Pionieren in de Haarlemmermeerpolder

Aan de verschillende bouwstijlen van de oudste boerderijen in de Haarlemmermeerpolder kun je zien waar de eigenaren vandaan kwamen. Uit Zeeland, West-Friesland, Friesland, Zuid-Holland, Brabant, Overijssel of Groningen. De boerderijen illustreren de chaotische beginjaren van de polder. Het was ieder voor zich in die tijd.

Modderig niemandsland

In het midden van de negentiende eeuw begon het Rijk het enorme Haarlemmermeer droog te malen om de omliggende regio te verlossen van overstromingen en landverlies. Alle drie de gemalen die het Haarlemmermeer hebben droog gemalen, waren uitgerust met zuigers zoals dat nu nog te zien is in het gemaal de Cruquius. In 1852 viel het meer droog. Het nieuwe land moest nog worden ontgonnen. De overheid en omringende steden voelden zich echter niet verantwoordelijk voor wat er vervolgens met de nieuwe polder moest gebeuren. Zo kwam 18.000 hectare modderige grond in handen van particulieren. De Haarlemmermeer was niemandsland. In het begin zelfs zonder polder- of gemeentebestuur. Onder barre omstandigheden moesten pioniers hun eigen boontjes zien te doppen. In ‘de Meer’ gold het recht van de sterkste. Leven was overleven.

Aanleg Provinciale weg Heemstede-Hoofddorp bij Cruquius

Aanleg Provinciale weg Heemstede-Hoofddorp bij Cruquius Collectie Provinciale Atlas Noord-Holland

Plaggen hutten en een deur als een schoorsteen

De drooggevallen bodem van het meer was overwoekerd met riet en moerasplanten. Ook groeide er een ongelooflijke hoeveelheid wilgen. Bij het droogmaken van het Haarlemmermeer werden polderjongens ingeschakeld. Zij legden wegen aan, groeven sloten en vaarten en haalden het onkruid weg. Ze woonden in tijdelijke hutten van riet en plaggen. Tien of twaalf man bij elkaar. De deur was meestal de enige opening en diende tegelijkertijd als luchtkoker en schoorsteen.

Cholera pamflet

Cholera pamflet Collectie Noord-Hollands Archief

Epidemieën in de polder

Het leven in de barre, kale polder was zwaar en eentonig. Veel mannen grepen naar de fles. Geweld, prostitutie en criminaliteit waren aan de orde van de dag. Vanwege de slechte hygiënische toestanden braken er verschillende ziektes uit. In de jaren 1853,1854 en 1866 grepen zware cholera-epidemieën om zich heen. Malaria was eveneens een groot probleem. De Haarlemmermeer kende daarbij in het begin ook nog maar één dokter. Voor deze 25-jarige arts was het afzien. Met hoge laarzen ging hij op ziekenbezoek door de modder. Hij was vaak uren onderweg. Onder de hoeven van zijn paard had hij plankjes bevestigd, zodat het niet zou wegzakken in de modder.

Leven en werken in de polder

Leven en werken in de polder. Collectie Noord-Hollands Archief

Hein de Kruier

Geleidelijk begon de Haarlemmermeerpolder wel wat leefbaarder te worden. Er bleven nog lang krakkemikkige hutten en barakken staan, maar hier en daar verrezen stenen boerderijen en een paar dorpen. In 1855 kreeg de gemeente Haarlemmermeer zijn allereerste burgemeester: M.S.P. Pabst. Pabst deed wat hij kon om de orde te herstellen in de gemeente Haarlemmermeer. Hij stelde politie- en brandweerverordeningen op, hield de vele tapperijen scherp in het oog en bouwde scholen. De burgemeester was ook niet te beroerd om zelf zijn handen uit zijn mouwen te steken. Hij kreeg de bijnaam ‘Hein de Kruier’. Als hij dronken polderjongens aan de kant van de weg zag liggen, bond hij ze aan zijn paard en sleepte ze zo naar huis. Na een kort ziekbed overleed hij plotseling in 1863.

Burgemeester M.S.P. Pabst

Burgemeester M.S.P. Pabst Bron: Cultureel Erfgoed Noord-Holland

Het raadhuis in Hoofddorp

Het raadhuis in Hoofddorp. Collectie Noord-Hollands Archief

Een beroemde boerderij

Pabst werd opgevolgd door de eigenaar van de beroemdste boerderij uit de begintijd van de Haarlemmermeer: de Badhoeve. J.P. Amersfoordt, een advocaat uit Amsterdam, kocht in 1854 meer dan 200 hectare land in het noorden van de pas drooggelegde polder. Hij woonde op de Badhoeve met zijn vrouw Hermina, een componiste en pianiste. Daarnaast leefden en werkten er ongeveer vijftig arbeiders met hun gezinnen.

Amersfoordt maakte van de Badhoeve een modelboerderij van met 150 runderen, 25 paarden en 200 schapen. Hij probeerde van alles uit op het gebied van akkerbouw, fruit- en veeteelt en zuivelbereiding. Hij was bezeten van techniek en kocht machine na machine. De machines die niet goed genoeg waren, liet hij wegroesten in de schuur.

De Badhoeve trok veel bekijks. Koningin Sophia, echtgenote van koning Willem III, bezocht de boerderij maar liefst twee keer. Uit alle werelddelen kwamen belangstellenden langs. Zelfs Chinese dames strompelden met hun ingebonden voetjes over de grindpaden.

Oogstfeest Badhoeve, 1862

Oogstfeest Badhoeve, 1862 Collectie Noord-Hollands Archief

Badhoeve, Kruisdorp, Hoofddorp en Badhoevedorp

Onder het bewind van Burgemeester Amersfoordt kwam er een nieuw stadhuis in Kruisdorp, het tegenwoordige Hoofddorp. Amersfoordt probeerde niet alleen zijn Badhoeve, maar de gehele Haarlemmermeer op te stuwen in de vaart der volkeren. Zo pleitte hij hartstochtelijk voor de aanleg van een spoorlijn. Zijn kostbare plannen en weinig diplomatieke houding stuitten echter op veel verzet. Na zes jaar gaf hij het op. Pas in 1913 zou er een trein door de polder denderen. De Badhoeve zelf is inmiddels verdwenen. Alleen de naam leeft nog voort in Badhoevedorp.

Publicatiedatum: 26/11/2010