Oneindig Noord-HollandBeleef de geschiedenis van jouw provincie

Radboud: koning van West-Friesland

De verhalen over Koning Radboud (670-719) spreken nog steeds tot de verbeelding. Zijn bijna bekering tot het christendom en de dramatische Slag bij Dorestad (697) vormen de inspiratie voor talloze boeken. Na een even dramatische film is er nu ook een tentoonstelling aan Radboud gewijd. In het West-Friese kasteel dat zijn naam draagt, maak je kennis met de man achter de legende. Wat weten we eigenlijk over deze koning in de kantlijn van de geschiedenis?

Magna Frisia, het vroegmiddeleeuwse Friesland, was veel groter dan de huidige provincie Friesland. Het omvatte het kustgebied tussen het Zwin in het zuiden, nabij de huidige Nederlands-Belgische grens, en de monding van de Wezer in het noordoosten van het huidige Duitsland.

Het landschap zag er in de middeleeuwen heel anders uit dan tegenwoordig. Rivieren en getijdenstromen werden nog niet beheerst door dijken en sluizen, waardoor grote delen van dit gebied nat en onveilig waren. Alleen enkele hoger gelegen gebieden boden bescherming tegen het regelmatig terugkerende water. In West-Friesland vestigden mensen zich daarom op duinen en oeverwallen. Later werden er ook huizen gebouwd en landbouw gedreven op terpen: kunstmatige verhogingen in het landschap.

Zo ontstond er een verzameling van kleine eilandjes, gelegen tussen de Noordzee en de slecht toegankelijke veenmoerassen van het binnenland. In Frisia groeiden de havens uit tot belangrijke centra van handel en macht.

Kaart van Magna Frisia in het Latijn. Beeld via Wikimedia Commons, vervaardiger: Frankish_Empire_481_to_814-fr.svg: Sémhur, Eric.dane800nc ex leg.jpg: RACM & TNOderivative work: Richardprins, CC BY-SA 3.0.

Handel en macht

Omdat er weinig mogelijkheden waren voor graan- en akkerbouw, hielden de bewoners zich vooral bezig met veeteelt en visserij. Daarnaast dreven zij handel over lange afstanden, zowel over zee als via de grote rivieren. Daardoor vormden de Friezen een belangrijke schakel tussen het Frankische binnenland en de Angelsaksische en Scandinavische gebieden. De handelaren kwamen op deze manier in contact met veel verschillende volkeren, culturen en religies. Dit zou kunnen verklaren waarom Frankische en Angelsaksische missionarissen in het begin weinig succes hadden met het bekeren van de Friezen tot het christendom. De strenge regels en vaste gebruiken van het geloof spraken waarschijnlijk minder aan bij een volk dat gewend was om met mensen van verschillende achtergronden en geloofsovertuigingen om te gaan.

In deze periode zijn rechtspraak en geloof nog nauw met elkaar verbonden. De Friese samenleving had zijn eigen regels, die later (deels) werden vastgelegd in de Lex Frisionum: een wetboek dat de basis zou vormen voor ons huidige rechtssysteem. De Lex Frisionum (de wet der Friezen) werd in 802/803 op schrift gesteld in opdracht van keizer Karel de Grote. Friesland was toen al lange tijd onderdeel van het Frankische Rijk. In het boek wordt onderscheid gemaakt tussen drie juridische gebieden: Oost-Friesland, Centraal-Friesland en West-Friesland.

Radbodus primus, uit de serie ‘Friese heersers’, prentmaker: Simon Frisius, 1622. Collectie Rijksmuseum: RP-P-1905-5737.

West-Friesland en het Frankische Rijk

Waarschijnlijk bestond Frisia destijds uit verschillende kleine machtsgebieden, bestuurd door lokale leiders met hun eigen volgelingen. Soms wist een succesvolle stamleider zijn invloed uit te breiden over een groter gebied. Radboud was waarschijnlijk zo’n lokale machthebber, met tevens veel invloed op de politiek in het Frankische Rijk. Hoogstwaarschijnlijk behoorde West-Friesland tot zijn machtsgebied. Frankische biografen beschreven hem als een koning, maar het is onbekend of zijn onderdanen hem ook zo zagen.

