“Het was het enige communicatiemiddel in die tijd, want niemand had telefoon,” vertelt Taco ten Dam. Samen met Wiard Krook van de Historische Kring Diemen maakte hij een fraai boek over prentbriefkaarten waarin Diemen centraal staat. Maar het is méér dan alleen een mooi plaatjesboek geworden. De auteurs gaan ook in op het fenomeen prentbriefkaart en vertellen iets over de uitgeverijen die die kaarten op de markt brachten. Ook hebben ze afbeeldingen van uitspanningen opgenomen die zeer in trek waren bij Amsterdammers, zoals het ‘Bos van Betlem’ en ‘Strandbad Diemerplas’.

Wiard Krook (links) en Taco ten Dam maakten samen een prentbriefkaartenboek over Diemen. Foto: Arnoud van Soest.
Groeten uit…
“Prentbriefkaarten werden in de twintigste eeuw voor van alles gebruikt,” vervolgt Ten Dam. “Als je je tante wilde laten weten wanneer je met de trein aankwam, stuurde je een kaartje. Of als je door Diemen fietste en in een winkel een aardige kaart zag, dan kocht je die om iemand ergens mee te feliciteren. Er werden ook veel kaarten gespaard; vrijwel elk huishouden had wel een album.”
Kortom, de prentbriefkaart, die op grote schaal in winkels te koop werd aangeboden, was een ideaal middel om iemand de groeten te doen. Postzegels kostten een cent en als je méér dan vijf woorden nodig had, was je 2,5 cent kwijt. Daar stond dan wel weer tegenover dat je kaart vaak al de volgende dag bij de geadresseerde in de brievenbus gleed, waar je anno nu alleen nog maar van kunt dromen.
Ten Dams interesse in prentbriefkaarten werd twintig jaar geleden gewekt, toen de toenmalige voorzitter van de Vereniging Documentatie Prentbriefkaarten, Simon van Blokland, een lezing in Diemen gaf. “Hij vertelde bijvoorbeeld hoe je aan de achterkant kon zien uit welke tijd een kaart stamde. Tot 1905 had zo’n kaart een ongedeelde achterkant en mocht je alleen op de voorkant een paar woordjes schrijven.”
“Vervolgens ging ik in winkeltjes en op beurzen op zoek naar prentbriefkaarten van Diemen. Inmiddels hebben we ook collecties kaarten van andere verzamelaars gescand en al 13 jaar hebben we een fotorubriek in de plaatselijke krant, het Diemer Nieuws. In die rubriek hebben we ook prentbriefkaarten afgedrukt. Het is de best gelezen rubriek van de krant en veel mensen zeiden dan ook: maak er eens een boek van. Dat hebben we nu dus gedaan en daar zijn inmiddels veel leuke reacties op gekomen.”

IJsfeest te Diemen, prentbriefkaart van de Weespertrekvaart, uitgegeven door Uitgeverij Nicolaas Boon uit Amsterdam. De foto is vermoedelijk in de strenge winter van 1902-1903 gemaakt. Afbeelding uit het besproken boek.
Reclame maken
Dat er relatief veel prentbriefkaarten van de Diemerbrug over de Weespertrekvaart zijn gemaakt, komt omdat zich op die plek in de eerste helft van de twintigste eeuw veel horeca bevond waar Amsterdammers op mooie dagen naar toe trokken. “Uitgevers van kaarten laten altijd foto’s maken van plekken waar veel mensen komen. Je moet eens weten op hoeveel kaarten de Dam of het Rijksmuseum staan afgebeeld. Van de Copernicusstraat in Amsterdam, om maar een voorbeeld te geven, zijn maar weinig kaarten uitgegeven. Die zijn dan ook zeldzaam en veel geld waard voor verzamelaars.”
Prentbriefkaarten werden in de vorige eeuw ook benut om reclame te maken. Middenstanders gebruikten daarvoor soms een volstrekt willekeurige afbeelding. Bakker Gilles van Duyn, uit de Jan Bertsstraat 10 in Diemen, liet op de voorkant van zijn reclamekaart bijvoorbeeld de afbeelding van een Duits Kurhaus zetten. Sloeg natuurlijk nergens op, maar het ging vooral om de dialoog zoals je die in advertenties uit die tijd wel vaker tegenkomt: ‘Piet en Annie vragen: Hoe zou het toch komen dat wij tegenwoordig zoo’n eetlust hebben?’. Nou, dat wist moeders wel: ‘Dat komt, kinderen, omdat ik tegenwoordig mijn Brood-, Koek-, Banket en Beschuit betrek uit de Luxe Bakkerij Gilles van Duyn.’
En zo waren er meer prentbriefkaarten die geen foto van Diemen op de voorkant hadden, maar die je met elke gewenste plaatsnaam kon bedrukken. De ene keer stond er ‘Groeten uit Diemen’, de andere keer ‘Groeten uit Doetinchem.’ Op één zo’n kaart zien we een heer aan zijn bureau zitten die peinzend voor zich uit staart. Uiteindelijk krijgt hij een lumineus idee en komt hij op de proppen met een kreupel Sinterklaasrijm in het genre ‘Sint heeft zitten prakkedenken, wat hij jou nou weer moest schenken.’ Dat gaat dan zo: ‘Ik neem de pen in mijn rechterhand/en nu zit ik te denken/Hoeveel groeten ik wel aan jou/En zoenen ik zal schenken.’ Daaronder staat dan gedrukt: ‘Nadruk verboden’, als betrof het hier hoogstaande poëzie.

