Westfriese Omringdijk

Door het geografisch bijzondere gebied van West-Friesland loopt de oudste dijk van Nederland: de Westfriese Omringdijk. Dit 126 kilometer lange provinciale monument verbindt de historische steden Alkmaar, Hoorn, Enkhuizen en Medemblik en beschermde honderden jaren lang een groot deel van Noord-Holland tegen oprukkend water.

Deels vormt de Westfriese Omringdijk nog steeds een grens tussen land en water, maar elders loopt de dijk door land en tussen polders en droogmakerijen met een eveneens rijke historie.

Westfriese Omringdijk

Westfriese Omringdijk. Frits van Eck Fotografie

Terpen in het water

Van oudsher lag West-Friesland als het ware ‘in het water’. Het drassige kwelderlandschap werd afgewisseld door meren en veenmoerassen. Grote delen van de regio stonden in open verbinding met de zee en het gebied werd deels bedekt door een dikke veenlaag. De mensen die destijds in dit drassige gebied leefden, woonden op de hoger gelegen zandruggen. Later wierpen de Westfriezen zelf kunstmatige heuvels, terpen, op om bij vloed droog te blijven. Om ook de landbouwgrond droog te houden, werden hier dijkjes omheen gebouwd en het overtollige water werd er uit afgevoerd. Echter, doordat het water uit de veengrond wegliep, zakte deze grond in. In de loop der tijd daalde het Westfriese gebied zodoende tot onder zeeniveau en verloor de regio steeds meer grond aan de gestaag groeiende Zuiderzee. Vanaf het jaar 1000 begonnen de Westfriezen met het bouwen van dijken tegen het oprukkende water, stormvloeden en springtij.

Palen, zeewier en voorland

Met behulp van vele palen en grote hoeveelheden zeewier werden de dijken opgeworpen. Het water bleef toeslaan, soms met succes, waardoor er nog steeds bochten in het verloop van de dijk te zien zijn. De dijken kregen ook een stuk buitendijksland, voorland, waar de golven op konden stuklopen. De Zuiderzee vrat echter veel van dit voorland weg. Op sommige plekken werden er daarom landinwaarts nieuwe dijken gebouwd. In de 12de eeuw werd de Westfriese Omringdijk door een geheel van verschillende dijken gevormd. Rond 1320 werd de Omringdijk een gesloten geheel en zag West-Friesland eruit als een bedijkt eiland bij de Zuiderzee. Binnenmeren, zoals de Schermer en de Beemster zijn pas in de 17de eeuw ingepolderd. Daarvoor hadden deze wateren voor veel overstromingen gezorgd.

Monument Dijkdoorbraak 1675

Monument Dijkdoorbraak 1675. In 1675 breekt de dijk voor het laatst door. Januari 1676 is de dijk weer gedicht. Vanaf 1983 is de dijk een provinciaal monument.

Stroomgaten en paalwormen

Verschillende keren kreeg West-Friesland te maken met stormen en hoog water. In 1675 brak de Zuiderzee voor de laatste keer door de Westfriese Omringdijk bij Scharwoude. De Westfriezen hielden de moed er te allen tijde in en bleven de dijk bij stroomgaten repareren en overstroomde gebieden droogmalen. De diepste gaten hebben een meertje achtergelaten, ook wel een ‘wiel’ genoemd. De Grote Waal, nu onderdeel van een woonwijk van Hoorn, is daar onder andere een overblijfsel van. In de 17de eeuw kreeg de Westfriese Omringdijk nog een probleem. VOC-schepen namen, naast alle specerijen, ook onbedoeld een wormsoort mee uit de tropische zeeën. Dit wormpje kreeg al snel de naam ‘paalworm’ toen het de houten palen in de Omringdijk ging verorberen. Om de dijken te verstevigen werd sindsdien natuursteen gebruikt, wat de dijk een ander aanzicht gaf.

Kasteel Radboud Medemblik

Kasteel Radboud Medemblik. Bron: Wikimedia Commons

Dwangburchten

De Westfriese Omringdijk zelf is een monument, maar ook rond deze grens tussen land en water is er om de paar meter wel een erfgoedlocatie of museum te vinden die je mee terug neemt naar een veelbewogen verleden. Zo kun je onder andere het gerenoveerde Kasteel Radboud vinden in Medemblik en de reconstructie van Kasteel Nuwendoorn in Eenigenburg vanaf de Omringdijk aanschouwen. Dit zijn twee markante overblijfselen uit de late Middeleeuwen, toen Graaf Floris V meende aanspraken te hebben op West-Friesland en het gebied aan zich trachtte te onderwerpen door dwangburchten – waaronder deze kastelen – te bouwen.

Molen met gemaal Schellinkhout

Molen met gemaal Schellinkhout. Bron: Wikimedia Commons

Molens en musea

Bij de dijk zijn er ook molens te vinden. Bij Schellinkhout, vlakbij Hoorn, is er nog een complete windmolen te vinden, met aanvoervaart van het polderwater, doorgang door de dijk en vaart door het voorland. Hoe meer water er uit West-Friesland verdween, hoe meer de bodem van het gebied daalde tot het als het ware een badkuip was. Voorheen kon overtollig regenwater bij eb door een schuif in de dijk weglopen, maar op een gegeven moment liep het niet meer uit zichzelf weg. Hier werden destijds windmolens voor neergezet. Naast de burchten en molens is er nog veel meer van en over het verleden van het Westfriese gebied en de dijk te vinden, waaronder bijvoorbeeld het Westfries – en Zuiderzeemuseum, in en om de oude Friese nederzettingen, die later uitgroeiden tot de steden Alkmaar, Enkhuizen, Hoorn en Medemblik.Geschreven door Liza Koppenrade

Bronnen

Westfries Genootschap. (z.d.). Korte geschiedenis van de Westfriese Omringdijk.

Westfriese Omringdijk. (z.d.).

Publicatiedatum: 08/07/2015