Duitse bezetter zet Beemster blank

Tijdens de oorlogsjaren verdween de Beemster tot twee keer toe voor een belangrijk deel onder water. Na de Duitse inval op 10 mei 1940 begon het Nederlandse leger direct met het uitvoeren van de geplande inundaties rond de forten van de Stelling van Amsterdam in de polder. In het vroege voorjaar van 1944 verdween de hele zuid- en zuidoostkant van de Beemster opnieuw onder water. Nu gebeurde dat op last van de Duitse bezetter. Deze inundatie duurde ruim een jaar tot begin mei 1945.

De meidagen van 1940

Na de aanval van Nazi-Duitsland op Polen in september 1939 was de Tweede Wereldoorlog een feit. Nederland was neutraal en probeerde buiten het conflict te blijven. Maar wel werd het leger gemobiliseerd. Het polderbestuur van de Beemster was ook paraat en stelde in februari 1940 een dijkwacht van 50 personen in om de ringdijk te bewaken. Ook legde men langs de dijk voorraden zand aan met zandzakken voor het geval dat. Op 10 mei 1940 werd ons land alsnog in de oorlog betrokken door een onverhoedse Duitse aanval. Het Nederlandse leger begon toen direct met het blank zetten van de inundatieterreinen voor de forten van de Stelling van Amsterdam. Het ging erom een laag water over het land te krijgen waarbij rijden of lopen onmogelijk was, maar het mocht natuurlijk ook weer niet zo diep worden dat er gevaren kon worden. Dijkgraaf P. Otjes Mzn. en het polderbestuur waren paraat. De dijkwacht patrouilleerde dag en nacht. Na vijf dagen was de strijd gestreden en capituleerden de Nederlandse strijdkrachten voor de Duitse overmacht. Daarna werd direct begonnen met het weer leegmalen van de Beemster. Doordat de inundatie niet lang duurde, viel de schade mee. Het weiland herstelde zich heel snel, maar akker- en tuinbouwers waren wel hun oogst kwijt.

Kaartje van de forten van de Stelling van Amsterdam met inundatieterreinen (donkergrijs).

Kaartje van de forten van de Stelling van Amsterdam met inundatieterreinen (donkergrijs). Overgenomen uit Scoronlo, tijdschrift v/d cultuurhistorische vereniging Scoronlo nr. 34 (mrt. 2010).

Stoom, diesel en stroom

De Beemster had in 1940 drie grote gemalen. Allereerst was er tegenover Beets een oud stoomgemaal, gebouwd in 1884. Dan was er aan de oostkant van de polder bij Oosthuizen een groot dieselgemaal. En tenslotte beschikte de polder over een derde gemaal aangedreven door elektromotoren aan de westzijde bij De Rijp. Dat de gemalen ieder op een andere energiebron draaiden was tijdens de oorlog een reusachtig voordeel. Al in februari 1941 constateerde dijkgraaf Otjes dat de polder van geluk mocht spreken dat die niet geheel afhankelijk was van een “buitenlandsch stookprodukt, namelijk dieselolie”. Alle aardolieproducten werden namelijk direct zeer streng gerantsoeneerd. In de zomer van 1941 werd duidelijk dat er helemaal niet meer op leverantie van dieselolie gerekend kon worden. Daarom besloot het polderbestuur in augustus een grote gasgenerator bij het dieselgemaal te plaatsen. Hierin werd steenkool vergast en op dit gas draaiden dan de diesels. Zo lukte het met kunst- en vliegwerk toch de bemaling op niveau te houden.

Interieur van het elektrische gemaal aan de Westdijk bij De Rijp, ca. 1925.

Interieur van het elektrische gemaal aan de Westdijk bij De Rijp, ca. 1925. Regionaal Archief Alkmaar.

Weer onder water

In de loop van 1943 begon het er steeds slechter voor Nazi-Duitsland uit te zien. Op alle fronten rukten de geallieerde legers op. Voorjaar 1944 hing een grote invasie van het Europese vasteland over de Noordzee vanuit Engeland in de lucht. Om landingen van parachutisten te bemoeilijken greep het Duitse leger op zijn beurt naar het defensiemiddel van de inundatie. Op 15 februari 1944 kreeg het polderbestuur in het Heerenhuis in Middenbeemster van twee Duitse militairen te verstaan dat er vanaf 21 februari niet meer gemalen mocht worden. Bovendien zetten speciale commando’s van de Wehrmacht de inundatiesluis in de zuiddijk openen om het land dras te zetten. De inundatie moest op 8 maart voltooid zijn. In haast werden er noodkaden langs de wegen opgeworpen om de inundatie te beperken tot de zuidkant van de polder. In het inundatiegebied bleef alleen de uiterste zuidoosthoek bij Purmerend, de Tuinhoek, droog. Ook daar legde men een kade omheen. De Tuinhoek werd bemalen met een door een elektromotor aangedreven pomp. Tenslotte legden sommigen zelf een dijkje rond hun huis of boerderij.