In de categorie ‘onbekende uitgevers’ valt deze kaart waarbij je alleen de plaatsnaam hoefde in te vullen. Afbeelding uit het besproken boek.
Rust wat
Het prentbriefkaartenboek bevat niet alleen veel nostalgische plaatjes, maar besteedt ook aandacht aan wat mensen zoal op hun kaart schreven. Dat zijn doorgaans geen literaire hoogstandjes, maar daar waren die kaarten ook niet voor bedoeld. Het zijn vooral mededelingen in het genre ‘Rust maar goed uit en vooral goed eten hoor.’
Zo rusten twee jongens wat uit in café ‘Rust Wat’, dat ooit aan de Muidertrekvaart lag. Dat café bestaat overigens al lang niet meer en dat deel van de trekvaart is al lang gedempt. De jongens besluiten ene ‘mejuffrouw’ Riet een kaartje te sturen met de tekst: ‘Het bier is al best en zo duur als de pest.’ Ze voegen er wel meteen aan toe dat het ‘mooi weer’ is, dus ondanks dat dure bier zullen ze zich wel vermaakt hebben.
Sommige uitgeverijen van prentbriefkaarten legden zich toe op licht komische kaarten, waarop je alleen maar de naam van je etablissement hoefde in te vullen. Onderstaande kaart werd vermoedelijk in de jaren vijftig in het al eerder genoemde café ‘Rust Wat’ verkocht. Die hele uitspanning staat er weliswaar niet op, maar de afbeelding van een postbode die een brievenbus leegt, zorgt nog steeds voor een glimlach. Zulke fraaie postbussen bestaan helaas niet meer en gewone postbussen zijn zo goed als uit het straatbeeld verdwenen.

Uitgever RR België bracht komische prentbriefkaarten op de markt, zoals deze knielende postbode die een postbus leeghaalt. De kaart werd vermoedelijk in de jaren vijftig verkocht in Café ‘Rust Wat’ aan de Muidertrekvaart, die inmiddels voor een deel is gedempt. Afbeelding uit het besproken boek.
Uitspanning Betlem: Venetië van het Noorden
Het prentbriefkaartenboek schenkt ook aandacht aan uitspanningen die in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw zeer in trek waren bij Amsterdammers, zoals het ‘Bos van Betlem’ en ‘Strandbad Diemerplas’. In 1927 kocht de Amsterdamse wildhandelaar Hermanus Betlem een 12,5 hectare groot bos aan het Merwedekanaal (nu Amsterdam-Rijnkanaal) aan de rand van Diemen. De vorige eigenaren, twee Amsterdamse advocaten, hadden er hun zomerverblijf.
Betlem maakte er een mooie uitspanning van. Hij legde een restaurant met terras aan, een bos waar je in kon wandelen, een hertenkamp en twee grote vijvers om in te vissen. In 1928 kocht hij zelfs drie gondels om gondelvaarten aan te kunnen bieden. In advertenties prees de uitspanning zich aan als ‘Venetië van het Noorden’.

Grafische Kunstinrichting S. Bakker Jz. uit Koog-Zaandijk maakte voor ondernemer Herman Betlem deze reclamekaart in Jugendstilstijl. Afbeelding uit het besproken boek.
De meeste bezoekers van ‘Betlem’s Ontspanning’, dat in de volksmond Bos van Betlem heette, kwamen uit Amsterdam. Vanaf het Centraal Station voer regelmatig een boot naar ‘Betlem’s Bos’ aan het Merwedekanaal, maar je kon er ook met de fiets komen en de Gooische Stoomtram had er een halte.
Herman Betlem schakelde graficus/drukker Simon Bakker uit Koog-Zaandijk in om twee reclamekaarten voor hem te ontwerpen. Bakker maakte er heuse kunstwerkjes van, met zwanen, gondels en zelfs pauwen. Je zou bijna gaan denken dat Diemen in de tropen lag.

