen op het abdijterrein zijn gedaan, de geschiedenis van de oude Abdij van Egmond vanaf haar stichting in de 10e eeuw tot aan de verwoesting in 1573 vertelt. Teksten, tekeningen, een film en foto’s verduidelijken het geheel.

Dompelkaars 80/500

Publicatiedatum: 12/11/2014