Monumenten op de bodem van het meer

Is Hoofddorp een plaats waar je rond kunt dwalen? Nou en of. Loop (in gedachten) maar even mee langs de Hoofdvaart en verbaas je over wat er te zien is. Hier, op de bodem van het droog gepompte Haarlemmermeer, stichtten de pioniers een dorpje. Op het kruispunt van twee vaarten. Kruisdorp heette het. Het Hoofddorp van nu met monumentale panden.

Toen het grote woeste Haarlemmermeer droog viel, was dat groot nieuws in 1852. Vaarten en sloten werden in de natte poldergrond gegraven. Met schep en kruiwagen. Het plan was het nieuwe land over twee provincies te verdelen. In Zuid-Holland zou het Venneperdorp verrijzen en in Noord-Holland Kruisdorp. Uiteindelijk is in 1855 besloten de hele Haarlemmermeer bij Noord-Holland te voegen.

Er moest een polderbestuur worden samengesteld om de waterhuishouding in de prille polder te regelen. Dat college vergaderde aanvankelijk in Haarlem. Maar waarom niet naar het hart van de nog vrijwel kale, uitgestrekte polder getrokken? In 1909 viel uiteindelijk het besluit een eigen onderkomen voor het polderbestuur neer te zetten bij de Hoofdvaart, midden in Kruisdorp.

Het Polderhuis in het hart van Hoofddorp. Op de voorgrond de Hoofdvaart. Foto: Jan Maarten Pekelharing.

Polderhuis

De man die het Polderhuis mocht ontwerpen was Foeke Kuipers die o.a. van architect H.P. Berlage zijn bouwkundige opleiding gekregen had. Een goede keus, want later tekende hij De Roode Leeuw aan het Damrak in Amsterdam en het markante gebouw van de Industrieele Club Industria aan de Dam.

In 1913 was de officiële opening van zijn pand in neoclassicistische stijl aan het Marktplein in de jonge polder. Het is nu een rijksmonument en het heeft, zoals dat zo mooi heet ensemblewaarde omdat het in dit hart van het dorp samen staat met het oude kantongerecht, het vroegere raadhuis en de voormalige korenbeurs. Sinds 1868 leeft Kruisdorp officieel verder als Hoofddorp.

De Haarlemmermeerpolder is uiteindelijk opgegaan in het Hoogheemraadschap Rijnland. Het Polderhuis mag inmiddels een andere functie hebben gekregen, het is nog altijd een gezichtsbepalend element in het beschermde dorpsgezicht.

Zicht op Het Polderhuis met op de voorgrond Slijterij Marktzicht op het Marktplein in Hoofddorp. De foto is tussen 1975 en 1980 genomen. Collectie Noord-Hollands Archief.

Raadhuis

Schuin tegenover het Polderhuis vind je het oude Raadhuis. De droog gevallen polder werd aanvankelijk bestuurd door de burgemeester van het aanpalende Heemstede en Bennebroek, mr. Pabst. Boer Melis Spaans, die in de polder woonde en ook raadslid was, fungeerde als ambtenaar van de burgerlijke stand. Bij hem kon je aangifte doen van geboorte of overlijden.

De eerste burgemeester die ook in de polder woonde was de opvolger van Pabst, mr. J.P. Amersfoordt (1863-1869). De Amsterdamse jurist Amersfoordt had in de polder land gekocht om er een voor die tijd zeer moderne boerderij te stichten, genaamd Badhoeve. Daar is het dorp later naar genoemd.

Prentbriefkaart van het oude Raadhuis aan de Hoofdweg in Hoofddorp. De foto is rond 1900 geschoten. Collectie Noord-Hollands Archief.

Amersfoordt was een man met connecties in de hoogste kringen, buitenlandse bezoekers tot aan de keizer van Mexico toe, kwamen kijken hoe deze herenboer stoommachines – iets volstrekt nieuws – inzette om te dorsen. Bij de start van zijn burgemeesterschap bestond de polder uit modderige paden waar hij zijn rijtuig niet eens kon keren. Het werd hoog tijd de zaak stevig aan te pakken vond Amersfoordt. Zijn gemeente moest om te beginnen een representatief raadhuis krijgen.

De plaatselijke architect J. Buijn werd ingeschakeld om dat te ontwerpen, inclusief een woning voor de gemeentesecretaris. In september 1867 was het raadhuis gereed. In de gevel stond het wapen van de gemeente dat nog was ontworpen door mr. Pabst: gouden aren die groeien uit azuren golven.

