Zuiderzeemuseum heeft grootste collectie gapers van het land

Voor de grootste collectie apotheekgapers van ons land, kun je nog tot eind oktober terecht in apotheek De Groote Gaper in het buitenmuseum van het Enkhuizense Zuiderzeemuseum. Er zijn maar liefst 25 houten koppen te bewonderen.

Een gaper is een houten kop die al in de zestiende eeuw boven de winkel van een apotheek of drogist hing. De koppen dienden als uithangbord, om te laten zien dat je hier terecht kunt voor poeders en pillen. Hendrik Jan van Lijnen Noomen (78) praat er graag over. De in witte jas gestoken oud-apotheker is al meer dan twintig jaar nagenoeg elke zaterdag in de museumapotheek  te vinden om uitleg te geven.

Hendrik Jan woont in Enkhuizen, waar hij 35 jaar een apotheek dreef, die onder de naam ‘De Koop’ren Vijzel’ bekend werd. Zijn dubbele naam doet vermoeden dat hij uit een adellijk geslacht stamt, maar dat ligt toch anders.

“Onze familie zat in de houthandel en komt uit Zaandam, de grootste importhaven van hout uit Rusland en Scandinavië. In Rusland had men nog eerbied voor de adel en om indruk te maken, kocht mijn overgrootvader van een Belg de naam Van Lijnen er bij. Dat werkte heel goed, behalve natuurlijk toen in 1917 in Rusland de revolutie uitbrak.”

Apotheek ‘De Groote Gaper’ begon veertig jaar geleden in het Zuiderzeemuseum aan een nieuw leven. Foto: Eefje Swart

Gapers gapen niet

Het is overigens niet duidelijk hoe de koppen aan de naam ‘gaper’ zijn gekomen, want in de tentoonstelling wordt uitgelegd dat gapers helemaal niet gapen. Ze trekken wel gekke bekken, zo lezen we in de begeleidende tekst. ‘Met hun open mond en uitgestoken tong zijn ze klaar om medicijnen in te nemen; de bittere smaak van de medicijnen van vroeger verklaart de rare gezichtsuitdrukking.’

“Dat die mannen (er bevinden zich maar twee vrouwen in de collectie) hun tong uitsteken, was omdat de tong altijd een graadmeter voor je gezondheid is geweest. Aan de tong, maar ook aan de ogen, kun je goed aflezen of je vochthuishouding in orde is.”

Vierhonderd jaar geleden verschenen de gaperkoppen voor het eerst in het straatbeeld. Hendrik Jan: “De eerste apothekers zeiden tegen elkaar: we kunnen wel van alles op de gevel zetten, maar negen van de tien klanten kunnen toch niet lezen. Vergeet niet dat meneer Van Houten pas in 1907 de leerplicht heeft ingevoerd, waardoor je met zeven jaar naar school moest. Vier eeuwen geleden ging je pas naar school als je van je ouders pastoor of dominee moest worden.” Zodoende werden de gapers het symbool voor de apotheek en later ook voor de drogist. “Die koppen werden gemaakt door dezelfde beeldhouwers die de schepen versierden. Het is overigens een Hollands fenomeen; zelfs in Vlaanderen is het niet bekend.”

Hendrik Jan van Lijnen Noomen bij de vrouw met twee pilletjes op haar tong. Foto: Arnoud van Soest

Specerijen

Dat er vaak oosterlingen worden afgebeeld, is volgens hem een eerbetoon aan diegenen die ons de kennis hebben verschaft over kruiden en specerijen. “Daar hadden we vòòr 1600 nog geen kennis van. Dat kwam pas in 1602 toen de schippers van de VOC de specerijen mee terug namen.”

De collectie gapers, die het Zuiderzeemuseum langdurig in bruikleen heeft gekregen, komt uit Haarlem. Anton van Os, ooit eigenaar van de in 1849 opgerichte apotheek A.J. van der Pigge, heeft ze in de jaren dertig verzameld. “Hij heeft er nooit méér dan 25 gulden per stuk voor neergeteld. In die tijd zag men daar de waarde niet van in, maar Van Os dacht: binnenkort zie je die koppen niet meer en dan is het huilen met de pet op.” Intussen worden er astronomische bedragen voor betaald.

Drogist van der Pigge bestaat nog steeds, in het centrum van Haarlem, op de hoek van Gierstraat en Verwulft. “De drogisterij wilde nooit verkassen, zodat Vroom en Dreesmann er uiteindelijk maar omheen heeft gebouwd. Het aardige is dat Van der Pigge er nog steeds zit, zij het onder een andere naam, maar dat V&D naar de geschiedenisboekjes is verhuisd.”

