‘Ik wil water zien, ook al staat het op mijn achtererf’

In het fraai uitgegeven boek 'De Waterwolf in Waterland' wordt een vrij gedetailleerd beeld gegeven van de watersnood die in januari en februari 1916 heel Waterland, de oostkant van de Zaanstreek en bijna de hele Anna Paulownapolder onder water zet. Waterschapshistoricus Diederik Aten beschrijft het hele proces van dijkdoorbraak tot dijkherstel, terwijl Frouke Wieringa de herinneringsboekjes die aan de watersnood van 1916 zijn gewijd onder de loep neemt.

Lees volgende verhaal

Omslag ‘Waterwolf in Waterland’

Omslag 'Waterwolf in Waterland'Omslag ‘Waterwolf in Waterland’

In de nacht van 13 op 14 januari 1916, na hevige stormen, breken de dijken door en lopen de polders vol. Marken wordt het zwaarst getroffen. Twintig houten huizen worden door de woeste golven meegesleurd; 19 mensen verdrinken.

In Broek in Waterland kleedt gemeentesecretaris S. Pronk zich snel aan en rent naar de rand van het dorp, waar de Waterlandse Zeedijk zich als een donkere streep aftekent tegen de grijze lucht. Ineens wordt die streep in de buurt van Zuiderwoude afgebroken. Het lijkt of een grijze muur van water op het dorp afrolt. Hij besluit meteen de noodklok te luiden.

Al snel vullen de kerken zich met koeien, want deze bouwwerken liggen vaak op de hoogste plekken van het dorp. Mensen stoppen gauw wat huisraad in kinderwagens of karren en vluchten naar Amsterdam, waar ze worden opgevangen in logementen. Het Rode Kruis zorgt voor bedden, matrassen en dekens terwijl het Leger des Heils stamppot en erwtensoep brengt.

Durgerdam 1916.

Beeld: collectie Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier

Durgerdam 1916.Durgerdam 1916.

Logementen

In Amsterdam worden in diverse logementen zo’n 3300 vluchtelingen opgevangen, maar de meeste vluchtelingen – 7000 in totaal – komen in Zaandam terecht. Daarvoor worden acht lagere schoolgebouwen beschikbaar gesteld, maar het overgrote deel van de vluchtelingen vindt onderdak bij familie en vrienden.

400 Volendammers moeten hun woning ontvluchten omdat die tot aan de goot blank staan. Ze worden opgevangen in de overwegende katholieke dorpen tussen Hoorn en Enkhuizen. De meeste komen in Grootebroek terecht. Eén Volendammer die door de kapelaan huisvesting op een boerderij krijgt aangeboden, slaat dat aanbod vriendelijk af: ‘Nee kapelaan, mij niet gezien… Ik wil water zien, ook al staat het op mijn achtererf.’

Voor de reddingswerkzaamheden en de aanleg van noodkeringen worden duizenden militairen ingezet, die als gevolg van de Eerste Wereldoorlog in de forten van Stelling van Amsterdam zijn gemobiliseerd. De Amsterdamse gemeentediensten sturen boten naar het overstroomde gebied om mensen te redden, vee af te voeren en kadavers van verdronken vee op te vissen. De Amsterdamse Gemeente-Waterleiding levert drinkwater aan het getroffen gebied. Toch stapt de bevolking na terugkeer zo snel mogelijk weer over op regenwater. Het duinwater vinden ze blijkbaar niet zo lekker.

Overlopen van de Kloosterdijk, met rechts op de achtergrond Monnickendam.

Beeld: Noord-Hollands Archief, collectie foto's Provinciale Atlas.

Overlopen van de Kloosterdijk, met rechts op de achtergrond Monnickendam.Overlopen van de Kloosterdijk, met rechts op de achtergrond Monnickendam.

Nog een storm

Een maand na de eerste dijkdoorbraken, waardoor in totaal 14.000 hectare blank komt te staan, breekt er nog een storm uit. Door de gaten in de Zuiderzeedijken stroomt veel water het gebied in, zodat Purmerend bijna in zijn geheel blank komt te staan. Veel inwoners worden gedwongen naar droog gebleven gebouwen te vluchten of vinden onderdak bij gastgezinnen. Ook in Monnickendam begeeft de noodkering het. In het overstroomde gebied moeten achtergebleven bewoners alsnog wijken voor de golven.

Maar in april lijkt het ergste leed geleden en keren de bewoners weer langzaam naar hun woningen terug. De provinciale overheid trekt lessen uit de watersnood. Het toezicht op de waterschappen wordt verscherpt, het alarmeringssysteem verbeterd en de dijken – voor zover niet in handen van het Rijk of de provincie – worden ondergebracht bij een nieuw, groot en professioneel waterschap: Hoogheemraadschap Noord-Hollands Noorderwartier. Onder leiding van Provinciale Waterstaat werd in een paar jaar tijd een dijkverbetering uitgevoerd die zijn weerga niet kende, schrijft waterschapshistoricus Diederik Aten. ‘Van Den helder tot Schellingwoude gingen de zeedijken op de schop.’

Daar bleef het overigens niet bij, want na grote watersnoodramp van 1953 werden de dijken in heel Nederland op Deltahoogte gebracht. Maar toen lag de Afsluitdijk er al die sinds 1932 een extra dam vormde tegen het in stormachtige nachten oprukkende zeewater.

