Waterland: watersnood

Om het land te beschermen tegen overstromingen wordt de Markermeerdijk tussen Edam en Amsterdam momenteel versterkt. De planning is dat de werkzaamheden in 2016 klaar zijn. Dit is precies 100 jaar na de watersnood van 1916. Toen braken op allerlei plaatsen de dijken in Waterland. Met desastreuze gevolgen.

Versterking Markermeerdijk

In de Nederlandse wet staan regels voor dijken. Ze moeten de meest krachtige stormen kunnen weerstaan. Stormen waarvan de kans 1% is dat ze in een eeuw voorkomen. De Markermeerdijk tussen Edam en Amsterdam voldoet niet meer aan die eis. De dijk is niet stabiel genoeg en op sommige plaatsen ook niet voldoende hoog. Door de slappe ondergrond zakt de dijk voortdurend. Terwijl in het Markermeer hoge waterstanden langer kunnen aanhouden dan vroeger in de Zuiderzee.
Om het land de komende 50 jaar te beschermen tegen overstromingen, moet de Markermeerdijk sterker worden gemaakt. Daarom wordt de dijk vanaf het kerkje van Durgerdam tot aan het kruispunt met de dijk naar Marken aangepakt. Ook de delen van de dijk in Katwoude en het Noordeinde in Volendam tot aan Edam worden versterkt. Zodat een ramp als in 1916 niet meer zal voorkomen.

Watersnoodramp in Waterland

In de nacht van 13 op 14 januari 1916 bereikte de Zuiderzee een extreem hoge waterstand. Het stormde hevig. Golven sloegen over de doordrenkte Waterlandse zeedijk. De dijk brak op meerdere plaatsen en het land overstroomde. De volgende dagen zouden ook allerlei polderdijken het begeven. Hierdoor nam de schade nog verder toe. Het hele gebied rond Edam, Purmerend, Broek in Waterland en Durgerdam stond blank. Marken werd heel zwaar getroffen. Daar vielen 16 doden. Bij Zuiderwoude en Ransdorp kwam ook veel vee om.

Hulpacties

Wegen, boerderijen, boten en huizen werden onherstelbaar vernietigd en weilanden werden aangetast door het zeewater. De hulpverlening kwam snel op gang. Particulieren zetten hulpacties op touw. Bijvoorbeeld de industrieel Bernard van Leer. Ook veel soldaten kwamen helpen. Ze waren al in de buurt, want door de Eerste Wereldoorlog waren er in en rond Amsterdam veel soldaten gelegerd. Pas op 23 maart waren alle dijkgaten weer gedicht. Het was al zomer toen de laatste polders droogvielen.

Video: Watersnood (1916)

Bron: Noord-Hollands Archief

Koningin Wilhelmina bezoekt Marken

Koningin Wilhelmina trok zich het lot aan van de gebieden die door de watersnood van 1916 werden getroffen. Tijdens haar bezoek aan Marken nam ze Lijsje van Riel aan als haar petekind. Lijsje was tijdens de stormnacht van 13 op 14 januari geboren. Op de zolder van haar grootmoeders huis om precies te zijn. Daar hadden vele volwassenen en kinderen hun toevlucht gezocht. Lijsje kwam ter wereld achter een opgespannen zeil van een botter.
De koningin liet haar petekind allerlei cadeaus bezorgen. Van een nieuwe wieg tot kleertjes. Lijsje werd omgedoopt tot Wilhelmina. Deze naam gaf Lijsje door aan haar dochter en kleindochter. Koningin Beatrix bezocht Marken tijdens Koninginnedag in 1997. Nazaten van ‘petemoei Mina’ mochten koningin Beatrix een bos bloemen aanbieden.

Afsluitdijk sluit Zuiderzee af

De watersnood in 1916 maakte een grote indruk op Nederland. Het was de eerste grote Nederlandse natuurramp waarover fotoreportages in de pers verschenen. Persfotografie was in die jaren nog betrekkelijk nieuw. Mensen gaven gul, nadat ze de ellende in Waterland ‘met eigen ogen’ hadden gezien.
Jarenlang was er gepleit voor het afsluiten van de Zuiderzee. Al in 1891 was een plan opgesteld om een dijk aan te leggen en de Zuiderzee grotendeels in te polderen. Maar dit plan was op grote maatschappelijke weerstand gestuit. Vanwege de hoge kosten, de grote technische risico’s en de economische gevolgen voor de vissersdorpen. De ramp in 1916 gaf echter de doorslag: in 1918 keurde het parlement de Zuiderzeewet van minister en ingenieur Lely goed. In de jaren twintig werd de proefpolder Andijk aangelegd. Daarna werd de Wieringermeer drooggemalen. Het laatste gat in de Afsluitdijk werd gesloten op 28 mei 1932.