Kerken door Zuiderzeewater verwoest

Toen de dijken van de Zuiderzee in januari 1916 na dagenlang stormweer op verschillende plaatsen doorbraken, overstroomde het water snel het laaggelegen Waterland, het oostelijke gedeelte van de Zaanstreek en de Anna Paulownapolder. De inwoners moesten in allerijl het vege lijf zien te redden.

Ze vonden vaak een toevlucht in de wat hoger gelegen oude kerkgebouwen in steden en dorpen. Ook het vee van de boeren kon daar soms terecht. Bedehuizen uit later tijd waren niet op een verhoogde plek gebouwd en werden door de golven overspoeld en beschadigd, waardoor sommige bij een tweede storm in februari instortten.

Rooms-katholieke kerk te Anna Paulowna, per roeiboot bereikbaar.

Rooms-katholieke kerk te Anna Paulowna, per roeiboot bereikbaar. Beeld: Noord-Hollands Archief, Provinciale Atlas.

Het vlakke land van Waterland en de aangrenzende Zaanstreek lagen dicht bij de onberekenbare Zuiderzee. Toch zijn er geen hoge terpen te vinden om de voeten droog te houden, zoals in het noorden van het land. Dat heeft te maken met de veengrond die voor het opwerpen van een terp niet zo geschikt is, maar vooral met de bewoningsgeschiedenis van de streek. Toen de eerste boeren hier vanaf de tiende eeuw het drassige land gingen ontginnen door sloten te graven, lag het veengebied nog vele meters hoger dan tegenwoordig. Maar door de verbeterde afwatering klonk het veen in en daalde het maaiveld geleidelijk. Aanvankelijk losten de boeren de toenemende wateroverlast op door de boerderijen op een lichte verhoging te plaatsen, een zogeheten huisterp. Later verplaatsten zij de dorpen eenvoudig naar de hoger gelegen nog woeste grond. Maar toen in de loop van de dertiende eeuw het hele gebied ontgonnen was, bestond die mogelijkheid niet meer en gingen de bewoners het nog steeds zakkende land tegen het buitenwater beschermen door het aanleggen van dijken. Zo ontstond het polderlandschap van Waterland en de Zaanstreek, dat op den duur onder de zeespiegel kwam te liggen.

Kerkheuvel

De dorpen hadden nu een vaste plek gekregen in het laaggelegen land en daarmee ook de dorpskerk. Het belangrijkste gebouw van het dorp werd in de latere middeleeuwen meestal een aantal malen herbouwd op de oude grondvesten en kwam daardoor telkens wat hoger te liggen. Ook het omringende kerkhof werd regelmatig opgehoogd. Er ontstond op deze wijze in veel dorpen een lage kerkheuvel. Die zou eeuwen later nog goede diensten gaan bewijzen als toevluchtsoord bij de overstromingsramp van 1916.

Een muur van water

In januari van dat jaar was het water van de Zuiderzee door aanhoudende harde wind uit het noordwesten hoog opgestuwd. Daarbij waren de dijken door dagenlange regen doorweekt geraakt. Een hevige storm in de nacht van 13 op 14 januari deed de Waterlandse zeedijk op verschillende plaatsen bezwijken. Het eiland Marken met zijn lage dijken werd in diezelfde nacht overstroomd en in de kop van Noord-Holland begaf de zeedijk bij Anna Paulowna het. Het was de ergste overstroming sinds 1825. Van de gemeentesecretaris van Broek in Waterland, Willem van Engelenburg, is een ooggetuigenverslag bewaard gebleven. “In deze grauwen morgen spoedde ik mij naar den ingang van het dorp; daar zag ik de Waterlandse dijk, die zich als een donkere streep aftekende tegen de grijze achtergrond, maar met één oogopslag zag ik ook, dat die streep in de buurt van Zuiderwoude eensklaps werd afgebroken. Ontzet staarde ik naar die plek, waar alles grauw was en grijs; het was alsof ik in de verte een muur zag van water! (…) Het water stormde aan en stroomde spoedig over de laagste straatgedeelten de woningen binnen. In wilde vlucht drongen angstige mensen en loeiend vee het dorp binnen; alles richtte zich naar het hoogst gelegen gedeelte, het Kerkplein.”

 

De dorpskerk van Schellingwoude, rondom in het water.

De dorpskerk van Schellingwoude, rondom in het water. Beeld: Janwillemsen via Flickr.

