De voorgeschiedenis van gemaal Lely en de jonge Wieringermeerpolder begint in 1916. In de nacht van 13 op 14 januari trok er een zware noordwesterstorm over ons land. Het water in de Zuiderzee werd hoog opgestuwd en kon niet meer weg. De dijken bij Monnickendam braken door en een groot gedeelte van Waterland kwam onder water te staan. Van Volendam tot Oostzaan waren mensen op de vlucht naar hoger gelegen plaatsen. Vooral het eiland Marken werd zwaar getroffen. Talloze huizen werden weggeslagen en zestien mensen verdronken in het zoute water.

Watersnood in Volendam, 1916. Collectie Provinciale Atlas Noord-Holland, Noord-Hollands Archief.
Het was niet de eerste keer dat de Zuiderzee zoveel leed veroorzaakte, maar nu was de maat vol. Ingenieur Cornelis Lely had al eerder een plan gemaakt om de Zuiderzee te dempen, maar na de gebeurtenissen van 1916 werd er serieus naar hem geluisterd. Zijn ontwerp omvatte de aanleg van de Afsluitdijk van Den Oever naar Friesland en het inpolderen van een groot deel van de binnenzee, want extra land leverde ook extra inkomsten op. De Eerste Wereldoorlog was op dat moment in volle gang en er was grote behoefte aan landbouwgrond om voedsel te verbouwen. De Zuiderzeewet ging snel door de Eerste en de Tweede Kamer heen. Toen kon het werk van start.

Plan voor de Zuiderzeewerken door Cornelis Lely, ca. 1924-1925. Via Wikimedia Commons (publiek domein).
Risicospreiding
In 1924 begonnen de Zuiderzeewerken met de aanleg van de Korte Afsluitdijk van het vasteland naar Wieringen, dat sindsdien geen eiland meer is. Vervolgens werd in 1927 een start gemaakt met een proefpolder bij Andijk, om te kijken of er op de zilte grond wel geboerd kon worden. Door de aanleg van een nieuwe dijk ontstond een polder van zo’n 15 hectare, waar getest werd hoe lang het duurde voordat het zout weggespoeld was en welke gewassen geschikt waren om hier te verbouwen. Daarna werd de blik verlegd naar de Wieringermeer, de eerste grote polder in het ambitieuze plan van Lely.

Gemaal Lely met de vier machinistenwoningen. Collectie Provinciale Atlas Noord-Holland, Noord-Hollands Archief.
De Wieringermeer kreeg een 18 kilometer lange dijk en maar liefst twee gemalen om het gebied leeg te pompen: gemaal Lely, een elektrisch gemaal bij Medemblik, en gemaal Leemans, een dieselgemaal bij Den Oever. Door voor twee verschillende technieken te kiezen, werd het risico gespreid. Mocht er ooit een tekort aan brandstof zijn, dan droeg Lely het zwaarste werk. En viel de stroom eens uit, dan nam Leemans het gewoon weer over. Zo was de veiligheid van de nieuwe polder gewaarborgd.

Gemaal Lely, vanaf de dijk gezien. Foto: Sarah Remmerts de Vries.
Zuiderzeedempers
Voor het ontwerp van de gemalen vroeg Rijkswaterstaat Dirk Roosenburg, een gerenommeerd architect uit Den Haag. Roosenburg ontwierp functionalistisch, wat wil zeggen dat de functie van het gebouw de vorm bepaalde. Gemaal Leemans, vernoemd naar hoofdinspecteur-generaal van Rijkswaterstaat ir. W.F. Leemans, kreeg daardoor een langgerekte vorm, terwijl gemaal Lely, genoemd naar Cornelis Lely, juist heel hoog werd. Dat was niet voor niets. Lely had namelijk bovenin het gebouw een eigen transformator, waar stroom met hoog voltage werd omgezet in laag voltage. Dit diende als stroomvoorziening van het gemaal en van de omgeving.

