Kustbatterij bij Diemerdam
Vanaf de Kustbatterij bij Diemerdam moest de kust van de toenmalige Zuiderzee verdedigd worden. De batterij bestond al in de achttiende eeuw, en werd in 1883 onderdeel van de Stelling van Amsterdam.
>Vanaf de Kustbatterij bij Diemerdam moest de kust van de toenmalige Zuiderzee verdedigd worden. De batterij bestond al in de achttiende eeuw, en werd in 1883 onderdeel van de Stelling van Amsterdam.
>Fort bij de Kwakel werd in 1906 voltooid, min of meer tegelijk met het nabijgelegen Fort bij Kudelstaart. Bijzonder is dat de bouw van het fort is gedocumenteerd in een dagboek van de opzichter. Hieruit blijkt dat de aanleg niet van een leien dakje ging.
>Fort aan den Ham is een klein ‘tussenfort’ in het Noordwestfront van de Stelling van Amsterdam. Gelegen tussen het grotere Fort bij Veldhuis en Fort bij Krommeniedijk moest het fort de spoorlijn tussen Krommenie en Uitgeest verdedigen.
>Fort aan de Winkel is eigenlijk een fort dat niet voltooid werd met bomvrije gebouwen. Die betonnen gebouwen die op deze plek zouden komen, zijn nooit gebouwd. Het fort is vernoemd naar het veenriviertje dat erlangs stroomt en ligt in het Zuidfront van de Stelling van Amsterdam.
>Fort aan het Pampus is het enige Nederlandse kustfort dat op een eiland gebouwd is. Met ruim 60.000 bezoekers per jaar is Forteiland Pampus tegenwoordig het meest bezochte onderdeel van de Stelling van Amsterdam.
>Toen het Haarlemmermeer halverwege de negentiende eeuw werd drooggemaakt, werd Amsterdam kwetsbaarder voor aanvallen van vijandelijke troepen. Om te voorkomen dat de hoofdstad via de drooggelegde polder werd binnengevallen, werd een viertal forten langs de Ringvaart aangelegd, waaronder Fort aan de Liede. Later werd dit fort onderdeel van de Stelling van Amsterdam.
>Fort aan de Drecht ligt in de Uithoornse polder en werd in 1911 voltooid. In oorlogstijd moest dit fort het Amstel-Drechtkanaal, de Kromme Mijdrecht en twee inmiddels verdwenen sluizen verdedigen.
>UNESCO Werelderfgoed Hollandse Waterlinies krijgt nieuwe naamborden langs de weg. De bekende bruine borden van de Stelling van Amsterdam en de Nieuwe Hollandse Waterlinie worden vervangen door borden met daarop de nieuwe naam ‘Hollandse Waterlinies’.
>Fort bij Aalsmeer ligt naast de Ringdijk van de Haarlemmermeerpolder en maakt deel uit van het Zuidwestfront van de Stelling van Amsterdam.
>Fort aan de St. Aagtendijk behoort tot het Noordwestfront van de Stelling van Amsterdam. Wanneer vijandelijke troepen de Stelling via de Sint Aagtendijk binnen probeerden te komen, konden zij vanuit het fort teruggedrongen worden.
>De (vernieuwde) stelling van Amsterdam is aangelegd tussen 1881 en 1914. Zij wordt gevormd door een ring van vijfenveertig verdedigingswerken waarmee de hoofdstad kon worden verdedigd door het land buiten de stelling ongeveer een halve meter onder water te zetten (inundatie). Dat is te ondiep voor schepen en te diep voor man en paard. Fort Hoofddorp maakt daarvan deel uit.
>Tussen Den Helder en Texel drijft een onbewoond eiland. Geen tropisch strand, waar je onder een palmboom van de zonsondergang kunt genieten, maar een bijzonder natuurgebied en broedplaats voor vogels en zeehonden. Noorderhaaks, in de volksmond bekend als de Razende Bol, is al eeuwenlang voortdurend in beweging.
>Elke maand presenteert Huis van Hilde, het archeologiecentrum van de provincie Noord-Holland, de vondst van de maand. Daar krijgen deze bijzondere bodemvondsten een eigen vitrine, op Oneindig Noord-Holland worden ze met een verhaal in het zonnetje gezet. Deze maand staat een zweep uit de Middenbeemster centraal.
>Vogels, wijnliefhebbers en saunagasten, ze hebben allemaal baat bij de forten die destijds als onderdeel van de Stelling van Amsterdam zijn gebouwd. Agnes de Boer sprak met mensen die op de forten hebben gewoond en gewerkt. Dat leidde tot drie boeken, waarvan het laatste deel net is verschenen.
>Deze zomer neemt Jan Feith je mee op reis door onze provincie. Zijn historische teksten uit het album ‘Zwerftochten door ons land: Noord-Holland’ (1933) geven een beeld van zonnige duinen, drukke pleinen en pittoreske polders. Deze week: ‘Tusschen het wad en de groote zee’.
>Vanaf de vijftiende eeuw is het een drukte van belang voor de kust van Texel. Schepen verzamelen zich daar in afwachting van de juiste wind om door te kunnen varen naar de Oostzee, één van de belangrijkste handelsroutes in die tijd.
>Fort bij Uithoorn is niet een fort dat veel heeft meegemaakt. Het is wel een fort dat er redelijk authentiek uitziet en daarom gaven de vrijwilligers van het Documentatiecentrum Stelling van Amsterdam er een rondleiding.
>Vanaf het najaar van 1944 maakten de geallieerden een snelle opmars. Om hun kant van de linie te kunnen verdedigen hadden de Duitsers steeds meer mensen nodig. Door middel van razzia’s verzamelden ze mensen die voor ze moesten vechten en werken.
>De Nieuwe Hollandse Waterlinie (NHW) is het grootste rijksmonument van Nederland en staat op de nominatielijst van UNESCO. De NHW (1815-1940) loopt van het IJsselmeer tot de Biesbosch. De Linie bestaat uit een prachtig snoer van twee kastelen, vijf vestingsteden, 60 forten, een ingenieus systeem van sluizen, dijken, kanalen en 550 bunkers.
>De Waddenzee: een woest en veranderlijk getijdengebied langs de Noordzeekusten van Nederland, Duitsland en Denemarken. Het Nederlandse deel van het Wad, 2500 kilometer beschermd gebied, begint bij het Marsdiep (Den Helder) en eindigt bij de Dollard in Groningen. Geen dag is hetzelfde, het wad is al eeuwenlang constant in beweging. Zo’n groot getijdengebied in een gematigd klimaat en met een enorme variatie aan planten en dieren, vind je nergens anders in de wereld.
>