Oneindig Noord-HollandBeleef de geschiedenis van jouw provincie

De verdwenen buitenplaats Petersburg aan de Vecht

Na een jarenlang verblijf in Rusland kwam de koopman Christoffel (van) Brants in 1704 terug naar Nederland, waar hij zich in Amsterdam vestigde. Zoals vele rijke Amsterdamse kooplieden en regenten zocht ook hij een terrein aan de Vecht voor de aanleg van een representatieve buitenplaats. Zijn keus viel op ‘Huis ten Ham’ aan de Vecht bij Nederhorst den Berg.

>

De laatste buitenplaats van Amsterdam

In de achttiende eeuw telde Amsterdam zo’n tachtig buitenhuizen voor de rijke burgerij. In de zomer kon men zo de stank van de grachten ontvluchten. Van al die buitenhuizen is er nog maar één over: Huize Frankendael, in de Watergraafsmeer. Een huis dat verbonden is met een lange geschiedenis en vele kleurrijke bewoners. Het huis is prachtig gerestaureerd en sinds 2008 toegankelijk voor publiek! Tegenwoordig wordt in de oude stijlkamers prachtige hedendaagse kunst tentoongesteld: een heel bijzondere combinatie. Vier keer per jaar wisselt de expositie.

>

Van het badhuis en de woonschool

Wassen in een teiltje, één keer per week douchen in het badhuis en uitgejouwd worden buiten de poorten van je eigen wijk. Tot in de jaren zeventig was dit dagelijkse kost voor de Vogeldorpers van Amsterdam-Noord. In de volksmond werden delen van Amsterdam-Noord ook wel ‘de rimboe’ genoemd. Hier zouden de asocialen wonen, dacht men.

>

Armoede in de Jordaan

Een dak boven je hoofd en een boterham in je hand zijn twee dingen die voor veel van ons vanzelfsprekend zijn. Zo’n honderd jaar geleden was dit echter heel anders. Nederland kende heel wat gebieden waar grote armoede heerste. Misschien wel het beroemdste voorbeeld hiervan is de Amsterdamse Jordaan. Deze volksbuurt, die volkszangers en volksverhalen voortbracht, werd een icoon voor de hoofdstad. Het plat Amsterdams dat hier gesproken werd, de Westertoren en Johnny Jordaan vormen het romantische beeld dat velen tegenwoordig van de Jordaan hebben. Wat in dit beeld echter vaak wordt weggelaten is de bittere armoede waarin de Jordanezen leefden.

>

Stadsorganist: een typisch Nederlands beroep

Sinds de Middeleeuwen kent men al het fenomeen stadsmuziek: openbare muziekbeoefening op kosten van de stad. Dat betrof aanvankelijk de stadspijpers, die voor allerlei ceremoniële gelegenheden werden ‘opgetrommeld’. Zij verdwenen in de loop van 17e eeuw geleidelijk van het toneel. Zij werden vervangen door stadorganisten, een unieke, Nederlandse functie.

>

Edam en de vrouwen van Rembrandt

Het is rond 1640 een drukte van belang in het huis aan de Sint Anthoniesbreestraat te Amsterdam. Opdrachtgevers worden ontvangen. De opleiding van leerlingen vraagt volop aandacht. Rembrandts eerste vrouw Saskia van Uylenburgh regelt de huishouding en leeft zoals een dame van stand. Maar het is niet allemaal rozengeur en maneschijn…

>

Hofleverancier Schermer Wijnkoper & Distillateur

Schermer Wijnkoper en Distillateur is één van de laatste/oudste onafhankelijke distilleerderijen van Nederland. Met eeuwenoude, traditionele recepturen wordt in de distilleerderij op authentieke wijze geproduceerd, uiteraard naar moderne maatstaven. Schermer produceert Jenevers (de Ferme Jonge is al 2 keer gekozen is tot ‘Lekkerste Jonge Jenever van Nederland’!), Bitters, Likeuren, Boeren Jongens, Advocaat, Bisschopwijn en ander Hollands gedistilleerd onder eigen naam. Maar er wordt ook geïmporteerd uit vele landen over de hele wereld.

>

Koninginnedag 1980 ontaardt in ongekende stadsoorlog

Koninginnedag 1980, de dag waarop prinses Beatrix ingehuldigd werd als de nieuwe koningin, staat te boek als de meest roemruchtige uit de Nederlandse geschiedenis. Wat een feestelijke dag had moeten worden, mondde uit in een niet eerder vertoonde explosie van geweld en ordeverstoringen.

>

Cluveniersdoelen

In de Gasthuisstraat is op nummer 32 de poort van de voormalige Cluveniersdoelen, het onderkomen van de Cluveniersschutterij. Frans Hals schilderde twee schuttersstukken voor de Cluveniersschutterij, één in 1627 en één in 1633. Beide schilderijen kregen een plaats in de grote zaal van het hoofdgebouw. Tegenwoordig hangen de stukken in het Frans Hals Museum. 

>

De Oude Pijp

In het oudere, noordelijke deel van De Pijp zijn de eerste huizen gebouwd in de jaren zeventig en tachtig van de negentiende eeuw, de tijd die bekend staat om haar ‘revolutiebouw’. Goedkope woningen voor arbeidersgezinnen en kleine middenstanders die door particuliere opdrachtgevers werden gebouwd. Ook toen al gold ‘tijd is geld’, en de huizen werden snel en met goedkope materialen gebouwd. Om lastige grondonteigeningen te voorkomen, volgden de straten de bestaande sloten en verkaveling van de weilanden. De lange rechte straten kregen zo de vorm van een pijp, waarschijnlijk heeft de wijk hier zijn naam aan te danken.