Kerken als noodopvang, stal, woning, ziekenboeg

In de daaropvolgende dagen breidde de overstroming zich uit totdat het hele gebied ten noorden van Amsterdam rond Edam, Purmerend, Broek in Waterland en de oostelijke Zaanstreek blank stond. Zo was het ook in de Anna Paulownapolder. Op Marken trok het water zich geleidelijk terug, maar daar was het water het hoogst gekomen en waren de meeste slachtoffers gevallen. West-Friesland was gelukkig op het nippertje aan de watervloed ontsnapt. Veel gevluchte inwoners van het getroffen gebied werden opgevangen in grote gebouwen in de omgeving, zoals scholen en vooral de wat hoger gelegen kerken. De Oostzijderkerk in Zaandam had al eerder bij de watersnood van 1825 als wijkplaats gediend.

De Oostzijderkerk te Zaandam, noodopvang van vluchtelingen.

De Oostzijderkerk te Zaandam, noodopvang van vluchtelingen. Beeld: Gemeentearchief Zaanstad.

Behalve de inwoners vond ook het geredde vee een tijdelijk onderkomen in kerkgebouwen. De Landsmeerse Aagje Goede-Kalf beschreef hoe het vee kort na het uitbreken van de ramp in de dorpskerk werd gestald: “De Nederlands hervormde kerk werd ’s avonds vol met koeien gezet. Van P. Blees kwamen er 42 koeien in, ook stonden er eenige paarden in en de banken van de ouderlingen stonden met geiten. Wat een aanblik, de kerk die er zoo keurig netjes uitzag nu gelijk een koestal.”

 

De Grote Kerk van Edam, ter beschikking gesteld voor het vee uit de omgeving.

De Grote Kerk van Edam, ter beschikking gesteld voor het vee uit de omgeving. Beeld: Janwillemsen via Flickr.

Een verslaggever van een grote krant kon op 16 januari meevaren in een roeiboot over ondergelopen land naar Ransdorp. “Het (…) dorp bood een onbeschrijfelijke aanblik. Middenin staat de kerk met zijn geweldigen stompen toren (…). Op de eenige ‘droge’ plaats daaromheen – het kerkhofje – verdrongen zich een driehonderdtal van dorst loeiende koeien, en troepen schapen, die zich, bevend van koude, tegen den kerkmuur met zijn zware beeren aandrukten. Het kerkhofje lag dik onder den koeiendrek. Door dien drek, vermengd met de modder van de overstrooming, sprongen, telkens half door het water wadend, de boerenknechts en de eigenaars der beesten. Ook in de kerk stond het rundvee rij aan rij.” De Grote Kerk van Edam vol met koeien tussen de middeleeuwse zuilen is zelfs een van de bekendste beelden van de ramp van 1916 geworden. Veel rundvee was echter in de stallen verdronken, in de Anna Paulownapolder vrijwel alle dieren. In sommige kerken vonden verdreven inwoners een tijdelijke woonplek. Weer andere, zoals de kerk van Ilpendam, deden dienst als noodhospitaal.

 

De dorpskerk van Ilpendam als noodhospitaal.

De dorpskerk van Ilpendam als noodhospitaal. Beeld: Noord-Hollands Archief, Provinciale Atlas.

Kerken op instorten

Maar een tweede zware stormperiode in februari werd een aantal andere kerken, die opnieuw overspoeld werden, noodlottig. In de nacht van 17 op 18 februari woedde een noordwesterstorm, op 22 en 23 februari gevolgd door een sneeuwstorm uit het noordoosten. Gebeukt door de zware golven en het ronddrijvende wrakhout legden vele huizen, boerderijen en andere gebouwen, die in januari al beschadigd waren, nu het loodje. Daaronder waren de laaggelegen gereformeerde kerken van Buiksloot, Holysloot en Nieuwendam.

De gereformeerde kerk van Buiksloot

De christelijk gereformeerde kerk van Buiksloot was een eenvoudige houten kerk uit 1904, gelegen aan de Buiksloterdijk. De kerk stortte door het watergeweld op 24 februari in. Koningin Wilhelmina, die het rampgebied een paar keer doorkruiste, bezocht de bouwval op 23 mei. Eind augustus begon de afbraak en een jaar later werd de nieuwe stenen kerk geopend. Die heeft het volgehouden tot 1965, in dat jaar werd de kerk buiten gebruik gesteld en daarna gesloopt. De wat hoger gelegen Nederlands hervormde kerk, de dorpskerk van Buiksloot, vol vluchtelingen in januari en februari 1916, bestaat nog steeds, al worden er sinds 1980 geen kerkdiensten meer gehouden. De kerkruimte uit 1609 is tegenwoordig in gebruik voor concerten en evenementen.