'Beemster zomer'. De Beemster met Middenbeemster in het verschiet, circa 1943.

‘Beemster zomer’. De Beemster met Middenbeemster in het verschiet, circa 1943. Aquarel door M. Oortwijn. Collectie Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, Heerhugowaard.

Bomen opgestookt in het stoomgemaal

Half oktober 1944 berichtte het Provinciaal Elektriciteitsbedrijf van Noord-Holland (PEN) dat rekening moest worden gehouden met het uitvallen van de elektriciteit. De geallieerde legers stonden ondertussen aan de grote rivieren, het spoorwegpersoneel staakte en het PEN had bijna geen steenkool meer om de elektriciteitscentrales draaiende te houden. Met het elektrische gemaal kon nog slechts heel beperkt gemaald worden. Tot overmaat van ramp was de herfst van 1944 bijzonder regenachtig. In november schreef het bestuur aan alle boeren in de polder dat er van een noodtoestand sprake was. In feite beschikte men alleen nog over het oude stoomgemaal. Dat kon nog enige tijd aan de praat worden gehouden door het te stoken met de bomen langs de polderwegen. Alles en iedereen werd opgeroepen te helpen met het kappen, afvoeren en verzagen van de bomen. Het gemaal verslond vier bomen per uur. Het polderbestuur eindigde zijn brief met de boodschap: “Het zijn of niet zijn van onzen polder wordt mede door Uw arbeid bepaald!”. Gelukkig werkte iedereen mee. Alleen al in de maand december 1944 werd 100.000 kilo hout verzaagd. Maar in de lente moesten de boeren wel weer op het eigen bedrijf aan de slag. De polder liet toen voor het houtvervoer tegen betaling in natura de Ford vrachtwagen rijklaar maken. Die werd echter al na enkele dagen aangevallen en vernield door geallieerde jachtvliegtuigen, die alles beschoten wat reed. Logisch, omdat in principe alleen de Duitsers nog over benzine en diesel beschikten en met auto’s rondreden.

Wormerweg richting Volgerweg tijdens de inundatie van 1944-1945.

Wormerweg richting Volgerweg tijdens de inundatie van 1944-1945. Waterlands Archief, Purmerend.

De bevrijding

De maand april 1945 bracht nog meer ellende. Op 4 april viel de elektriciteit echt helemaal uit. Bovendien vorderden de Duitsers op 24 april nog 21.000 liter dieselolie uit de tanks van het dieselgemaal. Deze voorraad werd met de olieboot Onno naar Amsterdam afgevoerd. Iedereen slaakte een diepe zucht van verlichting toen eindelijk op 5 mei 1945 de bevrijding kwam. Dat was het sein om de allerlaatste reserves in te zetten. Het dieselgemaal draaide dag en nacht. Op 10 mei arriveerde er bovendien 300 ton koolzaadkoeken uit de fabriek van Wessanen en Laan te Wormerveer. Daarmee werd het stoomgemaal opgestookt. Ook kwam via het netwerk van het PEN elektriciteit beschikbaar die met de bedrijfsgenerator van Wessanen en Laan was opgewekt. Op 19 mei 1945 was de Beemster nagenoeg weer droog en op 22 mei leverde het PEN zelf weer stroom. Natuurlijk was de schade enorm, vooral in het deel dat vanaf februari 1944 dras had gestaan. Hier was alles dood. Bovendien zaten de sloten vol met modder. Maar er werd keihard aangepakt om alles weer op orde te krijgen.

'Beemster na de inundatie juni 1945'. De door onderwaterzetting verwoeste Beemster.

‘Beemster na de inundatie juni 1945’. De door onderwaterzetting verwoeste Beemster. Aquarel door M. Oortwijn. Collectie Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, Heerhugowaard.

Meer informatie op de volgende websites:

www.hhnk.nl
www.poldersporen.nl

Publicatiedatum: 02/03/2012