1876: de opening van het Noordzeekanaal

'Kan het niet zo, heren?' opperde koning Willem I in 1816 tijdens een kabinetszitting over de aanleg van een nieuwe vaarweg van het IJ in Amsterdam naar de Noordzee.

Met een potlood trok de koning een streep door het gebied ten westen van het IJ tot aan de zee. ‘Onbegonnen werk en veel te duur’, stelden zijn ministers.

Het IJ en Pampus

De reden dat er een nieuw kanaal moest komen, was de vaarroute van Amsterdam naar de Noordzee. Deze vormde al langere tijd een probleem. Al sinds de 13e eeuw moesten vele handelsschepen de haven van Amsterdam kunnen bereiken. Het dichtslibben van de doorvaart langs Pampus en het IJ maakte de veelgebruikte vaarroute echter onbruikbaar. Verschillende plannen werden geopperd en ook deels uitgevoerd.

Kaart Noordzeekanaalgebied 1876

Kaart Noordzeekanaalgebied 1876. Bron: Jan Willemsen via Flickr

Het Noord-Hollands Kanaal

Zo werd er een plan geopperd om dokdijken aan te leggen rond het IJ en begon men met het graven van het Goudriaankanaal dat door Waterland en Marken zou moeten lopen om Pampus te omzeilen. Het grootste initiatief was de aanleg van het groot Noord-Hollands Kanaal van het IJ tot aan Den Helder. Deze plannen mochten echter niet baten. Amsterdam weigerde om het IJ af te sluiten met dokdijken, het Goudriaankanaal werd nooit voltooid en het Noord-Hollands kanaal bleek al snel te klein voor het steeds verder toenemende vaarverkeer.

Portret van Willem I Frederik (koning der Nederlanden), Willem van Senus, 1814-1843

Portret van Willem I Frederik (koning der Nederlanden), Willem van Senus, 1814-1843. Bron: Collectie Rijksmuseum Amsterdam

Doorbraak

In 1854, onder het bewind van koning Willem III vond er een verschuiving plaats in het bestuur van Amsterdam. Dit maakte de weg vrij voor de onderhandelingen over de aanleg van het Noordzeekanaal. Het resultaat hiervan was een concessie voor het afgraven van het kanaal, die werd verleend aan de Amsterdamse Kanaal Maatschappij. Na enig touwtrekken over de verdeling van de kosten tussen het Rijk en de gemeente Amsterdam ging in 1865 de eerste spade de grond in de duinen bij Breesaap (gemeente Velsen), een symbolisch gebaar om de subsidie van de gemeente Amsterdam veilig te stellen.

Met de hand

Het afgraven van de duinen bij Breesaap gebeurde geheel met de hand, een schop en kruiwagen. Ook de inpoldering van het IJ was van groot belang voor het ontstaan van het Noordzeekanaal. De gewonnen grond, de IJpolders, werd verkocht en de opbrengst werd gebruikt voor de verdere aanleg van het kanaal. Voor de afwatering en het vaarverkeer vanaf de Nauernasche Vaart, de Zaan en het Spaarne werden er negen zijkanalen aangelegd: A tot en met I. Ten oosten van Amsterdam werden de Oranjesluizen aangelegd en bij IJmuiden werden de Kleine Sluis en de Zuidersluis aangelegd. Deze sluizen zorgden ervoor dat het waterpeil van het kanaal op één niveau bleef.

Bouw van het Noordzeekanaal, IJmuiden, eerste sluis

Bouw van het Noordzeekanaal, IJmuiden, eerste sluis. Bron: Collectie Nationaal Archief

Uitbaggeren

Wie denkt dat bij de opening van het Noordzeekanaal in 1876 direct vele schepen deze waterweg konden passeren op weg naar de Noordzee, heeft het mis. De vaargeul van het kanaal was nog veel te ondiep. Het zou nog zeker twee jaar kosten om het Noordzeekanaal ver genoeg uit te baggeren, zodat het bevaren kon worden. Het Noordzeekanaal gaf de rijke industrie in het omringende gebied een grote boost. Vandaag de dag passeren meer dan 100.000 schepen per jaar het Noordzeekanaal en door het steeds verder toenemende verkeer is er volop ontwikkeling. Zo wordt er een nieuwere en grotere sluis aangelegd in IJmuiden. Ruim 200 jaar na dato blijkt de voorspelling van Willem I nog altijd te kloppen.

 

Auteur: Eva Bleeker

Bronnen

Rijkswaterstaat – Het Noordzeekanaal
Rijkswaterstaat – Historie Rijkswaterstaat
Theo Bakker – De korste weg naar zee, de aanloop naar het Noordzeekanaal
isgeschiedenis.nl – Het Noordzeekanaal wordt officieel geopend

Publicatiedatum: 13/04/2015