Door de lange grens, tussen West-Friesland en de Frankische wereld, was Radboud nauw betrokken bij het wel en wee van zijn zuiderburen. Onder zijn bewind nam de dreiging van de Franken toe, die steeds verder oprukten langs de grenzen van het welvarende Frisia. Radboud wist dat een directe confrontatie met de Franken weinig kans van slagen had en koos daarom voor een strategische aanpak. Ondanks deze spanningen waren zij voor de Friezen belangrijke handelspartners.

Portret van koning Radboud uit de zeventiende eeuw, vervaardiger onbekend. Beeld via Kasteel Radboud.

Wie was koning Radboud?

Over koning Radboud (voor 670–719) zijn er door de eeuwen heen veel verhalen, sagen en legenden ontstaan. Zoals bij veel personen uit de vroege middeleeuwen wordt zijn naam in historische bronnen op verschillende manieren geschreven. In Frankrijk en Duitsland staat hij bekend als Radbod, terwijl in Friese en Engelstalige bronnen de naam Redbad wordt gebruikt. In de Nederlandse literatuur is Radboud de meest gangbare schrijfwijze. Andere namen voor de koning van de Friezen zijn: Redbald, Radbodes, Radboldus, Rabbaud en Radboldo.

Radboud werd waarschijnlijk vóór 670 geboren, al weten we dat niet zeker. Pas rond 695 wordt hij als volwassen man vermeldt in de historische bronnen. Over zijn gezin is weinig bekend: de naam van zijn echtgenote is niet overgeleverd noch het aantal kinderen die uit dit huwelijk zijn voortgekomen. Wel staat vast dat hij een dochter had, genaamd Theudesinda, die trouwde met een zoon van hofmeier Pepijn II van Herstal. Daarnaast wordt melding gemaakt van een gelijknamige zoon, die op jonge leeftijd overleed.

Vroegmiddeleeuwse bronnen

Voor de geschiedenis van Radboud zijn er drie belangrijke bronnen uit de vroege middeleeuwen: Liber historiae Francorum (‘Boek van de geschiedenis van de Franken’), de Gesta Francorum (‘Daden van de Franken’) en de Annalen van Metz. Elke kroniek weerspiegelt een nieuwe generatie, die weer op een andere manier naar het verleden keek. Geen van deze teksten is tijdens Radbouds leven geschreven. Het Liber historiae Francorum uit 727 komt nog het dichts bij in de buurt: acht jaar na zijn dood en dertig jaar na de Slag bij Dorestad.

‘Pippijn voerde ook veel oorlogen tegen de heiden Redbad en de andere principes, tegen de Zwaben en tegen vele volkeren.’ (uit Liber historiae Francorum, 727)

Radboud wordt zijdelings genoemd in de verhalen van Frankische kroniekschrijvers en hagiografen (auteurs van heiligenlevens). Het is goed om te realiseren dat deze schrijvers allemaal partijdig waren en hem doorgaans in een kwaad daglicht plaatsten. Volgens Altfried in Het leven van Liudger zou Radboud in de laatste jaren van zijn leven ernstig ziek zijn geweest, waarna hij in 719 overleed.

Radboud, koning der Friezen, weigert zich in 719 door bisschop Wulfram van Sens te laten dopen. Radboud staat met één been in het doopvont. Prentmaker: Jacob Folkema, naar Louis Fabritius Dubourg, 1749 – 1759. Collectie Rijksmuseum, objectnummer: RP-P-1905-445X.

Het vroege Christendom

Als we de bronnen mogen geloven was Radboud een ruwe krijgsheer die opkwam voor de belangen en het geloof van de West-Friezen. Één van de meest beroemde legendes gaat over zijn bijna-bekering van heiden tot christen. Koning Radboud zou zich laten dopen in Hoogwoud en stond al met één been in de doopvont toen hij zich bedacht. Net voor de onderdompeling vroeg Radboud aan bisschop Wolfram van Sens (640-703), ook wel Wulfram van Fontanelle genoemd, of zijn voorouders ook in de hemel zouden zijn.

