Als je een tentoonstelling over Huizer meisjes maakt, doemt natuurlijk de vraag op wat die meisjes zo bijzonder maakt. We vragen het Christian Pfeiffer, die sinds vier jaar directeur is van het Huizer Museum.
Maar voor hij daar antwoord op geeft, schetst hij in het kort de geschiedenis van het Gooi, waar Huizen deel van uitmaakt. “Het Gooi was oorspronkelijk een arme regio, bevolkt door boeren. Dat veranderde toen in 1850 de spoorlijn Amsterdam-Amersfoort werd aangelegd. Die spoorlijn heeft Naarden, Bussum en Hilversum ontsloten. Dat trok kunstenaars uit de Haagse school aan en later kunstenaars als Jan Veth en Wally Moes, die in Laren en Blaricum gingen wonen. Zij voelden zich aangetrokken door de simpele manier van leven, die in de stad verloren was gegaan.”

Een schets van Heintje van Wally Moes, circa 1890. Collectie: Huizer Museum.
Madonna
De kunstenaars waren op zoek naar het oude Holland. Dat vonden ze bij de boeren in Laren, maar ook in Huizen, dat destijds een gesloten en streng calvinistisch vissersdorp was. Pfeiffer: “In de negentiende eeuw komt een stroming op gang, waarvan kunstenaar Jan Veth de aanjager was. Hij en andere kunstenaars zochten naar een soort oer-Nederland en dat vonden ze zowel in Laren als in Huizen, maar er waren wèl grote verschillen. In Laren hadden de boerenmeisjes blond haar en blauwe ogen en droegen ze fleurige kleding. In Huizen daarentegen hadden de meisjes donkerbruin haar en een donkere, bijna devote oogopslag. We laten bijvoorbeeld een tekeningetje zien van Richard Roland Holst, die een meisje genaamd Harpje heeft afgebeeld, waarop ze bijna als een Madonna oogt.”
“Huizen was rond 1900 min of meer afgesloten van de wereld,” vervolgt hij. “De mensen liepen er in klederdracht, droegen witte kapjes en sobere kleding. Ze vormden een homogene groep, want alle vrouwen droegen zo’n wit kapje. Dat zie je bijvoorbeeld op het schilderij van de Huizer breischool. Daarop zijn meisjes met een wit kapje afgebeeld, die naast elkaar aan het breien zijn. Breien is eerlijk handwerk en dat vonden de kunstenaars een oerbeeld van puurheid.”

‘Karen’ van Jan Veth. Dat is ook Heintje, alleen Veth noemde het schilderij naar het sprookje van de Rode Schoentjes. Collectie: Kröller-Müller.
Kröller Möller
Het idee voor deze tentoonstelling kreeg Pfeiffer toen hij ontdekte dat in verschillende museumcollecties schilderijen voorkwamen waarvoor Huizer jongedames model hebben gestaan. Één van de topwerken van het Kröller Möller Museum en van het Dordrechts Museum is een Huizer meisje. In de basiscollectie van het Stedelijk Museum bevond zich een soortgelijk portret. “Sterker nog, het bleek om hetzelfde meisje te gaan: Hendrikje Veerman, roepnaam Heintje. Zij was het meisje dat zowel voor Jan Veth als Wally Moes model stond, die in haar de belichaming van de puurheid zagen. Zo kwamen we op het idee om al die ‘meisjes’ voor één keer terug naar Huizen halen. Dat is de tentoonstelling geworden die we nu in huis hebben.”
Als aanvulling op de schilderijen uit begin 1900 is modefotograaf Reinier van der Aart gevraagd de Huizer jeugd van nu in beeld te brengen. Pfeiffer: “Reinier maakt portretten voor Rijksmuseum en Vogue. Ik vroeg hem een moderne reflectie te maken op het Huizer meisje van rond 1900. Dat is Ezra geworden. Hij heeft haar in die oude stijl gefotografeerd en dat heeft hij fantastisch gedaan. Vervolgens kwam hij met het idee om veertig jongeren van nu te fotograferen. Dat is een heel ontroerend kunstwerk geworden, met een diverse doorsnede van de huidige jeugd, met allerlei achtergronden.”
Veel gemeen hebben de jongens en meisjes niet, maar ze laten wèl zien dat er in 125 jaar tijd veel is veranderd vergeleken met de harde tijd waarin Heintje leefde. In haar tijd was er veel armoede en kindersterfte; mensen konden lezen noch schrijven. De wereld is dus best wel veranderd, zoals ook de Huizenaren met hun tijd zijn meegegaan. Eerst waren het boeren, later werden het vissers en toen de Zuiderzee was leeggevist, en de Afsluitdijk de zee had afgesloten, gingen ze huizen bouwen.

Fotograaf Reinier van der Aart fotografeerde Ezra in de stijl van een Huizer meisje anno 1900. Rechts hangen 40 portretten van Huizer jongeren anno nu. Foto: Huizer Museum.
Bruiklenen
De tentoonstelling bestaat voor een groot deel uit schilderijen en tekeningen die particuliere verzamelaars en musea hebben afgestaan. Het was een hoop werk om die bruiklenen te krijgen, bevestigt Pfeiffer: “Ik geloof dat ik nog nooit in mijn leven zó hard heb gewerkt.” Hij heeft moeten praten als Brugman. “Het begint met vertrouwen, want zonder vertrouwen géén bruikleen. Ik begon met het Kröller Möller, want die hadden het meest beroemde schilderij van Huizen, dat portret van Jan Veth dat ons affiche siert.“ Het is één van de topwerken van het Arnhemse museum. “Ik had het geluk dat mijn contactpersoon het idee snapte dat wij alle Huizer meisjes voor één keer wilden terughalen naar Huizen. Door hun medewerking kon ik tegen het volgende museum zeggen: Kröller Möller doet ook mee. En als de één mee doet, doet de ander ook mee; zo kun je de pareltjes aan elkaar rijgen.”
“Natuurlijk heb je geld nodig voor verzekering, transport, klimaat en beveiliging, maar gelukkig hebben we steun gekregen van het Cultuurfonds en bouwbedrijf Slokker. Ook de musea die hun werken hebben uitgeleend hebben ons geholpen, bijvoorbeeld door niets in rekening te brengen voor de kunstkisten waarin de schilderijen worden vervoerd. Dat hadden we zelf niet kunnen betalen.”

Christian Pfeiffer, directeur Huizer Museum, hoopt dat zo veel mogelijk mensen de kans aangrijpen om de Huizer meisjes te bekijken, die anno 1900 model stonden voor kunstenaars als Jan Veth en Wally Moes. Foto: Arnoud van Soest.
Klein maar krachtig
Tot slot lopen we naar de bovenverdieping, waar de tentoonstelling is te zien. Voor wie slecht ter been is, is er een lift. We zetten de directeur naast Heintje van Jan Veth op de foto. “Ja, het is een klein schilderij, dat zegt iedereen. Maar het is wel een krachtig schilderij. Jan Veth heeft haar zó waanzinnig fijn geschilderd. Zijn techniek is meesterlijk; hij behoorde écht tot de top.”
Pfeiffer hoopt dat zo veel mogelijk mensen de schilderijen komen bekijken. “We hebben nu àlle Huizer meisjes bij elkaar, dat is wel bijzonder. Op 1 november gaat Heintje weer terug naar het Kröller Möller Museum in Otterlo.”
Zie hier voor meer informatie over het Huizer Museum.
Auteur: Arnoud van Soest
Publicatiedatum: 25/06/2026
Vul deze informatie aan of geef een reactie.