Ontsnapte circusleeuwen zetten Carré op stelten

In Carré ontsnappen op 24 januari 1894 vier circusleeuwen. Pas de volgende ochtend kunnen ze weer gevangen worden.

Hoe de leeuwen – ná de kindervoorstelling – uit hun kooi zijn ontsnapt, weet niemand. Dagblad De Tijd vermoedt dat het slot van de leeuwenkooi zijn beste tijd heeft gehad, maar De Telegraaf denkt dat een paar jongens met de sluiting van de kooien hebben gespeeld en dat de leeuwen vervolgens getoond hebben dat zij niet ‘van dergelijke grappen gediend zijn.’ Alsof schooljongens alleen worden gelaten bij een groepje roofdieren.

Maar goed, om half zeven, anderhalf uur voor de avondvoorstelling gaat beginnen, wandelen de leeuwen door het circusgebouw. Volgens De Tijd ziet één van de stalknechten, die bij het podium aan het werk is, voor het eerst hoe een leeuw brullend op hem af komt lopen. Tegelijkertijd komt ook theaterdirecteur Max Carré in de vestibule oog in oog te staan met een ontsnapte leeuw. Beide mannen slaan op de vlucht, waarna alle uitgangen worden afgesloten.

Prentbriefkaart met theater Carré aan de Amstel, ca. 1914. Collectie Stadsarchief Amsterdam.

Brullend

Intussen is het zoontje van een Carré-werknemer nog gewoon met zijn hond in de arena aan het spelen. Pas als hij de personeelswoning weer binnenwandelt, wordt duidelijk aan welk gevaar hij zojuist is ontsnapt. ‘Weinig minuten later renden de leeuwen brullend langs de gesloten deur der woning,’ meldt De Tijd.

De leeuwen rennen door het circusgebouw, van onder tot boven. In de vestibule vleien ze zich geruime tijd op de zachte kussens van de zitbanken. Vermoedelijk bewonderen ze ook het spiegelglas tussen de zaaldeuren, want later worden op het glas afdrukken van leeuwenklauwen aangetroffen. Waarschijnlijk worden ze te zeer door hun spiegelbeeld in beslag genomen en zien ze daardoor de draaideuren, die op de gracht uitkomen, over het hoofd. Of misschien vinden ze draaideuren te ingewikkeld.

Reclame voor het Koninklijk Nederlands Circus Oscar Carré, ca. 1887-1900. Collectie Stadsarchief Amsterdam.

Flauw vallen

Gaan we verder met het relaas van de Telegraafverslaggever, want die blijkt verreweg over de meeste fantasie te beschikken. Achtereenvolgens voert hij een gasfitter, een melkboer, een flauwvallende kokkin en een buffetmedewerker met leverworst op.

De gasfitter is de eerste die met de roofdieren in aanraking komt, al heeft hij eerst nog niets in de gaten. Bedaard steekt hij de gaslantaarns aan. Als hij even gaat uitrusten, springt hij, nog voor zijn zitvlak de stoel kan raken, al weer angstig op, als hij oog in oog met de leeuwen komt te staan. Klappertandend maakt hij zich uit de voeten.

Tezelfdertijd betreedt de melkboer nietsvermoedend het circustheater om bij het buffet zijn room af te leveren, maar als hij de leeuwen in het oog krijgt, rent hij nog sneller weg dan de gasfitter.

Vervolgens zetten de leeuwen koers naar de keuken, waar de meid net biefstukken aan het bakken is. Hongerig krabben ze aan de deur, waarna de meid de deur opent, met een smak weer dicht knalt en vervolgens flauw valt. In één van de koffiekamers heeft zich intussen een buffetmedewerker opgesloten met een grote leverworst in zijn hand, om de leeuwen zo nodig goedgunstig te kunnen stemmen.

Leeuwen waren er destijds niet alleen in Carré. Ook in dierentuin Artis kon men leeuwen en leeuwinnen bewonderen, ca. 1938. Collectie Stadsarchief Amsterdam.

Revolvers

De artiesten, die al in Carré aanwezig zijn, zijn inmiddels door het geschreeuw van de gasfitter en de melkboer gealarmeerd. Een deel slaat op de vlucht over de daken, terwijl het heldhaftiger segment van het artiestenvolkje zich wapent met messen, stokken, bezems, hooivorken, paraplu’s, revolvers en geweren.

Carré heeft dan al contact opgenomen met de cavaleriekazerne, waarna een luitenant, een fourier en vijf cavaleristen in stormpas met geladen karabijnen op weg gaan naar Carré. Eén van de clowns is zo slim naar Artis te hollen en komt terug met de heer Casten, beheerder van de levende have van de diergaarde én enkele oppassers. Ze hebben hokken en netten bij zich.