Een eeuw later verlieten de ambtenaren dit raadhuis aan de Hoofdvaart, de gemeente telde inmiddels rond de zeventigduizend zielen. Het was hoog tijd voor een groter en moderner gemeentehuis. Het Oude Raadhuis aan de Hoofdweg (Westzijde) maakte een doorstart als cultureel centrum.

Het Oude Raadhuis van Haarlemmermeer in Hoofddorp. Foto: Jan Maarten Pekelharing.

Kantongerecht

Naast het Oude Raadhuis, maar dan aan de Raadhuislaan, staat het oude kantongerechtsgebouw. Daterend uit 1912. Sinds 1877 had de kantonrechter uit Haarlem zitting gehouden in de collegekamer van het raadhuis van Haarlemmermeer.

Architect Buijn had het raadhuis ontworpen op de groei, zodat er de eerste jaren ruimte genoeg was. Maar niet voor altijd, want het dorp groeide tamelijk snel. Zeker na de komst van de spoorlijn die directe verbindingen legde met onder meer Haarlem en Leiden.

Het Oude Kantongerecht in Hoofddorp. Foto: Jan Maarten Pekelharing.

Voor het eigen onderkomen van het kantongerecht in Hoofddorp nam Justitie architect Willem Metzelaar (1849-1918) in de arm. Hij was betrokken geweest bij het ontwerp van de gevangenissen in Breda, Amsterdam en Haarlem en ontwierp in de loop der tijd tientallen kanongerechten in het hele land.

In het kader van een bezuiniging sloten de deuren van het kantongerecht in Hoofddorp eind 1933. Het gebouw van Metzelaar kreeg een andere bestemming, maar is intussen wel een rijksmonument. Het is opvallend hoeveel rijksmonumenten het betrekkelijk jonge Hoofddorp bezit. Op dit tochtje van enkele kilometers zien we er nog een aantal.

Gebouw aan de Raadhuislaan in Hoofddorp, waarin rond 1920 het Kantongerecht gevestigd was. Reproductie van een prentbriefkaart. Collectie Noord-Hollands Archief.

Graanbeurs en veemarkten

De jonge polder trok boeren uit alle delen van het land. Zij moesten hun graan verkopen, zij verhandelden hun vee – kortom Hoofddorp groeide uit tot het centrum voor de handel. In 1861 kreeg Hoofddorp een officiële vee- en paardenmarkt. De eerste dag werden maar liefst 49 paarden, 318 runderen, 116 schapen, 14 varkens en 3 geiten aangevoerd. In 1900 berichtte een krant dat eind september 326 paarden waren aangevoerd op de markt in Hoofddorp. Er waren toen veel buitenlandse kooplieden en luxe paarden bleken gewild. De agrariërs en de opkopers ontmoetten elkaar onder meer in het koffiehuis Marktzicht (inmiddels De Polderboom).

Er is zelfs enige tijd een wolmarkt gehouden in het dorp. De bloeitijd van de Hoofddorpse veemarkt lag in het begin van de 20e eeuw. Tijdens de Eerste Wereldoorlog ging de handel achteruit en zo rond 1936 was het met de veemarkten gedaan.

De paardenmarkt, die gehouden werd op dát gedeelte van het marktplein, waar al sinds 1912 het polderhuis staat. Collectie Noord-Hollands Archief.

Paardendorsmachine

Graan werd op de beurs in het dorp verhandeld. Het Nieuws van den Dag meldde op 11 augustus 1904 dat dit jaar veel nieuw gedorst graan te koop was, twee weken eerder dan het jaar tevoren. Lees even mee: ‘De hoedanigheid is: uitmuntend. De oorzaak dezer vroege aanbieding is, dat thans een aantal landbouwers voor eigen rekening eene paardendorschmachie aanschaffen’. Dankzij die paardendorsmachine kon in korte tijd zeer veel graan op de markt komen. Op zo’n beursdag konden de boeren met elkaar bijpraten en allerhande zaken regelen.

Hotel De Beurs, gelegen in Hoofddorp, in de tijd dat je er met een koetsje heen reed. Collectie Noord-Hollands Archief.