Grafische Kunstinrichting S. Bakker Jz. uit Koog-Zaandijk maakte voor ondernemer Herman Betlem deze reclamekaart in Jugendstilstijl. Afbeelding uit het besproken boek.
De Baarnse fotograaf Adriaan Gerard van Agtmaal, die naam zou maken met zijn stads- en dorpsgezichten, bracht het café-restaurant met terras in beeld.
De uitspanning kreeg al snel concurrentie van de stranden van Muiderberg en van speeltuin Oud-Valkeveen. Het Gooi werd namelijk beter bereikbaar toen er over het Merwedekanaal een brug werd aangelegd, maar ook het in 1934 geopend zwembad aan de Overdiemerweg, dat aan de Eerste Diem lag, zorgde voor concurrentie en trok veel bezoekers uit de hoofdstad.

Fotograaf Adriaan Gerard van Agtmaal uit Baarn legde in 1928 het café-restaurant met terras van ‘Betlem’s Ontspanning’ vast. Foto uit het besproken boek.
Strandbad Diemerplas
Opvallend is dat gescheiden zwemmen in die tijd heel normaal was; je had een bad voor heren en een bad voor dames. Gescheiden zwemmen was heel gebruikelijk in de eerste helft van de twintigste eeuw. Gemengd zwemmen werd destijds als onzedelijk en onbehoorlijk gezien.
Mede-auteur Wiard Krook denkt dat dat kwam omdat de eigenaar van het bad, Karel Kaskens, héél erg katholiek was, maar Taco ten Dam vermoedt dat dat niet de enige reden was. “Ik heb tot in de jaren zestig nog gezwommen in het De Mirandabad in Amsterdam-Zuid en dat was van de gemeente Amsterdam. Je had aparte baden voor jongens en meisjes. Jongens mochten niet in het meisjesbad, maar meisjes mochten wel in het jongensbad, bijvoorbeeld omdat hun broertje daar zwom. En op de zonneweide had je een hoek waar veel pleiners zaten. Dat waren de wat artistieke jongeren die broeken met wijde pijpen droegen, lang haar hadden en beïnvloed waren door de Beatles.”

Het damesbad van strandbad Diemerplas aan de Eerste Diem, was via de Overdiemerweg te bereiken. Dames en heren zwommen gescheiden. Het bad werd in 1934 geopend en heeft de oorlog niet overleefd. Afbeelding uit het besproken boek.
Een Joods werkkamp
Tot slot keren we nog even terug naar ‘Betlem’s Ontspanning’, want in 1936 verkocht de eigenaar zijn landgoed aan de Nederlandse staat en in de Tweede Wereldoorlog, tussen februari en oktober 1942, gebruikte de Duitse bezetter het landgoed als werkkamp voor 305 jonge joodse mannen, die de kanaaldijk moesten ophogen. Ten Dam: “Het werk stelde niet zo veel voor, maar die werkkampen werden vooral ingericht om joodse mannen te kunnen concentreren. Ze sliepen thuis, maar op een dag verschenen er Duitse soldaten met geweren die ze de boot in dwongen.”
Vervolgens belandden ze in Westerbork en werden ze uiteindelijk naar de vernietigingskampen gedeporteerd. Slechts twee van de joodse dwangarbeiders zouden de oorlog overleven. Het werkkamp lag bij de derde brug over het kanaal, als je bij de Overdiemerweg rechtsaf slaat. Noch van het Bos van Betlem, noch van het latere werkkamp zijn nog sporen te zien. Slechts een bescheiden informatiebord van de provincie herinnert aan die beladen plek.

Bij de Betlembrug, waar voor de Tweede Wereldoorlog een uitspanning lag en in de oorlog een werkkamp voor joodse jongemannen, staat nog een informatiebord van de provincie dat aan die beladen periode herinnert. Foto: Wiard Krook.
Prentbriefkaartenboek ‘Thuis heb ik nog een ansichtkaart’ is zowel bij de Bruna in Diemen als bij de Historische Kring Diemen verkrijgbaar. Het boek is samengesteld door Taco ten Dam en Wiard Krook. Danielle de Graaf verzorgde de vormgeving.

‘Thuis heb ik nog een ansichtkaart…, prentbriefkaarten van Diemen, bevat circa 500 afbeeldingen, van 1899-2025.
Auteur: Arnoud van Soest
Publicatiedatum: 19/03/2026
Vul deze informatie aan of geef een reactie.