Kantoor West-Indische Compagnie in Hoorn
Het pand van de Vrijmetselaarloge West-Friesland en De Eenhoorn bevindt zich aan de Binnenluiendijk 2 in Hoorn. Ooit was dit het kantoor van de West-Indische Compagnie.
>Het pand van de Vrijmetselaarloge West-Friesland en De Eenhoorn bevindt zich aan de Binnenluiendijk 2 in Hoorn. Ooit was dit het kantoor van de West-Indische Compagnie.
>In 1676 kocht de Hoornse Kamer van de VOC dit herenhuis in de Muntstraat om als kantoor dienst te doen. Daarvoor was de VOC gevestigd in het voormalige Geertenklooster aan de Nieuwstraat. Het huis werd naar links vergroot met een aanbouw waarin zich de vergaderzaal van de bewindhebbers bevond. Dit gedeelte wordt bekroond door een driehoekig fronton waarin het monogram van de Hoornse VOC.
>In 1347 kregen de inwoners van Hoorn toestemming van graaf Willem V voor het stichten van een gasthuis. Waar dit eerste gasthuis heeft gestaan is onduidelijk. Het huidige gebouw heeft tot 1841 dienst gedaan als gasthuis. Van 1860 tot 1902 was het in gebruik bij het garnizoen; de begane grond als magazijn voor kledingstukken en de eerste verdieping als wapenzaal. Na 1922 deed het Sint-Jansgasthuis een aantal jaren dienst als boterhal en onder die naam staat het gebouw eveneens bekend. Sinds 1982 houdt de Kunstenaarsvereniging Hoorn en omstreken er haar tentoonstellingen.
>Het Oostereiland is rond het midden van de zeventiende eeuw aangelegd ter vergroting van de haven. Koopman Cornelis Schuyt liet er enkele pakhuizen bouwen die het oudste deel vormen van het huidige gebouwencomplex. In de loop der tijd kreeg het verschillende bestemmingen.
>Zeer bepalend voor het Hoornse stadsbeeld is de Sint-Cyriacus- en Franciscuskerk uit 1879-1882. Vanwege de imposante achthoekige koepel wordt deze rooms-katholieke kerk ook ’Koepelkerk‘ genoemd. Aan de voorzijde heeft het gebouw twee torens. De Koepelkerk is een baanbrekend ontwerp van de Hoornse architect A.C. Bleijs in een combinatie van barokke, renaissance, romaanse en zelfs oosterse vormen.
>Al dertig jaar lang staat de Grote Kerk in de weg, middenin het centrum van Hoorn. Nu wordt het gesloten en ietwat bedompte gebouw getransformeerd tot open en gastvrije plek: een hotel, restaurants en mogelijk een bierbrouwer en kaasmakerij moeten het plein weer tot leven wekken.
>De Hoofdtoren is strategisch gesitueerd op de zuidelijkste punt van de toenmalige stad en bij de toegang tot de haven. Het is een halfronde laat-gotische geschutstoren met een vijfhoekige onderbouw. Op verschillende hoogten bevinden zich schietgaten en openingen voor groot vuur, nu alle dichtgezet.
>In het Foreestenhuis, Grote Oost 43, woonde Nanning van Foreest. Hij was in 1724 behalve bewindhebber van de West-Indische Compagnie ook burgemeester van Hoorn. Hiernaar verwijzen de roedenbundels in het balkonhek. Een dergelijke bundel bestaande uit houten roeden rond een bijl was in de klassieke oudheid een symbool van de hogere magistraten. In het midden van de kroonlijst zien we het wapen van de familie Van Foreest.
>Agatha, dochter van de puissant rijke regent Jonkheer Nanning van Foreest – één van de machtigst mannen in West-Friesland, wordt in 1733 geboren in het stadspaleis van de familie aan het Grote Oost. Zij krijgt een eerste klas opleiding, leest, maakt muziek en geeft, zoals het hoort als mooie 19 jarige bruid het ja-woord aan haar neef Joan van Foreest. Het is een gearrangeerd huwelijk, zoals gebruikelijk in regentenkringen, bedoeld om de rijkdom in de familie te houden. Agatha is een voorbeeldige echtgenote. Ze baart in 14 jaar tijd maar liefst negen kinderen. Niets bijzonders, alles volgens het boekje.
>Friesland wordt over het algemeen gezien als de enige echte schaatsprovincie van Nederland. Niet verwonderlijk aangezien Nederlanders meteen over een Elf stedentocht beginnen als het net aan een week vriest, de grote internationale en nationale schaatskampioenschappen altijd in ijsstadion Thialf in Heerenveen gehouden worden en misschien wel de belangrijkste reden: Nederlands succesvolste schaatser op dit moment, Sven Kramer, is Fries. Maar wie de geschiedenisboeken erop naslaat, kan vaststellen dat onze provincie Noord Holland ook een groot aandeel heeft in de Nederlandse schaatshistorie.