Al van voor de eerste graanbeurs dateert het logement De Beurs, want pal na de drooglegging van de polder had een ondernemende man uit Ridderkerk in 1856 deze herberg  geopend, samen met een uitdragerij. Hier kwamen openbare veilingen, vonden opkopingen plaats en werd de wekelijkse graanbeurs gehouden. De uitbater vertrok in 1860 met achterlating van schulden plots naar Amerika.

De Beurs kwam in andere handen. In de loop van de 20e eeuw maakte de graanbeurs langzaam plaats voor andere activiteiten. Allerlei bijeenkomsten werden in De Beurs gehouden. Voor veel plaatselijke verenigingen was dit hun vaste honk. Verschillende ·muziek-, toneel- en gymnastiekverenigingen traden er regelmatig op en de inwoners van Hoofddorp keken de hele week uit naar de zaterdagavond wanneer ze erheen konden voor hun dansavond.

Kortom, De Beurs was de ontmoetingsplek voor jong en oud en de spil in het sociale leven van veel Hoofddorpers. De Beurs is inmiddels een gemeentelijk monument.

Haarlemmermeer 1667 – 1867; Met afbeeldingen het Haarlemmermeer, het Raadhuis, de Badhoeve, ingenieur Leeghwater, Nieuw-Vennep, Kruisdorp, soorten boerderijen, een school, fort Schiphol en stoomgemaal De Lijnden. Vervaardiger: Edouard Taurel (1824-1892). Collectie Noord-Hollands Archief.

De Eersteling en de dijk

Tot het historische hart van Hoofddorp behoort onmiskenbaar korenmolen De Eersteling, net als het Oude Raadhuis gelegen aan de Hoofdweg (Westzijde). De molen dateert uit 1856.

De Eersteling was op zijn oorspronkelijke plek wat in de verdrukking gekomen als gevolg van het almaar uitdijen van Hoofddorp, zodat in 1977 het hele gevaarte bijna twee kilometer is verhuisd naar de Geniedijk bij de Hoofdvaart. Daar kan De Eersteling, een malend rijksmonument, goed wind vangen.

Verplaatsing van molen De Eersteling op 7 januari 1977 van z’n oorspronkelijke plaats aan de Parklaan naar de aangelegde molenheuvel nabij de Geniedijk en het fort aan de Hoofdweg in Hoofddorp. Collectie Noord-Hollands Archief.

De Geniedijk, de damsluis in de Hoofdvaart en het fort hier zijn provinciale monumenten. Zij zijn onderdeel van de Stelling van Amsterdam. Deze ring van verdedigingswerken maakte Amsterdam voor vijandelijke troepen moeilijk te veroveren. Het fort is in de jaren 1903-1904 gebouwd, geschikt voor bijna 200 militairen. De damsluis dateert uit 1893.

De polder ten zuiden van de dijk kon bij dreigend gevaar, dankzij deze damsluis, onder water worden gezet. De Hoofdvaart staat in directe verbinding met twee stoomgemalen aan de Ringvaart rond de Haarlemmermeerpolder, het gemaal De Lynden in Lijnden in het noorden en in het zuiden het gemaal Leeghwater in Buitenkaag.

Korenmolen De Eersteling op de molenheuvel bij de Geniedijk in Hoofddorp. Foto: Jan Maarten Pekelharing.

Happende ‘waterwolf’

De Hoofdvaart en de brede vaart langs de Kruisweg zijn essentieel voor de polder, zij zorgen er voor dat de polder, inclusief Schiphol, niet onder water komt te staan. Aan het westelijke eind van de Kruisvaart staat het stoomgemaal (tevens museum) Cruquius. Wat je door Hoofddorp dwalend je niet realiseert, is dat hier vroeger metershoog water klotste. Met stormwinden hapten de hoge golven hele brokken oever weg. De ‘waterwolf’, zei men.

Het was een gevaarlijk meer om te bevaren. Wie van Amsterdam naar Leiden of Gouda moest, nam liever een andere route dan dit Haarlemmermeer.

Een ver familielid van mij heeft eens beschreven hoe hij, samen met andere militairen op weg van Harderwijk naar Hellevoetsluis, op dit Haarlemmermeer met hun zeilschip aan de grond waren geblazen. Dat was in 1841.

Er is zelfs een zeeslag gevochten op het Haarlemmermeer tussen de Geuzen en Spaanse troepen. Dat was eind mei 1573. Met elkaar streden hier manschappen op meer dan 150 zeilschepen.

Schepen op het Haarlemmermeer bij Haarlem in de 17e eeuw. Collectie Noord-Hollands Archief.