 

De gereformeerde kerk van Holysloot

Ook de bescheiden gereformeerde kerk van Holysloot werd door de watersnood zwaar beschadigd. Herstel van het houten bouwwerk uit 1891 zou kostbaar zijn en daarom besloot men hier eveneens tot nieuwbouw. Het nieuwe bedehuis verrees niet op dezelfde plek maar ongeveer vijftig meter naar voren aan de Dorpsstraat, want dat zou ‘niet weinig bijdragen tot de aantrekkelijkheid der omgeving’. Doordat het Nederlandse kerkgenootschap landelijk collecteerde voor de ontstane schade aan zijn kerken werd de nieuwbouw in Holysloot, nu van steen, mogelijk. Bij de opening in februari 1917 had de kerk een nieuwigheid: een kerktelefoon, zodat ook slechthorende kerkgangers het gesproken woord konden volgen. In 1996 sloot de kerk haar deuren en daarna volgde, zoals op meer plaatsen gebeurde, verbouwing tot woning.

De greformeerde kerk van Nieuwendam

De christelijk gereformeerde kerk van Nieuwendam was een van de vele houten panden aan de Meerweg die in januari en februari zwaar getroffen werden. Het kleine gebouw begaf het bij de tweede watervloed in februari en al gauw dreven de kerkbanken tussen het vele wrakhout, tegengehouden door de dijk. De kerkgangers konden tijdelijk terecht in een bedrijfspand en vervolgens in het mooie gebouwtje van de doopsgezinde gemeente aan het nabije Meerpad, het kleinste kerkje van Amsterdam. Hoewel daar zo’n anderhalve meter water in gestaan had, bleef dat behouden en was het snel hersteld. Daarna kerkten zij een tijdje in het weeshuis van de Nederlands hervormde gemeente in Buiksloot. Voorganger F.W. van der Kodde legde op 16 september 1916 de eerste steen voor de nieuwe kerk, die ook verder in steen werd opgetrokken. Bij het verslag van die gelegenheid blikte De Waterlander van 23 september 1916 nog eens terug op de laatste ogenblikken van de oude kerk. “Ook het kerkgebouw was niet bestand tegen de ontzettende kracht van het water en op zekeren dag moest men het met leede ogen aanzien, dat het kerkje met donderend geraas tegen den grond plofte.”

 

Oude gereformeerde kerk te Nieuwendam.

Oude gereformeerde kerk te Nieuwendam. Beeld: Hans1967 via Reliwiki.

De Meerweg met zijn bebouwing is al jaren geleden verdwenen onder de stadsuitbreiding van Nieuwendam-Noord. In 1935 kregen de gereformeerden een nieuw kerkgebouw aan de Nieuwendammerdijk: de Noachkerk. Ook deze kerk werd, na in 1999 buiten gebruik gesteld te zijn, getransformeerd tot woningen. Maar de negentiende-eeuwse Nederlands hervormde kerk, een ‘Waterstaatskerk’ aan het Kerkepad is er nog steeds en naast de preekstoel geeft een peilsteen duidelijk aan hoe hoog ook in die kerk het water op 18 februari 1916 heeft gestaan.

Auteur: Henk Bouma

Honderd jaar watersnood 1916

In 2016 is het honderd jaar geleden dat Noord-Holland werd getroffen door een grote watersnoodramp. In de nacht van 13 op 14 januari 1916 loeide een zware storm over de provincie die zorgde voor vele dijkdoorbraken met rampzalige gevolgen. Dit jaar vieren we honderd jaar droge voeten, vergroten we historische kennis over de ramp en bevorderen we bewustzijn op het gebied van waterbeheersing. Ook is er aandacht voor innovatieve ontwikkelingen op het gebied van waterbeheersing en ecologie. Hierin is een belangrijke rol weggelegd voor het project WaterKustLand van Stichting Een Dijk van een Kust.

Oneindig Noord-Holland bewaart de verhalen, boeken, bronnen en foto’s over de watersnoodramp en het herdenkingsjaar voor de toekomst. Dit verhaal is onderdeel van deze campagne. Klik hier voor het overzicht van alle verhalen.

Bronnen

Bredasche Courant, 17 januari 1916.
‘Koeien in de kerk?, in: De Chronyck van Oud-Quadijck, jrg. 35, nr. 2, 2015, pp. 1-5.
Carly Misset, ‘Storm en verwoesting’, website WaterKustLand, 2015.
Carly Misset en Margreet Lenstra, ‘Nieuws van Toen: Gereformeerde kerken verwoest’, website WaterKustLand, 2015.
A.M. Numan, Noord-Hollandse kerken en kapellen in de Middeleeuwen, ca. 720-1200, Zutphen 2005.