Koeien hebben eigen museum in het Westfriese Aartswoud

Wat hoort er nou meer tot het Nederlandse cultureel erfgoed dan koeien? Van Baggerbonte tot Witrik, van Friese Roodbont tot Heidekoe. Wie ze allemaal bij elkaar wil zien, kan terecht in het Rundveemuseum in het Westfriese Aartswoud.

De buurtbus, die van Obdam naar Schagen rijdt, rijdt door een landschap van lieflijke dorpjes, kerktorens, weilanden, kraaien en uitbundig zingende vogels. Ik ben wat vroeg voor mijn afspraak, dus wandel ik naar de naast het museum gelegen kerk, die op 3 augustus 1884 werd ingewijd. De toren, waar de kerk tegenaan is gebouwd, hoort bij een kerk die vroeger op die plek heeft gestaan. De toren van de inmiddels gesloopte kerk, die vermoedelijk uit 1650 stamt, heeft zelfs nog als vuurtoren gediend, want voordat de Wieringermeer werd ingepolderd, lag Aartswoud aan het water.

Maar allez, we komen niet voor de kerk, maar voor het Rundveemuseum, dat aan een stolpboerderij grenst. In die stolp wonen nu tien verstandelijk beperkte jongeren, die de dieren van het museum verzorgen.

Koeien, Westfriesland, Rundveemuseum, Aartswoud, Vee

De koeien van het Rundveemuseum uit Aartswoud. Beeld: Hanneke de Boer. 

Vervallen
Meindert Nieuweboer, één van de initiatiefnemers van het museum, legt uit dat de stolpboerderij van agrariër Aat Grootes, die er tot aan zijn dood in 1998 heeft gewoond, behoorlijk vervallen was. Zijn kinderen wilden de boerderij dus liever slopen. Maar ja, het was een rijksmonument, net als de aangrenzende kerk en pastorie. Nieuweboer sprak er over met Elly Deutekom, die inmiddels wethouder is van de gemeente Opmeer, waar Aartswoud onder valt.

Zo rijpte het idee om er een rundveemuseum van te maken. Zoiets was er namelijk nog niet. Elly’s vader was ooit hoofdcontroleur van een rundveefokvereniging en Meindert was melkveehouder, dus ze hadden wel wat met koeien. Bovendien had Nieuweboer , toen hij met zijn camper door Canada trok, bij de universiteit van Ottowa stallen bezocht met tientallen soorten koeien uit de hele wereld.

Uiteindelijk bleek woonstichting Intermaris in Hoorn bereid om de stolpboerderij op te knappen en er tien appartementen van te maken voor jongens met een verstandelijk beperking. Ook kwam er ruimte voor een beheerdersechtpaar. Het museum, dat in een aantal fraaie, houten bijgebouwen is ondergebracht, ging op 26 april 2013 open.

Rundveemuseum, luchtfoto, koeien, vee, runderen, kalfjes, Aartswoud, West-Friesland

Rundveemuseum vanuit de lucht, met onderaan het museum en bovenaan de stolpboerderij. Beeld: Hanneke de Boer

Fotogeniek
Bij wijze van uitzondering mogen we over het draad klimmen en ons tussen de koeien begeven. Ik zet Nieuweboer en secretaris Aart de Wit op de foto als ze naast een Witrik (witrug) staan, die ze zelf zo’n beetje als hun meest fotogenieke koe beschouwen. “Moet je kijken wat een prachtige kop.” Terwijl ik de sluiterknop indruk, voel ik iets in mijn rug prikken. Het is, ik had het kunnen weten, een koe, die vermoedelijk ook op de foto wil. Het valt me sowieso op dat de meeste koeien nog in het bezit van hun hoorns zijn. De meeste boeren, zo legt Nieuweboer uit, zagen die horens er af, omdat sommige ‘dames’ nog wel eens de neiging hebben elkaar uit de voederbox te jagen. En aangezien een melkkoe maar voor één doel op aarde is, moeten de kostbare uiers ten koste van alles worden beschermd.

“Vijftig jaar geleden had elke landstreek nog zijn eigen veeslag,” vertelt Nieuweboer. “Je had de Groninger Blaerkop, je had het Maas-Rijn- en IJsselvee en je had de Friese Roodbonte. In totaal had je zo’n negen verschillende soorten. Maar een koe is een economisch beest, een koe moet melk produceren. Boeren zijn dus vooral gaan fokken op grotere koeien, die veel vreten en véél melk geven.” Het gevolg was wel dat inmiddels 90% van de Nederlandse melkkoeien van het Frisian Holsteinras is.

Om te voorkomen dat die andere koeienrassen uitsterven, richtte Nieuweboer met nog een paar anderen een levend museum op. “In een museum kun je schilderijen bewaren, maar met beesten kan dat niet; daar moet je mee blijven fokken.” Alleen op die manier kun je de soorten in stand houden.

