Zuiderzee

De Zuiderzee voorzag vissers eeuwenlang in hun dagelijks brood. Het was een verkeersplein voor schepen, waar het water soms flink tekeer kon gaan. In de wintermaanden slokten de woeste golven af en toe aardige stukken land op. Hoewel er al langer plannen lagen, was de afsluiting van de Zuiderzee een direct gevolg van de watersnoodramp van 1916. Beelden van de ramp gingen het hele land door en veranderden voorgoed de kijk op die levensgevaarlijke Zuiderzee. De roep om afsluiting werd steeds groter en de regering kwam in 1918 tot een definitief besluit. De Zuiderzeewet werd aangenomen, waarin besloten werd tot de aanleg van de Afsluitdijk en inpoldering van de Zuiderzee. Op 28 mei 1932 werd de Vlieter, het laatste gat in de ruim 30 km lange Afsluitdijk, gedicht. Botters voeren voortaan niet meer op de zilte Zuiderzee, maar op een afgesloten zoetwaterplas. Daarmee kwam een einde aan het traditionele vissersbestaan.

Verhalen

‘Zout water geeft het zoetste brood’

In 'Eens ging de zee hier tekeer', het nieuwste boek van historica Eva Vriend, kan de lezer meeleven met het lot van de Zuiderzeevissers. We leren vier generaties van de Spakenburgse familie Hopman kennen, waarvan de gezinsleden elk op geheel eigen wijze omgingen met de afsluiting van hun geliefde Zuiderzee.

>

Met Jan Feith langs de Zuiderzee (1933)

Deze zomer neemt Jan Feith je mee op reis door onze provincie. Zijn historische teksten uit het album ‘Zwerftochten door ons land: Noord-Holland’ (1933) geven een beeld van zonnige duinen, drukke pleinen en pittoreske polders. Deze week: ‘Aan de boorden der Zuiderzee’.

>

Haring voor iedereen!

Maanden na de watersnoodramp in januari 1916 hebben de bewoners van het getroffen gebied in Noord-Holland eindelijk weer droge voeten. Maar terwijl het land langzaam droger wordt, wordt ook duidelijk dat men het nog niet eens is over een nieuwe aanpak. Het uitblijven van adequaat beleid leidt soms tot gênante taferelen. Een aantal polders blijft maanden langer onder water staan dan gepland, duizenden kostbare vissen liggen rottend op het droge en het boerenland ligt vol met brokken veen. De mensen hebben geen idee hoe zij overstromingen te lijf moeten gaan in de toekomst. Hoe moet dat ooit goedkomen?

>

Droge voeten in Hotel Spaander

Verschillende leden van koninklijke families, beroemde kunstschilders, en de echtgenote van de Amerikaanse president. Zomaar een aantal gasten van het Volendamse Hotel Spaander van vóór 1916.

>

Op de vlucht voor het water

Veel mensen kunnen de slaap niet vatten in de nacht van 13 op 14 januari 1916. Een grote noordwesterstorm raast over het land. De wind beukt met grof geweld tegen de huizen en het vee klinkt onrustig in de stallen. Als alles het maar houdt!

>

In de armen van Amsterdam

In 1921 worden zeven Waterlandse dorpen onderdeel van de gemeente Amsterdam: Holysloot, Ransdorp, Schellingwoude, Durgerdam, Nieuwendam, Zunderdorp, en Buiksloot. Tot dan toe behoren ze tot de drie zelfstandige gemeenten Buiksloot, Nieuwendam en Ransdorp. De annexatie komt niet zozeer voort uit de expansiedrift van Amsterdam, maar uit de wens van de plattelandsgemeenschappen zelf zich aan te sluiten bij de hoofdstedelijke gemeente. Maar waarom?

>

Kerken door Zuiderzeewater verwoest

Toen de dijken van de Zuiderzee in januari 1916 na dagenlang stormweer op verschillende plaatsen doorbraken, overstroomde het water snel het laaggelegen Waterland, het oostelijke gedeelte van de Zaanstreek en de Anna Paulownapolder. De inwoners moesten in allerijl het vege lijf zien te redden.

>

‘Ik wil water zien, ook al staat het op mijn achtererf’

In het fraai uitgegeven boek 'De Waterwolf in Waterland' wordt een vrij gedetailleerd beeld gegeven van de watersnood die in januari en februari 1916 heel Waterland, de oostkant van de Zaanstreek en bijna de hele Anna Paulownapolder onder water zet. Waterschapshistoricus Diederik Aten beschrijft het hele proces van dijkdoorbraak tot dijkherstel, terwijl Frouke Wieringa de herinneringsboekjes die aan de watersnood van 1916 zijn gewijd onder de loep neemt.

>

Strijd om droge voeten begon na de watersnood pas goed

Na de watersnood van 1916 ging de bezem door het versnipperde landschap van de dijkwaterschappen. Daarvoor in de plaats kwam één groot en professioneel waterschap dat samen met Provinciale Waterstaat de strijd met het oprukkende water aan ging.

>

Eerste hulp bij watersnood

Als een watersnoodramp je omgeving overspoelt, probeer je mensen die door het water bedreigd worden natuurlijk zo snel mogelijk in veiligheid te brengen. Maar je probeert de golven ook zo goed mogelijk te beheersen, zodat het rampgebied zoveel mogelijk wordt beperkt. Tijdens de watersnoodramp van 1916 werd met man en macht gewerkt aan het dichten van gaten in de dijken en het aanleggen van nooddijken. Op deze manier werd erger voorkomen.

>

Na de watersnoodramp: wrakhout, slib en muggen

Donkere wolken dansende muggen krioelden boven stilstaande plassen, dikke lagen slib ruïneerden het land en ontzagwekkende kluiten veen lagen verspreid over de langzaam droogvallende weilanden. Toen het voorjaar kwam, diende de ene na de andere plaag zich aan in het gebied dat in januari 1916 werd getroffen door de watersnoodramp. Het water daalde en vele poeltjes met brak water in een grote wildernis bleven over. Waterlanders vreesden dat hun landerijen onbruikbaar waren geworden en er vond een grote evacuatie van ronddobberende eenden plaats. "Over alles ligt de vale dood gespreid", aldus de Nieuwe Rotterdamsche Courant op 7 mei 1916.

>