Wolfram antwoordde dat dat niet het geval was, aangezien zij immers niet gedoopt waren en dus in de hel zouden verblijven. Daarop bedacht Radboud zich geen moment en liet weten dat hij dan koos voor een hiernamaals met zijn voorgangers. Toen hij had besloten zich niet tot het christendom te bekeren, brak de doopvont in tweeën. Één deel belande in een diepe kolk en de andere helft werd volgens de legende naast het kerkje van Hoogwoud bewaard.

De heidense Friezen hebben geen geschreven bronnen achtergelaten en na hun bekering tot het christendom wilden zij liever niet meer herinnerd worden aan hun heidense verleden. Het is daarom dan ook niet verwonderlijk dat Radboud als heidense vorst in vroegmiddeleeuwse geschriften negatief werd afgeschilderd.

Volgens de hagiografie (heiligenleven) van Willibrord betekende de Slag bij Dorestad (697) een keerpunt. Vóór dit gevecht zag de missionaris weinig mogelijkheden om de Friezen te bekeren, maar na de nederlaag van Radboud tegen Pepijn II was het tij gekeerd. Kloosters speelden vervolgens een belangrijke rol in de kerstening van de Friezen. Door de relatieve afzondering van de (heidense) wereld werden hier nieuwe missionarissen opgeleid.

Kasteel Radboud in Medemblik. Beeld: Kasteel Radboud.

De Slag bij Dorestad

In de zomer van 697 trok een Frankisch leger, onder leiding van Pepijn II, richting het mondingsgebied van de Rijn om te vechten tegen de opstandige Friezen. Radboud had zich met zijn krijgers teruggetrokken in het voormalige Romeinse castellum van Wijk bij Duurstede, destijds bekend als Dorestad. Volgens de Frankische kroniek Annales van Metz (806) was Radboud zelf verantwoordelijk voor de aanval: hij had geroofd op Frankisch grondgebied en de bevelen van de Frankenleider genegeerd. De Frankische troepen maakten korte metten met wat in de kroniek wordt omschreven als Radbouds “trotse en krachtige legermacht”. De West-Friese leider moest het slagveld haastig verlaten, waarmee Pepijns doel was bereikt. Vervolgens eigende Pepijn zich de kostbaarheden uit Dorestad en de omliggende streek toe.

Na de slag bij Dorestad leek het er even op alsof het gedaan was met de macht van de West-Friese leider. Waarschijnlijk was het Pepijn niet zozeer te doen om de verovering van het Friese gebied, maar om een aandeel in de lucratieve handel. Dat zou ook kunnen verklaren waarom hij in 707 de dochter van Radboud accepteerde als concubine voor zijn voorname zoon Grimoald de Jongere. Geen van beiden konden destijds voorzien dat de relatie tussen hun kinderen jaren later zou worden omgezet naar een officieel huwelijk. Ondanks alles zouden Radbouds nazaten de macht erven.

In Kasteel Radboud is tot eind 2026 de tentoonstelling ‘Radboud, tussen zwaard en ziel’ te zien. Voor iedereen die zich afvroeg waarom het kasteel zo heet, deze tentoonstelling geeft het antwoord. Dat niet alleen, ‘Radboud’ neemt je mee naar het oude Frisia in de vroege middeleeuwen en de strijd met de Franken. Kijk op de website van Kasteel Radboud voor meer informatie.

Auteur: Judith van Amelsvoort

Bronnen:                    

  • Zaalteksten van de tentoonstelling ‘Radboud, tussen zwaard en ziel’, via Kasteel Radboud, Monumentenbezit.
  • Sven Meeder & Erik Goosmann, Redbad: Koning in de marge van de geschiedenis, Houten 2018.
  • J.W. Groesbeek, Middeleeuwse kastelen van Noord-Holland. Hun bewoners en bewogen geschiedenis, Haarlem 1981, p. 294.
  • Judith van Amelsvoort, Het spook van koning Radboud: de Tientôn-elfrib, 2022.

Publicatiedatum: 24/06/2026

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.