Meindert Nieuweboer, Aart de Wit, Rundveemuseum, Aartswoud, Koeien, Vee, dieren, Kalfjes, Runderen

Meindert Nieuweboer (links) en Aart de Wit, respectievelijk voorzitten en secretaris van het museumbestuur, bij een Witrik. Beeld: Arnoud van Soest

Natuurmonumenten
Aart de Wit, die van meet af aan bij het museum betrokken is, wijst op een foto van de Drentse Heidekoe. “Tien jaar geleden was die in Nederland zo goed als uitgestorven. Alleen in Denemarken liepen er nog een paar rond. Natuurmonumenten heeft er toen een paar van gekocht, en daar hebben wij er weer eentje van overgenomen.”

In het weiland van het Rundveemuseum lopen elf koeien rond. Het zijn negen soorten, maar de Lakenvelder en de Groninger Blaerkop tellen dubbel, omdat er zowel een rode als een zwarte versie van is. De koeien krijgen elk jaar een kalfje. Secretaris De Wit: “Bij de geboorte van een nieuw kalfje sturen we altijd een persbericht de wereld in. Dat is vertederend, daar komen mensen op af.”

Elke koe in Nederland, zo wordt al snel duidelijk, krijgt zowel een naam als een nummer. Nieuweboer wijst naar een schilderij dat in de ontvangstruimte hangt. “Kijk, dat is Nienke 43, die veertig jaar geleden kampioen van Nederland werd. We krijgen hier bezoekers die dat nog weten: goh, daar heb je Nienke 43.”

Vervolgens legt hij uit hoe dat met die nummers zit. “Als er een kalf wordt geboren krijgt hij geen naam, maar een nummer. Bij ons op het bedrijf worden 120, 130 kalveren per jaar geboren. De helft daarvan is vrouwelijk. Je zou toch gek worden als je voor elk kalf een naam moet verzinnen! We hebben dus een stuk of zes familienamen in ons bestand en daar komt telkens een nummer achter.”

Koe, Anatomie, Melk, Melkproductie, Koe, Vee, Rund, Rundveemuseum, Aartswoud, West-Friesland

Op de bovenverdieping van het museum wordt getoond hoe een koe melk maakt. Beeld: Arnoud van Soest

De Witrik
In het Rundveemuseum kun je alles te weten komen over oude koeienrassen. “Een leek kijkt naar de kleuren, maar kenners kijken naar de bouw.” Voor veehouder Nieuweboer is de Witrik een ideale melkkoe, omdat het een flinke koe is die veel kan vreten en dus ook veel melk geeft.

Maar ben je een boer die zelf kaas maakt, dan heb je meer aan een Blaerkop, want die geeft melk met een hoog gehalte aan vet en eiwit, wat meer kaas oplevert. Bovendien heeft het vlees van een Blaerkop een fijne structuur, dus die zijn meer in tel bij slagers, die vroeger in de naaste omgeving hun koeien kochten.

Tijdens rondleidingen mag hij ook graag wat vertellen over de Friese Roodbonte, waar er 10, 15 jaar geleden in Nederland nog maar 14 van over waren. “Ik snap dat best, want een boer houdt geen koeien omdat die zo’n mooie huid heeft. Een koe moet melk geven.” Maar ja, 14 is wel een beetje weinig, dus sloeg een dierenarts in het Friese IJlst aan het fokken. “Toen wij er op bezoek waren, had ze er tachtig. Daar hebben wij er nu één van.”

En dan heb je nog de Lakenvelder koeien, die een soort van wit laken lijken te dragen. “Dat zijn edele koeien die je vaak op schilderijen van kastelen en buitenplaatsen ziet. Er waren zelfs kasteeleigenaren die in hun pachtcontract met de boeren opnamen dat ze Lakenvelder koeien moesten houden. Het zijn namelijk mooie koeien.”

Kunstkoe, Melken, Water, Limonade, Kinderen, Koe, Rund, Vee, Museum, Rundveemuseum, Aartswoud, West-Friesland

Kinderen melken de kunstkoe in Aartswoud. Beeld: Hanneke de Boer. 

Mooie meisjes
Maar aan veehouder Nieuweboer zijn ze niet zo besteed. “Als ze 4000 liter per jaar geven is het veel, terwijl een beetje melkkoe het dubbele geeft.” Aart de Wit formuleert het zo: “Het zijn mooie meisjes.”

Het Rundveemuseum is in de zomer drie middagen per week geopend. Er is altijd iemand aanwezig die verstand van koeien heeft en een rondleiding kan verzorgen. “Maar mensen komen niet alleen voor elf koeien,” weet de secretaris. “Om het een beetje attractiever te maken, vertellen we ook wat over Aartswoud en over de agrarische sector.” En voor de deur staat een kunstkoe, waar kinderen zelf kunnen melken. “Vroeger zat er ranja in, maar dat vonden we niet verantwoord, dus nu doen we het met water.

Op de bovenverdieping kom je op een tekening zien hoe een koe melk maakt. “Verder hebben we hier verschillende soorten raszuivere kippen, geiten, schapen, eenden en ganzen. Veel mensen lopen drie hoog in de stad en hier kun je alle dieren op het erf in één oogopslag zien.”

Het Rundveemuseum in Aartswoud is in de zomer (tot en met 17 september) op woensdag, zaterdag en zondag tussen 13 en 16.30 uur geopend. Zie: www.rundveemuseum.nl

Auteur: Arnoud van Soest

Publicatiedatum: 18/07/2017

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.