>Winter 1573. De Spaanse troepen gaven hun pogingen Holland terug te winnen niet op. In die pogingen kregen Waterland en de Zaanstreek het zwaar te verduren. Een Westzaner besluit met zijn oude slechtlopende moeder te vluchten…
>Op 20 maart 1602 is de Verenigde Oostindische Compagnie opgericht. De Kamer van Hoorn had op de hoek van Onder de Boompjes met de Pakhuisstraat twee pakhuizen. De pakhuizen hebben eenvoudige renaissance trapgevels en hoge zadeldaken.
>Peperstraat 16 was in 1910 het woonadres van woonhuis van het gezin van fabrieksarbeider Jacob Appelman. Het gezin had het niet breed. Geld om kinderen na de lagere school verder te laten leren was er in die tijd voor veel mensen niet. Jongens gingen in de leer bij een baas om een beroep te leren, meisjes gingen vaak ergens als hulp in de huishouding in dienst. Als “dienstbode”, heette dat vroeger.
>In het “Statenlogement” logeerden ooit de belangrijkste regenten van “West-Friesland en het Noorderkwartier”, wanneer zij voor vergaderingen in het “Statencollege” (thans Westfries Museum) in Hoorn bijeen kwamen. Tijdens de Bataafse Republiek veranderde het gebouw van functie. Het stadbestuur werd hier gevestigd en zou hier blijven tot de jaren zeventig van de twintigste eeuw.
>Nadat de Burgemeester was geinformeerd over de verduistering van 135 gulden door gemeentebode en marktmeester Johannes Beek, werd Beek ontslagen. Beek voelde sinds zijn ontslag een enorme wrok tegen Markus. Markus had hem gezegd ten overstaan van zijn vrouw en dochter dat als hij gestolen geld binnen 48 uur zou terugbetalen hij hem niet zou verraden, wat hij toch had gedaan. Het ontslag bij de gemeente was voor Beek een grote inkomensachteruitgang. Hij werd dit thuis vaak verweten, en schijnt met zelfmoordplannen rondgelopen te hebben. Zijn wroeging over zijn daad sloeg uiteindelijk om in toenemende haatgevoelens tegen Markus. Na het lezen van een roman waarin iemand om het leven werd gebracht door vergiftiging, besloot hij Markus te vergiftigen. Beek hoopte ook, na de dood van Markus, nog in aanmerking te komen voor zijn baan van afslager van onroerend goed.
>Op 29 september 1910 werd op de Grote Oost 75 kort na het middaguur een pakketje bezorgd. Dit was het huis van de 84-jaar geworden Willem Markus en zijn vrouw Maria Markus Musman. Willem Markus was op 8 september 1826 geboren in Amsterdam. Later verhuisde hij naar Hoorn, waar hij in 1852 trouwde en een gezin stichtte. Met zijn eerste vrouw kreeg hij twee zoons en een dochter. Zijn eerste vrouw overleed in1879. In1884, op 58 jarige leeftijd, hertrouwde hij met de toen 60 jarige weduwe Maria Musman.
>Grote Noord 14 is het adres waar de dader van de taartmoord, Johannes Jacobus Beek, een eigen winkel had. Beek was in1847 in Hoorn geboren. Hij werd winkelier. Zijn eerste echtgenote overleed op jonge leeftijd, waarna hij in hertrouwde 1876 met Grietje Rienksma. Zij kregen vier zoons en twee dochters. In 1880 ging Beek naast zijn winkel bij de gemeente werken als “ambtenaar ter gemeentesecretarie” waar hij later ook ontvanger van de waaggelden werd. Beek bleek echter niet integer: in 1901 werd hij wegens “oneerlijke handelingen” uit beide functies ontslagen.
>In september 1910 werd bij de familie Markus aan de Grote Oost in Hoorn een vergiftigde taart bezorgd. Het beoogde slachtoffer Willem Markus overleefde de aanslag. Voor zijn vrouw werd de taart echter fataal, zij overleed in de nacht daarop. Het 14-jarige dienstmeisje werd ernstig ziek. Deze gebeurtenis in Hoorn zou niet alleen ingrijpend zijn voor de familie van het slachtoffer, maar ook voor de Nederlandse rechtspraak.
>Het aanstaande bezoek van Keizer Napoleon in oktober 1811 was voor de stad Hoorn een goede gelegenheid om haar plannen voor de verbetering van de haven kenbaar te maken. Die plannen konden niet zonder goedkeuring van de keizer doorgaan, dus werd alles in het werk gesteld om de plannen zo overtuigend mogelijk aan de vorst te presenteren.
>De Hoornse stadsbestuurders stelden zich veel voor van het bezoek van Napoleon. Het keizerlijk bezoek verliep voor de Hoornaren dan ook wel zeer teleurstellend. Ondanks al het feestgedruis en de uitgebreide voorbereidingen was de komst van de keizer niet veel meer dan een bliksembezoek.
>