>

De Nieuwe Pijp

De buurt ten zuiden van de Ceintuurbaan, de Zuidelijke of Nieuwe Pijp genoemd, is in de jaren twintig gebouwd, bijna een halve eeuw later dan de eerste huizen van de Noordelijke of Oude Pijp. De overheid stelde inmiddels veel strengere eisen aan de woningbouw. Door goedkoop grond en leningen beschikbaar te stellen aan woningbouwverenigingen kon er voor het eerst op grote schaal kwalitatief goede huizenbouw voor de arbeidersklasse gerealiseerd worden. De Zuidelijke Pijp viel binnen het plan-zuid Plan Zuid van Berlage. Dit plan brak radicaal met de 19de eeuwse stedenbouw, zoals van de Oude Pijp. De huizen werden niet meer één voor één ontworpen en gebouwd in lange smalle straten, maar in grote woningblokken aan ruime boulevards, rustieke binnenhoven of rustige groene straten en pleintjes.

>

Een gepaste straf voor haar gevloek

10 januari 1525. Ael Heynricxdochter hoort het vonnis onbewogen aan. Zij zal met “een trommel en door ’s Heeren Dienaren ter stad uitgeleid” worden, een gepaste straf voor haar gevloek. Gedurende twee jaren zal zij niet mogen terugkeren naar de stad Amsterdam.

>

Biologisch dynamische boerderij De StadsHoeve

Meteen na de onderdoorgang van de ringweg A10 in Amsterdam-Noord betreedt men het weidse en groene Waterland. Op de weg naar Zunderdorp is de StadsHoeve de eerste boerderij die men passeert. De stolpboerderij stamt uit 1861, zoals valt op te maken uit het jaartal op het dak. De boer en boerin houden er een biologisch-dynamische bedrijfsvoering op na. Er wordt naar gestreefd met een gesloten produktiecirkel te werken, waardoor de boerderij min of meer zelfvoorzienend kan zijn. Het tempo van de natuur is maatgevend, geduld en ijver de vereiste werkmethoden van de boer. De StadsHoeve is meer dan alleen een boerenbedrijf. Het biedt onderdak aan een kinderdagverblijf en organiseert activiteiten voor het hele gezin.

>

De Koningssloep: de ‘gouden koets te water’

Een sierlijke sloep van ruim zeventien meter lang, rijkversierd met goud en gemaakt van eikenhout en teakhout. Deze majestueuze Koningssloep werd tussen 1816 en 1818 voor Willem I gebouwd en is daarna nog 24 keer bij verschillende gelegenheden gebruikt; exclusief voor feestelijke gebeurtenissen in gezelschap van het Koninklijk Huis. De elegante sloep was zeer representatief voor de ontvangst van buitenlandse gasten, zoals de sjah van Perzië (1889) en koning Haakon van Noorwegen (1954). Als koningin Wilhelmina een tewaterlating verrichtte, dan liet ze zich per Koningssloep naar de werf vervoeren.

>

Leren koken als een goede huisvrouw

Aan de Rapenburgerstraat in de Amsterdamse jodenbuurt staan de twee huizen waarin het Nederlands Israëlitisch Meisjes-Weeshuis (1861-1943) was gevestigd. Het Nederlands Israëlitisch Weesmeisjes Collegie bestond al vanaf 1761 en had als motto ‘tot de goede werken behoort de opvoeding van weesmeisjes’, zoals de gevelsteen op nummer 171 vermeldt. Meisjes kregen hier een orthodoxe opvoeding en les in huishoudelijke vakken opdat ze aan de slag konden als dienstmeisje of naaister.

>

De Bazel aan de Vijzelstraat

De Bazel aan de Vijzelstraat 32 zou het bekendste gebouw van architect Karel Petrus Cornelis de Bazel worden. Tot 2002 had de ABN AMRO hier haar hoofdkantoor en het biedt nu plaats aan het Stadsarchief van Amsterdam, het grootste stadsarchief ter wereld. Het gebouw is ontworpen in opdracht van de Nederlandse Handel Maatschappij en werd voltooid in 1926, drie jaar na het overlijden van de architect. De NHM is opgericht in een periode waarin de handel in het slop was geraakt. De doelstelling van de NHM was om hier verandering in te brengen. Men had hiervoor een ruim en imposant hoofdkantoor nodig en vond hiervoor een geschikte bouwlocatie in het centrum van Amsterdam.

>

Czaar Peterhuisje in Zaandam

‘Waar is nou dat oude scheefgezakte houten huisje? Ik zie niks.’ Menig kind op schoolreisje naar Zaandam (eerst per boot en later met de bus) zal ter plekke deze vraag aan meester of juf hebben gesteld. En inderdaad, op het eerste gezicht is het zeventiende-eeuwse Czaar Peterhuisje niet te zien. Het kleine werkmanshuisje – het oudste in zijn soort in Nederland – is in 1895 stevig verpakt in een stenen omhulsel, naar een ontwerp van het Amsterdamse architectenbureau Salm. Hun schepping is inmiddels ook tot monument verklaard, net zoals het naar tsaar Peter de Grote vernoemde huisje dat zich in haar binnenste bevindt.

>