Een van de fundering gespoeld huis op Marken

Beeld: Waterlands Archief

Een van de fundering gespoeld huis op MarkenEen van de fundering gespoeld huis op Marken

Herinneringsboekjes

In het tweede deel van ‘De Waterwolf in Waterland’ geeft Frouke Wieringa een overzicht van de herinneringsboekjes die over de watersnood van 1916 zijn verschijnen.

Eén daarvan is ‘Bij ons in Noord-Holland’ van dominee H.J. Heynes, die tijdens de watersnood in Landsmeer werkzaam is. Aangezien zijn hooggelegen kerk is ingepikt door het vee en de meeste gemeenteleden naar Amsterdam zijn geëvacueerd, heeft hij alle gelegenheid zich over een handjevol achterblijvers te bekommeren. Zo bezoekt hij een oud moedertje dat op een wrak zoldertje in het overstroomde gebied is achtergebleven. Dominee troost haar met de woorden dat ‘God ook op het vlierinkje zit.’ Wat moet je anders …

Maar de meeste aandacht besteedt Wieringa aan een plaatjesalbum dat de Zaanse thee- en koffiehandel Ter Wee uitbrengt en dat in facsimile integraal in het boek is opgenomen. In dit voor een groot publiek bedoelde boekje, waar 72 met de hand gekleurde foto’s in pasten die je bij een pakje thee kon krijgen, doet een anonieme schrijver verslag van zijn verkenningstochten door het overstroomde gebied.

Schapen in afschuiving van de zeedijk bij Durgerdam.

Beeld: Noord-Hollands Archief, collectie foto's Provinciale Atlas.

Schapen in afschuiving van de zeedijk bij Durgerdam.Schapen in afschuiving van de zeedijk bij Durgerdam.

Vloedgolf

Zo praat hij in Monnickendam met een man die beschrijft hoe een vloedgolf over de weg waar hij aan woont springt, en hoe hij vervolgens alle naden van zijn voordeur probeert dicht te stoppen om te voorkomen dat het water binnendringt. ‘Maar naast mijn huis in de steeg, was het een brullen, een kolken, een schuimen, een geraas van het water, dat met ontzettende kracht naar de lagere deelen van de stad stroomde.’

In Purmerend komen sommige mensen er nog relatief goed vanaf, zo maken we op uit een brief die de schrijver van Neef Piet ontvangt, een brief die hij voorleest aan vrouw en kinderen. ‘Oom, je moest ons huishoudentje eens zien. We huizen op de bovenverdieping. De bakker en de kruidenier bedienen met een schuitje hun klanten. Door middel van een mandje aan een touw halen wij de bollen en boodschappen naar boven.’ Waarop één van de kinderen opmerkt: ‘Hè, wat leuk Pa.’

Omslag plakplaatjesalbum Ter Wee.

Omslag plakplaatjesalbum Ter Wee.Omslag plakplaatjesalbum Ter Wee.

De eerste grassprietjes

De schrijver, volgens Wieringa vermoedelijk een journalist van één van de regionale bladen, beschrijft het hele proces: van het moment dat het water komt opzetten tot het moment dat het water zich weer terugtrekt: ‘Eerst staken de grassprietjes boven het water uit, toen werd het land zichtbaar, eindelijk onderscheidde men greppels en slooten en zag men de laatste zich langzaam inkrimpen tot hun eigenlijke breedte.’

De auteur eindigt zijn relaas met de waarschuwing dat we altijd waakzaam moeten blijven ‘voor die verraderlijke zee’. In zijn voorwoord bij dit plakplaatjesalbum brengt G.J. Honing het overigens nog poëtischer onder woorden. Hij hoopt dat het besef helder blijft ‘dat de waterwolf wel kan slapen, maar niet dood is, en dat ook in de toekomst deze oude vijand van onze lage landen, gelegen bij de zee, de kusten weder kan bespringen.’

Om er meteen aan toe te voegen dat we die dramatische gebeurtenissen in januari en februari 1916 nu tenminste wel kalm kunnen bepraten ‘onder het gebruik van een kopje thee, en wel, zooals gehoopt en gewenscht door den uitgever, een kopje TER WEE’S thee.’

‘De Waterwolf in Waterland’ van Diederik Aten en Frouke Wieringa telt 208 bladzijden, is rijkelijk geïllustreerd en is te bestellen bij Uitgeverij Pirola.

Auteur: Arnoud van Soest

Honderd jaar Watersnood 1916

In 2016 is het honderd jaar geleden dat Noord-Holland werd getroffen door een grote watersnoodramp. In de nacht van 13 op 14 januari 1916 loeide een zware storm over de provincie die zorgde voor vele dijkdoorbraken met rampzalige gevolgen. Dit jaar vieren we honderd jaar droge voeten, vergroten we historische kennis over de ramp en bevorderen we bewustzijn op het gebied van waterbeheersing. Ook is er aandacht voor innovatieve ontwikkelingen op het gebied van waterbeheersing en ecologie. Hierin is een belangrijke rol weggelegd voor het project WaterKustLand van Stichting Een Dijk van een Kust. Oneindig Noord-Holland bewaart de verhalen, boeken, bronnen en foto’s over de watersnoodramp en het herdenkingsjaar voor de toekomst. Dit verhaal is onderdeel van deze campagne. Klik hier voor het overzicht van alle verhalen.

Written by:

Other posts by

Oneindig Noord-Holland maakt verborgen verhalen zichtbaar samen met:

Bekijk het gehele partneroverzicht