De stalmeester van Carré heeft de tegenwoordigheid van geest om onmiddellijk de paardenstallen af te sluiten, want paarden en leeuwen, dat is niet altijd een gelukkige combinatie. Het is dezelfde stalmeester die later de eerste van de vier leeuwen met een karbonade een hokje in weet te lokken. Tenminste, dat schrijft De Telegraaf. De verslaggever van De Tijd houdt het erop dat Miss Molva, die elke avond in de leeuwenkooi een serpentine dance opvoert, erin slaagt om één van de vier leeuwen een kooi in te lokken.

Clowns uit het Circus Carré, 1909. Collectie Stadsarchief Amsterdam.

Zadelmakerij

Twee leeuwinnen zijn intussen de zadelmakerij ingekropen. Pogingen om de grommende dieren met vlees en suikerklontjes de hokken van de Artis-oppassers in te lokken, mislukken. De circusdirecteur begrijpt dat er een besluit moet worden genomen, omdat het publiek nog steeds buiten staat te wachten tot het naar binnen mag,  en geeft terstond opdracht de zadelmakerij te barricaderen.

Dan blijft er dus nog maar één leeuwin over, die inmiddels voor de kleedkamers van de artiesten heen en weer paradeert. Zenuwachtig geworden door het geschreeuw en het wapengekletter duikt de ‘koningin der dieren’ het damesprivaat oftewel damestoilet in. Een huzaar ziet dat en draait snel de deur op slot.

Om kwart over negen kan dan eindelijk de voorstelling van start gaan, zij het dat er nog maar een kleine honderd man aan publiek over is gebleven. De meeste mensen zijn al naar huis, omdat ze niet verwachten dat de voorstelling nog door zal gaan.

Gezicht op de piste en het toneel van Circus Carré. Collectie Stadsarchief Amsterdam.

Verscheurd

De verslaggever van het Algemeen Handelsblad, die ook bij de voorstelling aanwezig is, kan opgelucht melden dat niemand bij de vangactie gewond is geraakt, laat staan ‘dat wel zes menschen waren verscheurd’,  zoals het gerucht wil. Alleen circushond Sequah raakt aan zijn hals gewond als één van de leeuwinnen haar een slag met haar klauw geeft. Het arme dier is de hele avond van streek en weigert zelfs een suikerklontje van de verslaggever aan te nemen.

Een dame, zo meldt De Telegraaf, zou een van de brandweermannen nog hebben aangeraden om zijn spuit op de roofdieren te richten ‘want voor water zijn ze bang,’ maar de brandgast neemt dat zo wel van haar aan.

Aanvankelijk wordt nog even overwogen om de dieren meteen ná de voorstelling met netten te vangen, maar uiteindelijk besluit men tot de volgende morgen te wachten.

Circusoptocht door de Sarphatistraat, met links Carré. Tekening van J.L. van Ishoven, begin 20ste eeuw. Collectie Stadsarchief Amsterdam.

Hongerige roofdieren

De volgende ochtend, om acht uur, plaatsen Casten en zijn Artis-oppassers een grote ijzeren kooi, met daarin brokken vlees, voor de deur van de zadelmakerij. Enigszins aarzelend, stapje voor stapje, lopen de hongerige roofdieren de val in, waarna de schuif dichtklapt.

Het vangen van de laatste leeuw gaat wat minder makkelijk in zijn werk. Onbeweeglijk blijf het dier zitten kijken hoe een kooi voor de uitgang van de damesretirade wordt gezet. Intussen zijn een paar mannen op een ladder geklommen om tegen de ruit van het retiraderaampje te tikken. Woest springt het dier naar het raampje, maar uiteindelijk begint de honger op te spelen. De leeuwin loopt de kooi in, de schuif valt dicht en daarmee komt ook aan haar avontuur een einde. Om half twaalf zijn alle vier de roofdieren weer in hun groepskooi verenigd. En kan de repetitie voor de volgende voorstelling, een balletvoorstelling, van start gaan.

Amsterdam is aan een ramp ontsnapt, of, zoals de Provinciale Drentsche en Asser Courant bericht: ‘Nu lacht geheel Amsterdam, maar het had ook kunnen rillen.’

Op 17 februari 1894 reikt Oscar Carré in Artis aan de beambten van de dierentuin, die onlangs geholpen hebben om de losgebroken leeuwen te vangen, ieder tien gulden en een diploma uit. De heer Casten ontvangt een verguld-zilveren medaille en een getuigschrift.

Theater Carré is tegenwoordig nog steeds een begrip. Collectie Stadsarchief Amsterdam.

Tekst: Arnoud van Soest

Voor dit artikel is, via Delpher, gebruik gemaakt van verslagen in De Telegraaf, het Algemeen Handelsblad en De Tijd.

Publicatiedatum: 02/06/2020