Aan de Ouderkerkerlaan, vlakbij de Diemerbrug, had weduwe De Wild haar boekhandel-drukkerij. In een onopvallend buurtje met een sigarenzaak en een winkel waar je duimdrop kocht. Hier rolde het verzetsblad Vrij Nederland van de pers.
Bruggen praten niet. Jammer, want anders had de Diemerbrug kunnen vertellen over de oorlogsjaren. Bijvoorbeeld over de wagens van Saan die toen ze ’s nachts over de brug reden nog rood waren en de volgende ochtend ineens fris groen en oranje oogden.
Er staat een monument van Diemen in Holwerd (Friesland). Als dank voor het opvangen en laten aansterken van ondervoede jongeren. Eind 1944 was er vrijwel niets meer te eten. Suikerbieten en tulpenbollen kwamen op het menu. Een predikant in Diemen zocht contact met een kennis in Holwerd. Of er aan aardappelen was te komen en konden op de heenweg ondervoede kinderen mee?
Op de brug van de ringspoorbaan waren ze geklommen. Dolblije inwoners van Diemen die op de stralende ochtend van 8 mei 1945 hun bevrijders begroetten. De Seafort Highlanders, Canadezen, kwamen over de Muiderstraatweg aanrijden. Een machtige colonne van honderden trucks, motorfietsen, pantserwagens en jeeps. Op weg naar Amsterdam.
Diemen was in 1939 een dorp met nog geen zesduizend inwoners. De meeste woningen stonden rond de Diemerbrug. Waar nu het gemeentehuis staat, liepen koeien. Diemen stroomde in 1939 vol met Nederlandse militairen, keukenwagens, paarden en geschut. Het vaderlandse leger was paraat. Maar het kon niet op tegen de Duitse troepen. In mei 1940 reden Duitse soldaten door Diemen. Dat was het begin van vijf moeilijke jaren.
Het transport van duizenden joden uit Amsterdam naar het doorgangskamp Westerbork ging per spoor. Overvolle treinen reden over de spoorwegovergang van de Ouddiemerlaan. Wandelaars die het Westerborkpad lopen, eindigen hun eerste etappe in Diemen. Deze herdenkingsroute begint bij de Hollandsche Schouwburg in Amsterdam, want daar brachten de Duitse bezetters opgepakte joden heen.
De hoofdingang tot de joodse begraafplaats ligt aan de Ouddiemerlaan 146. Pal naast de spoorbaan. Hier reden joden langs die van Amsterdam naar Westerbork moesten. Op deze begraafplaats liggen de urnen van ongeveer 400 van hen.
Kenmerkend voor Zuid-Kennemerland is het voorkomen van een groot aantal historische buitenplaatsen. Vanaf de 17e eeuw werd het natuurschoon van Kennemerland ontdekt door de stedelijke elite, vooral die van Amsterdam en Haarlem. Men liet in de 17e en 18e eeuw in de binnenduinrand en op de oude strandwallen landgoederen en buitenplaatsen aanleggen. Vooral aan de rand van het voormalige Wijkermeer kunnen we nog altijd een groot aantal buitenplaatsen vinden. Er ontstonden reeksen ten noorden, westen en zuiden van Haarlem.
Molen Hollandia werd gebouwd in het midden van de zeventiende eeuw. De grote achtkante watermolen bemaalde de 382 ha grote Hollands Ankeveense polder op de ‘s-Gravelandse Vaart, die weer afwaterde op de Vecht. De molen bleef zijn functie behouden tot 1932. In de jaren dertig zijn het scheprad en overige werken verwijderd om hierdoor de molenaarswoning te kunnen vergroten.
De jaren 1940-1945 zetten naast de rest van het land, ook de Kennemerduinen op hun kop. Het werd Sperrgebiet. De Duitsers bouwden veel oorlogsbouwwerken en legden betonnen wegen aan. Al tijdens de oorlogsjaren was bekend dat de nazi’s zonder enige vorm van proces verzetsstrijders executeerden in de duinen. In de zomer van 1945 kon in de duinen van Bloemendaal de trieste balans worden opgemaakt. In 45 grafkuilen verdeeld over zes verschillende plaatsen, werden de stoffelijke overschotten van in totaal 422 mensen gevonden. Van hen zijn 313 herbegraven op de Eerebegraafplaats bij Overveen, waaronder de bekende verzetsstrijdster Hannie Schaft.