Bouwtekening van gemaal Lely. Bovenin zijn de transformatorruimte en schakelruimte te zien, die de elektriciteit regelden. Foto: Sarah Remmerts de Vries.
De aanleg van het gemaal en van de dijk had grote invloed op het naastgelegen Medemblik. Het werk dat verzet moest worden, trok ongelooflijk veel arbeiders naar de oudste stad van West-Friesland. Er wordt geschat dat Medemblik vóór de aanleg van de Zuiderzeewerken zo’n 3.000 inwoners had en dat dit aantal tijdens de werkzaamheden steeg naar 4.500. De Medemblikkers verdienden veel geld aan de werklui. Ze zetten nieuwe kroegen en ontspanningslokalen voor hen op, waar ze konden kaarten en biljarten. En er ontstond zelfs een tennisvereniging, met de sprekende naam de Zuiderzeedempers, waar na een lange werkdag nog even een potje getennist kon worden.

Links: historische foto van de elektriciteit op de bovenverdieping van gemaal Lely. Rechts: de hedendaagse situatie op dezelfde plek. Foto: Sarah Remmerts de Vries.
Op maandag 10 februari 1930 was het zover: de gemalen Lely en Leemans konden geopend worden. Om tien uur ’s morgens kwam een stoet feestgangers, bestaande uit het muziekkorps en een groep hoogwaardigheidsbekleders, bij gemaal Lely aan. Minister Paul Reymer van Rijkswaterstaat hield een toespraak, waarna de pompen in werking werden gesteld. Natuurlijk werd er eerst nog even gebeld naar gemaal Leemans, zodat het startsein tegelijk kon worden gegeven. Daarna zongen alle aanwezigen luidkeels het Wilhelmus. Helaas kon naamgever Cornelis Lely de feestelijke gebeurtenis zelf niet meer meemaken, want hij was het jaar daarvoor al overleden.

Gezicht op het elektrisch gemaal Lely, 1932. Collectie Provinciale Atlas Noord-Holland, Noord-Hollands Archief.
Onbeschreven blad
Het duurde ongeveer een half jaar om de 20.000 hectare grote Wieringermeer droog te pompen en dat gebeurde met heel veel kracht. De pompen voerden zo’n 400 kubieke meter water per minuut af. Toen de polder eenmaal droog was, kon het gebied ingericht gaan worden. Er verrezen dorpen en dorpskernen, zoals Middenmeer en Wieringerwerf, waar jonge gezinnen zich vestigden. Maar het eerste kind van de Wieringermeerpolder werd volgens de overlevering bij gemaal Lely geboren, in de machinistenwoningen naast het gemaal. Een echte polderbaby, die opgroeide met uitzicht op de dijk.

Vanaf het plateau zijn drie peilvakken met verschillende waterstanden te zien, die geregeld worden door gemaal Lely. Foto: Sarah Remmerts de Vries.
Voor de nieuwe inwoners voelde de jonge Wieringermeerpolde als een onbeschreven blad, waar iedereen naar hartenlust zijn stempel op kon drukken. Maar niets was minder waar. Nadat het water weg was, legde archeoloog Wouter Cornelis Braat verschillende middeleeuwse nederzettingen in het gebied bloot. Hij ontdekte verdronken dorpen, zoals Almersdorp bij Opperdoes en Gawijzend bij Aartswoud, die eeuwen geleden aan de Zuiderzee waren teruggegeven bij het verleggen van de Westfriese Omringdijk. Een interessante wending in de historie van de jonge polder.

De vier machinistenwoningen naast het gemaal, met geheel links (iets groter dan de andere huizen) de woning van de hoofdmachinist. Hier werd naar verluid het eerste kind van de Wieringermeer geboren. Foto: Sarah Remmerts de Vries.
Tweede drooglegging
Een andere, zeer tragische, wending van het lot kreeg de polder op 17 april 1945 te verduren. Drie weken voor het einde van de Tweede Wereldoorlog zaten er nog zo’n 100.000 Duitse soldaten in West-Nederland, die het gebied tot op het laatste moment moesten verdedigen tegen geallieerde invallen. En dat verdedigen gebeurde in ons land historisch gezien vaak met water. Al maandenlang waren de soldaten bezig met putten graven in de dijk, die werden gevuld met blindgangers (gedropte bommen die nooit zijn afgegaan). Op die noodlottige dag in april gaf generaal Blaskowitz het bevel om de dijk op te blazen, waardoor de Wieringermeer opnieuw onder water liep.

