Waternood na watersnood: gemeentepils lest dorst

Als gevolg van de woeste stormvloed in januari 1916 kwamen grote delen van de provincie Noord-Holland onder water te staan. De angst was groot. Huizen spoelden weg, veestapels verdwenen en er waren vele slachtoffers te betreuren. Dit was echter nog maar het begin. In de getroffen gebieden was het leven in de steeds warmer wordende maanden na de watersnoodramp tamelijk zwaar. Voedselschaarste holde de samenleving uit. Bovendien snakte iedereen naar schoon drinkwater.

Op de bon: voedselschaarste

De overstromingen hadden het land geen goed gedaan. Door het zoute water viel er van moestuinen en akkers nauwelijks meer te oogsten. Daarnaast woedde de Eerste Wereldoorlog in Europa, die in toenemende mate voor voedseltekorten zorgde. Nederland was neutraal in de strijd, maar ook hier werden aardappelen, brood, vis en vlees steeds duurder en ontstond voedselschaarste.

Om de voedingsmiddelen eerlijker over de bevolking te verdelen werd daarom de Distributiewet ingevoerd. Daarnaast waren er al maatregelen om zwarte handel en hamsteren tegen te gaan. Steeds meer producten gingen op de bon. Naast voedingsmiddelen als brood, vis en vlees, konden mensen ook artikelen als zeep, schoenen en petroleum via een systeem van voedselbonnen krijgen. In menig krant werd er geschreven over deze broodkaarten en regeringsmelk.

Watersnood 1916

Watersnood 1916 Boerderij van Wuis aan de v. Ewijcksvaartweg in Anna Paulowna. Inventarisnummer: NL-HlmNHA_559_000871_01. Beeld: Noord-Hollands Archief, collectie Provinciale Atlas Noord-Hollands Archief, collectie Provinciale Atlas.

Van watersnood tot waternood

Vele gemeenten en regio’s die het zwaarst werden getroffen door de stormvloed, hadden nog geen waterleidingen. De bewoners waren daardoor aangewezen op putten en regenbakken, maar deze waren door de overstroming volgelopen met vervuild, zout water en beschadigd. Grachten, sloten, reservoirs, nergens was schoon water te vinden. Het enige water waar de bevolking over kon beschikken, was in kleine tonnen opgeslagen en werd gerantsoeneerd.

Watersnood in Waterland

Watersnood in Waterland. Have en goed wordt aan land gebracht. Beeld: Martin Monnickendam (1874-1943), Stadsarchief Amsterdam.

Gemeentepils tegen de dorst

Ook nadat de dijken waren gedicht en de grote hoeveelheden overstromingswater van de ondergelopen gebieden werden weggepompt, werd er naar drinkwater gesmacht. Om het rampgebied te ondersteunen, vaarden dagelijks schuiten met zuiver water uit Amsterdam naar het overstroomde Waterland. Amsterdam had namelijk wel een eigen duinwaterleiding, al meer dan vijftig jaar. De gratis ‘gemeentepils’ – een schertsende benaming voor leidingwater – werd in melkbussen naar de ondergelopen buurten en wijken gebracht.

Vluchtelingen uit Oostzaan

Vluchtelingen uit Oostzaan Bij de Zuidervaldeursluis, tijdens de watersnood van 1916. Inventarisnummer: NL-HlmNHA_162_2650_1528. Beeld: Noord-Hollands Archief, collectie Provinciale Atlas

Waterleiding in aantocht?

Je zou denken dat er na de watersnoodramp van 1916 al snel waterleidingen werden aangelegd, maar dit gebeurde niet met stoom en kokend water. De aanleg van een waterleiding was een kostbare zaak. In Purmerend, Monnickendam en Edam duurde het nog tot 1921 en 1923 voor er drinkwater uit de kraan kwam. Een van de zwaarst getroffen plekken, Marken, kreeg pas in 1931 waterleiding.

In 1932 kwam de Afsluitdijk gereed en werd de Zuiderzee het IJsselmeer. De veiligheid leek teruggekeerd. Een ramp als in 1916 zou hopelijk niet meer gebeuren.

Auteur: Liza Koppenrade

Bronnen

Publicatiedatum: 08/11/2016