Op het Jonas Daniël Meijerplein in Amsterdam staat sinds 1952 een beeld en monument ter herdenking van de Februaristaking, het eerste grote protest van de Nederlandse bevolking tegen het antisemitisme en de deportatie van de joden. Het beeld stelt een staker voor: een robuuste onverschrokken havenarbeider, met opgestroopte mouwen en een trotse houding. De Dokwerker staat symbool voor het verzet van ‘de kleine man’ tegen een grote macht.
Tussen sportvelden enerzijds en een uitgestrekt buitenplaatsengebied anderzijds ligt buitenplaats Schoonenberg. Op het terrein van voetballers en wandelaars, opgeluisterd door het pas gerestaureerde negentiende-eeuwse huis, is de rijke geschiedenis nog goed te zien en te beleven.
Een van de meest aansprekende verhalen die schuilgaan achter de tentoongestelde vliegtuigonderdelen in het Assendelftse luchtoorlogmuseum is dat van de verongelukte Spitfire van Ab Homburg.
Tijdens de oorlogsjaren verdween de Beemster tot twee keer toe voor een belangrijk deel onder water. Na de Duitse inval op 10 mei 1940 begon het Nederlandse leger direct met het uitvoeren van de geplande inundaties rond de forten van de Stelling van Amsterdam in de polder. In het vroege voorjaar van 1944 verdween de hele zuid- en zuidoostkant van de Beemster opnieuw onder water. Nu gebeurde dat op last van de Duitse bezetter. Deze inundatie duurde ruim een jaar tot begin mei 1945.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog ging het Sinterklaasfeest vaak gewoon door. Thuis werden er gedichten gemaakt, de Verkadefabriek in Zaandam maakte letters van taaitaai bij gebrek aan chocolade en vliegtuigfabrikant Fokker gaf zijn werknemers een Sinterklaascadeautje voor de kinderen.
Jannetje Johanna Schaft, oftewel Hannie Schaft, kan beschreven worden als een stille en teruggetrokken vrouw die opkwam voor recht en humaniteit. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was zij een van de bekendste vrouwen die in het verzet zat en werd ze door de Duitsers ‘het meisje met het rode haar’ genoemd. Zij werd geboren op 16 september 1920 in Haarlem en op 17 april 1945 in de duinen van Bloemendaal gefusilleerd. Elk jaar wordt er een herdenking gehouden ter nagedachtenis aan de verzetsstrijders.
Museum Willet-Holthuysen is gevestigd in het voormalige woonhuis van de negentiende-eeuwse Amsterdamse verzamelaar Abraham Willet en zijn echtgenote Louise aan de Herengracht. Dat het museum in 1996 zijn eerste eeuwfeest heeft gevierd is allerminst een vanzelfsprekendheid. Het bestaan heeft verschillende keren aan een zijden draadje gehangen.
Vandaag hoorde ze de stem van de koningin op de radio. Ze heeft de koningin nog nooit gezien. Dat kan ook niet, omdat zij in Engeland woont. De kleine prinsesjes wonen al bijna vijf jaar met hun moeder in Canada. Zo lang duurt de oorlog nu al. “Landgenoten,” zei de koningin. Het klonk raar en ze heeft haar verder niet meer zo goed gehoord. Papa wel. Die is altijd heel blij als Radio Oranje er is. De Duitsers mogen er niets van merken. Die willen niet dat ernaar geluisterd wordt. Ze zeggen op de radio vreemde dingen. Vandaag zeiden ze: “De duif kan nog niet landen. De duif kan nog niet landen.” Dat zijn geheime boodschappen voor de Ondergrondse.
‘De sokken zijn droog’ was de geheime code voor het afwerpterrein ‘Hudson’ bij de boerderij van Cor Middelbeek in Katwoude. Het ging om een stuk weiland ten noorden van de Sluisbraak, vanaf de Hooge Dijk zo’n 500 meter landinwaarts. Het was één van de afwerpterreinen, waar in de winter van 1944-1945 door de Engelse luchtmacht wapens werden gedropt voor het Nederlandse verzet.