De collectie omvat 53 gapers. Foto: Thijs Jansen

Verzameling Van Os

Het is ook mede aan Hendrik Jan te danken dat de collectie van Anton van Os in het buitenmuseum is beland. “Veertig jaar geleden is het interieur van een Hoornse apotheek naar het buitenmuseum overgebracht. Ik heb de toenmalige conservator voorgesteld om de ruimte achterin de apotheek te gebruiken voor de gapers uit de verzameling van Van Os. Ik heb namelijk bij zijn zoon Jan in de klas gezeten, op de HBS in Alkmaar. Zijn vader, Anton, was toen al overleden, maar zijn weduwe was bereid om de collectie langdurig in bruikleen aan het museum te geven.” De stichting Farmaceutisch Erfgoed is er nu eigenaar van.

Behalve muzelmannen en moren, bevat de collectie ook een man met een doek om zijn hoofd gewikkeld. “Tot 135 jaar terug hadden we geen geneesmiddel tegen hoofdpijn, dus de chirurgijn zei tegen je: dompel een doek in heet water en wikkel die om je hoofd. En dan maar hopen dat je bloeddruk omlaag gaat.”

Zeg eens Aaa. Foto: Thijs Jansen

Kruidnagelen

En voor de VOC uit varen ging, waren er nog geen kruidnagelen, dus dan kreeg je het advies om je wang warm te houden, “in de hoop dat de ontsteking eerder rijp wordt.” En waarom er een nar in de collectie is opgenomen kan hij ook wel uitleggen. “Vier honderd jaar geleden wist men al dat je je pijn vergeet als je lacht, dus zo’n nar was een ongelooflijk goede hulp van de chirurgijn.”

De verzameling telt verder nog een vrouw die twee pilletjes op haar tong heeft liggen, ook al denken veel bezoekende kinderen dat ze een piercing heeft. Hendrik Jan: “Vier eeuwen geleden deden ze natuurlijk niet aan die gekkigheid.”

Verder zien we drie gehelmde politieagenten, want die werden vroeger op handen gedragen, expliceert de oud-apotheker. Tot slot wijst hij er nog op dat niet elke gaper over een tong beschikt. “Het gebeurde wel eens dat een beeldhouwer te lang aan die tong zat te pielen en dat hij er af viel. Dat kon hij er dan niet mee aanplakken.”

Hendrik Jan voert het groepje vrijwilligers aan dat uitleg geeft in de museumapotheek. Foto: Arnoud van Soest

Vrijwilligers

Hendrik Jan is één van de 270 vrijwilligers van het Zuiderzeemuseum. Vanwege corona mogen maar drie mensen de museumapotheek binnenlopen, tenzij ze tot één gezin behoren. Overigens mocht hij de eerste twee maanden van de coronacrisis niet als museumvrijwilliger aan de slag. Dat mocht weer nadat de  coronamaatregelen versoepeld waren. “Er werken zo’n 270 vrijwilligers in het Zuiderzeemuseum, waarvan de helft boven de zeventig is, dus die konden in eerste instantie niet aan het werk.”

Vanwege coronatijd zijn er minder vrijwilligers beschikbaar, zodat de museumapotheek maar twee à drie dagen in de week bemenst is, waaronder op zaterdag, want dan staat de oud-apotheker er meestal zelf. Het museum adviseert bezoekers om een online ticket te reserveren voor een gegarandeerd bezoek. Om drukte te voorkomen is per dag, zowel online als aan de kassa, een maximum aantal tickets beschikbaar.

Kijk voor meer informatie op de website van het Zuiderzeemuseum. Wie meer over gapers wil weten, kan ook terecht in het (online) Nationaal Farmaceutisch Museum. Daar is een uitgebreid artikel te vinden.

De museumapotheek toont niet alleen gapers, maar herbergt ook een oud stoomapparaat waardoor kinderen met kroep makkelijker konden ademen. Foto: Arnoud van Soest

Martine Bonnema laat ons weten dat als zij als kind iets moest innemen, vaak te horen kreeg: ‘Gaap Jaap, hooi in de schuur.’ Gapen had in haar gezin dus een ruimere betekenis, namelijk: doe je mond open om medicijnen, levertraan of iets dergelijks in te nemen.

Auteur: Arnoud van Soest

Publicatiedatum: 28/08/2020