Witte Boerderij

Terug naar het nu. Van de molen en de Geniedijk verder de Hoofdweg volgend kom je op huisnummer 743  bij een fraaie wit bepleisterde boerderij. Kort nadat de polder voor agrariërs begaanbaar was, is deze boerderij gebouwd. Veel boerderijen die na het droogmalen in de Haarlemmermeerpolder zijn gebouwd, dragen het stempel van de types die gebruikelijk waren in het deel van de land waar de eerste eigenaar vandaan kwam.

Bij de Witte Boerderij is dat echter niet het geval, al menen sommige kenners er elementen in te zien van het Vlaamse schuurtype. De eerste eigenaar kwam overigens gewoon uit Broek in Waterland. De eigenaren woonden in veel gevallen – zo ook hier – niet op hun erf in de polder, maar verpachtten de boerderij.

Aan de overzijde van Hoofdvaart keek de boer van de Witte Boerderij naar het land van zijn collega op de hoeve Graan voor Visch. Die boerderij is verdwenen, maar een wijk van Hoofddorp is naar die boerderij genoemd. En ook naar een andere verdwenen boerderij in de buurt, Pax, is een woonwijk genoemd. De Witte Boerderij heeft nooit een echte naam gekregen, na het aanbrengen van de witte bepleistering ging men deze hoeve zo noemen. Dat is sindsdien zo gebleven. Een rijksmonument.

De Witte Boerderij aan de Hoofdweg in Hoofddorp. Foto: Jan Maarten Pekelharing.

Kerkje aan de Hoofdvaart

Van de boerderij terugkerend via de Hoofdweg, maar dan aan de oostzijde van de Hoofdvaart, valt het witte kerkje op. Net als de Witte Boerderij dateert deze kerk uit de beginjaren van het dorp. Gebouwd in de jaren 1855-1858. Slechts een jaar jonger is de pastorie ernaast, Hoofdweg 772.

De eerste kerk in de polder was een schuur, waar sinds eind 1855 om de beurt protestanten en rooms-katholieken samen konden komen. De schuur was beschikbaar gesteld door een herenboer. De protestanten wisten in korte tijd voldoende geld bijeen te brengen voor het stichten van een eigen kerk, hier aan de Hoofdvaart. De architect was P.J. Hamer (1812-1887) die opzichter was geweest van de gebouwen van de Hervormde Gemeente in Amsterdam, en bekend was vanwege zijn ontwerpen voor kerken en arbeiderswoningen. Hij werd de meester van de eenvoud en de degelijkheid genoemd.

Het witte kerkje aan de Hoofdvaart in Hoofddorp. Foto: Jan Maarten Pekelharing.

Dit kerkje in Hoofddorp is niet het enige gebouw dat de erkenning heeft gekregen als rijksmonument. Ook de pastorie is van Piet Hamer.

Begraafplaats De Iepenhof is sinds 1860 in gebruik. Op dit stenen archief liggen de pioniers van de polder begraven. De begraafplaats stond los van de (hervormde) kerk overigens. Het witte lijkenhuisje dateert uit 1877. De voorganger van dit huisje zou ook gefungeerd hebben als standplaats van de brandspuit en zelfs soms als bergplaats voor gevangenen.

Het lijkenhuisje op De Iepenhof. Collectie Noord-Hollands Archief.

Dik Trom

Via de Hoofdweg (Oostzijde) kom je terug bij het punt waar Hoofdvaart en Kruisvaart elkaar kruisten. Een deel van de Kruisvaart tegenover het Polderhuis is gedempt om plaats te maken voor de markt. En een hoekje van de Markt heet Dik Tromplein.

C. Joh. Kieviet heeft zijn boeken met belevenissen van Dik Trom geënt op het leventje in het Hoofddorp dat hij had meegemaakt. Zo herkende men in de burgemeester van Dik de burgervader van de Haarlemmermeer van toen (die overigens op De Iepenhof begraven ligt). En Dik speelde vaak rond de molen van molenaar Van Dijk (overleden in 1905).

Bronzen beeldje van Dik Trom, vervaardigd door Nico Onkenhout. Het staat op het Marktplein in Hoofddorp. Foto: Jan Maarten Pekelharing.

Dik Trom zien? Op het Marktplein staat een beeld van hem, natuurlijk achterstevoren zittend op zijn ezeltje.

Tekst: Jan Maarten Pekelharing

Publicatiedatum: 04/06/2020