Amsterdammers bouwen buitenhuizen aan Amstel

Langs de Amstel lieten vermogende Amsterdammers aantrekkelijke buitenplaatsen bouwen. Maar te ver buiten de stad mocht het zomerverblijf bij voorkeur niet liggen.

Peter van Schaik, kenner van Amstellands historie, woont aan de Amstel in buurtschap De Zwarte Kat. Hij vertelt in een historische radiocolumn voor RTV Amstelveen:

‘Het is niet zo, dat je in de 17e en 18e eeuw een vrijwel aaneengesloten rij prachtige buitenplaatsen met dito tuinen aantrof  langs de Amstel tussen Amsterdam en Ouderkerk. Bovendien had je allerlei soorten buitenplaatsen, ook al dragen die huizen allemaal klinkende namen. Echte pretentieuze gebouwen zoals wij nu nog langs de Vecht kunnen aantreffen, waren er hier maar enkele. De meeste buitenverblijven langs de Amstel hadden een minder luxueuze uitstraling; soms ging het om verbouwde boerderijen, waarin een gedeelte was gereserveerd voor de stadse eigenaren. Andere stedelingen bouwden een aardig optrekje naast hun boerderij. Maar er waren natuurlijk ook grotere panden.’

902a19e2e88ce5cc46ab6538f72ad8ab1c19eddf

Hofstede Trompenburg was een van de buitenplaatsen aan de Amstel. Deze prent van Abraham Rademaker dateert uit 1730. De hofstede was toen eigendom van Jan Peterse. Prent Collectie Stadsarchief Amsterdam.

Modeverschijnsel

‘De trek naar buiten – de trek naar het platteland was in zekere zin een modeverschijnsel,’ vertelt Van Schaik. Men kon er aan toegeven omdat de welvaart in Amsterdam in de 17e en 18e eeuw toenam: ‘Wie rijk was kon zijn tijd naar eigen believen indelen en voor hen was het vaak een ideaal in de zomermaanden die tijd in een mooie en rustige omgeving door te brengen. Daar kwam nog bij dat zo’n buitenverblijf met bijbehorende boerderij  statusverhogend werkten.’

Van Schaik: ‘Het was nooit de bedoeling er permanent te wonen. In de meer gure maanden trokken de Amsterdammers zich liever terug in hun huis aan de grachtengordel. Die grachten stonken erg op warme dagen. Een reden te meer om tijdelijk de wijk te nemen naar het frisse platteland.’

083cd941e0de79d8aa86c67b910e986aab51ca7f

Prent door Abraham Rademaker van de hofstede rond 1730. Achter het onverbiddelijke hek van Wester-Amstel woonde toen Andries Leenders. Op de voorgrond kabbelt de Amstel. Deze buitenplaats is een van de weinige die nog langs de Amstel staat: Amsteldijk Noord 55, Amstelveen. Prent Collectie Stadsarchief Amsterdam.

Wetenschappelijk tintje

Het voordeel van een buitenplaats langs de Amstel was dat men voeling kon houden met het stadse gebeuren. ‘Weliswaar verkeerde de Amsteldijk tot ver in de achttiende eeuw in vrij slechte staat, maar men kon zich vrij geriefelijk per boot verplaatsen. Ouderkerk is de grens; ten zuiden van dat dorp zijn de stadse optrekjes dun gezaaid.’ ‘In de loop van de achttiende eeuw nam de belangstelling van stedelingen voor de landbouw in ruime zin, vrij sterk toe. Verschillende buitenplaatsbezitters waren dan ook lid van de elitaire Maatschappij ter Bevordering van den Landbouw. Wat lag er meer voor de hand om kleine experimenten op te zetten in de tuin of de bijbehorende boerderij. Zo kreeg het leven op het buitenverblijf ook nog een wetenschappelijk en nuttig tintje.’

Achter de theekoepels aan de Amstel staat in Ouderkerk het statige Hooger-Lust. Of zoals de titel destijds luidde: ‘Hofsteede Hoogerlust toebehoorende Juffr. van der Els en dHr. Blok’. De prent dateert uit 1726. Collectie Prenten en tekeningen Provinciale Atlas, Noord-Hollands Archief.

Amstel uit de gratie

Maar, zo vervolgt Van Schaik in zijn radiocolumn voor RTV Amstelveen, ‘tegen het einde van de achttiende eeuw kwam er geleidelijk een einde aan de paradijselijke toestand. Het ging economisch bergafwaarts en in de Bataafs/Franse Tijd (1795-1813) zelfs slecht. De mooiste en duurste buitenplaatsen werden daarvan meestal het eerste de dupe; de één na de ander werd gesloopt.’ Daar kwam bij dat de stedelingen die het zich konden veroorloven een voorkeur gaven op wonen op het zand. Wonen op veengrond aan de Amstel raakte uit de gratie. ‘Het gemeentebestuur van Nieuwer-Amstel zag deze ontwikkeling met lede ogen aan, want de stadse eigenaren betaalden ook enig belastinggeld. Bovendien zorgden zij voor een stukje werkgelegenheid door het aannemen van huispersoneel.’

Overgebleven buitenplaatsen

Van Schaik: ‘Er resteren nu nog drie buitenplaatsen die ons herinneren aan de vroegere glorie: Amstelrust, Wester-Amstel en Oostermeer. Zij hebben hun oorspronkelijke allure redelijk goed weten te bewaren. De tuin van Wester-Amstel is door vrijwilligers in zijn oude staat terug gebracht en vrij te bezichtigen.’ Nog steeds, zo besluit Peter van Schaik zijn radiopraatje, wordt wonen langs de Amstel als zeer aantrekkelijk beschouwd. ‘Als de overheid niet met strakke hand regeerde zou er een lintbebouwing van Amsterdam tot Uithoorn ontstaan. Zo ver zal het nooit komen. De Amstel en haar oevers zijn er voor iedereen.’

Publicatiedatum: 27/10/2011