In de dijk bevinden zich een drietal noodsluizen die open en dicht gezet kunnen worden om water door te laten. Foto: Sarah Remmerts de Vries.
Omdat het water zich langzaam verplaatste, hadden de inwoners nog wat tijd om hun huisraad naar zolder te brengen, hun vee te verzamelen en de polder te verlaten. Er zijn dan ook geen mensen in het water verdronken. Wel stonden de Duitsers op verschillende uitgangspunten van de dijken klaar om iedereen die de polder verliet te controleren. Zo zijn heel wat joodse onderduikers opgepakt, net als verzetsman A.C. de Graaf, die dezelfde dag nog door Nederlandse landwachters dood werd geschoten. Een weg in Hoogwoud is vanwege zijn verzetsdaden naar hem vernoemd.

Één van de drie noodsluizen op de dijk. Foto: Sarah Remmerts de Vries.
Na de Tweede Wereldoorlog moest de Wieringermeerpolder zo snel mogelijk weer droog. De gemalen Lely en Leemans werden in de zomer van 1945 weer in werking gesteld om het water met een noodgang weg te pompen. Medio december was het water in de sloten alweer op een normaal peil. En wonder boven wonder was er in 1946 zelfs weer een nagenoeg normale oogst in de polder. Een gedenksteen op de voorzijde van gemaal Lely herinnert nog altijd aan de tragische gebeurtenissen in 1945 en de tweede drooglegging die daarop volgde.

Gedenksteen op gemaal Lely ter herinnering aan de overstroming en tweede drooglegging van de Wieringermeer in 1945. Foto: Sarah Remmerts de Vries.
Blijven pompen
Tegenwoordig zorgt gemaal Lely nog steeds voor droge voeten in de Wieringermeer. Maar inmiddels hoeft nog slechts één van de drie pompen te draaien en ook zeker niet constant. Als er soms een flinke bui valt, wil er nog wel eens een tweede pomp aan te pas komen, maar over het algemeen is dat niet nodig.

Gezicht in de machinekamer met de drie pompen, ca. 1930-1940. Collectie Provinciale Atlas Noord-Holland, Noord-Hollands Archief.
Gemaal Leemans daarentegen draait altijd. De reden daarvoor is dat Leemans het weggepompte water uitslaat naar de Waddenzee. Het water uit de Wieringermeer is zoutig en dat van de Waddenzee ook, dus dat sluit mooi op elkaar aan. Gemaal Lely slaat juist uit op het IJsselmeer en als daar te veel zout water ingepompt wordt, heeft de waterkwaliteit van het meer daaronder te lijden. Bij hevige regenval doet dit probleem zich niet voor, omdat regenwater ook zoet is.

Één van de drie moderne pompen in de machinekamer van gemaal Lely. Foto: Sarah Remmerts de Vries.
Beide gemalen worden beheerd door het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, waar meer dan 900 mensen werken die zich dagelijks bezighouden met het droog houden van Noord-Holland. En dat is hard nodig, zeker met actuele opgaves zoals klimaatverandering en daling van het maaiveld. Dan is het fijn om zulke krachtige gemalen hebben om op terug te vallen in tijden van nood. Dankzij Lely en Leemans kunnen de inwoners van de Wieringermeer elke avond weer met een gerust hart gaan slapen.

Gemaal Lely aan de oever van het IJsselmeer. Foto: Sarah Remmerts de Vries.
Tekst: Sarah Remmerts de Vries
Bronnen:
- Rondleiding door gemaal Lely door Lars Boon en Ingrid Oud van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (6 maart 2026).
- De watersnood van 1916, Oneindig Noord-Holland.
- Op de vlucht voor het water, Oneindig Noord-Holland.
- Water als vriend en vijand in Andijk, Oneindig Noord-Holland.
Publicatiedatum: 16/03/2026
Vul deze informatie aan of geef een reactie.