Na de watersnoodramp: wrakhout, slib en muggen
Donkere wolken dansende muggen krioelden boven stilstaande plassen, dikke lagen slib ruïneerden het land en ontzagwekkende kluiten veen lagen verspreid over de langzaam droogvallende weilanden. Toen het voorjaar kwam, diende de ene na de andere plaag zich aan in het gebied dat in januari 1916 werd getroffen door de watersnoodramp. Het water daalde en vele poeltjes met brak water in een grote wildernis bleven over. Waterlanders vreesden dat hun landerijen onbruikbaar waren geworden en er vond een grote evacuatie van ronddobberende eenden plaats. “Over alles ligt de vale dood gespreid”, aldus de Nieuwe Rotterdamsche Courant op 7 mei 1916.
>