Huizer Museum Het Schoutenhuis

Hoezo, een gekozen burgemeester? Het beroep van schout, hoofd van het dorpsbestuur en de politie, was in het begin van de negentiende eeuw gewoon te koop. Dit blijkt uit de aankoopakte van Jan Hendrik Habermehl die op 3 juli 1806 voor tweeduizend gulden het herenhuis, met stalling, erf en grond, aan de Achterbaan 82 te Huizen kocht. Daarnaast kocht hij voor drieduizend gulden het ambt van schout.

Het Schoutenhuis. Hier werd vroeger recht gesproken en woonde de schout. Beeld: Peter Peeters.

De schout

Habermehl kocht het ambt van zijn voorganger Hendrik Oldendorp. Habermehl was afkomstig uit Duitsland en kwam om economische redenen naar het Gooi. Hij vestigde zich in Huizen, dat hem nog het meest deed denken aan zijn geboorteplaats Rixfeld. In Huizen brak voor hem geen plezierige tijd aan. Hij verloor binnen twee jaar zowel zijn zoontje als zijn vrouw.

In 1810 werd het Koninkrijk Holland ingelijfd bij Frankrijk. Voortaan werd de schout benoemd door de Prefect, het hoofd van het departement. Habermehl raakte hierdoor begin 1811 het schoutambt kwijt en daarmee ook de bijbehorende inkomsten. Hij kon tot aan zijn dood op 1 december 1811 nog bijverdienen als bode, herbergier, tapper, vendumeester (veilingmeester) en zoutverkoper.

Het Huizer Museum. Beeld: Peter Peeters.

Het Regt-Schoutenhuis

Naast woonhuis voor de schout had het gebouw aan de Achterbaan ook andere functies. Zo vergaderde in de achttiende en begin negentiende eeuw het Huizer dorpsbestuur in het voorhuis van de voormalige zeventiende-eeuwse boerderij. Tevens was, vanwege de aanwezigheid van de schout die ook officier van justitie was, eind zeventiende eeuw het Regthuis, waar recht gesproken werd, daar gevestigd. Na een rechtzaak in de ‘groote Regtkamer’ kon men een biertje drinken in de herberg die zich, zoals gebruikelijk was in die tijd, ook in het pand bevond.

Verbouwing

Eind negentiende eeuw is het voorhuis los van de boerderij komen te staan en is er een verdieping bovenop geplaatst. Balklaag, vensters en deuren tonen dat aan. In het jaar 1924 werd het Schoutenhuis verbouwd tot twee winkels. Eind vorige eeuw kwam het idee op om van het pand een cultuurhistorisch museum te maken.

De gaslamp naast de ingang van het museum. Bij het Huizer Museum meteen links naast de ingang staat de enige nog werkende gaslamp van Huizen. Vroeger, toen er nog geen elektriciteit was, brandden de straatlantaarns op gas. Beeld: Peter Peeters.

Herbouw van het Schoutenhuis

Een succesvolle sponsoractie eind twintigste eeuw zorgde voor de benodigde financiën. Na bouwkundige inspectie bleek echter dat het pand volledig opnieuw opgebouwd moest worden. Door het bijspringen van de gemeente kon de bouw toch nog doorgaan.

Bij de bouw werd uitgegaan van de situatie van het Schoutenhuis van vóór 1920. Op 19 november 1994 werd symbolisch de laatste steen gelegd en was het Huizer Museum een feit. Het museum heeft als doel de geschiedenis en het karakter van Huizen in beeld te brengen, met aandacht voor het visserijverleden, de aardewerkindustrie en de Huizer klederdracht. Daarnaast is er ook nog ruimte om hedendaagse kunst te tonen en is het archief van de Historische Kring Huizen in het pand gehuisvest.

Auteur: Kirsten Kouwenhoven.

Bronnen

‘Tussen Vecht en Eem’, 13e jaargang, nummer 2, mei 1995.
Historische Kring Huizen, De Huizen van de gemeente… (Huizen 1986).
http://www.huizermuseum.nl/

Publicatiedatum: 04/02/2012

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.