Vondst van de maand: zweep uit de Beemster

Elke maand presenteert Huis van Hilde, het archeologiecentrum van de provincie Noord-Holland, de vondst van de maand. Daar krijgen deze bijzondere bodemvondsten een eigen vitrine, op Oneindig Noord-Holland worden ze met een verhaal in het zonnetje gezet. Deze maand staat een zweep uit de Middenbeemster centraal.

Archeologisch onderzoek aan de Rijperweg te Middenbeemster legde in 2007 de funderingen van een zeventiende-eeuwse stolpboerderij bloot, een kenmerkend bouwsel voor deze streek. Bij de stolpboerderij werden een inpandige waterput en, even verderop, een gedempte sloot aangetroffen. Die stolpboerderij kon er destijds gebouwd worden dankzij de droogmaking van de Beemster, een uniek project waarmee Holland aan het begin van de Gouden Eeuw het landschap naar zijn hand zette.

Kaart met verkaveling in de nieuwe bedijkte Beemster, 1620. Collectie Provinciale Atlas, Noord-Hollands Archief.

Woelig water getemd

Op de plek van de Beemster lag vroeger het Beemstermeer. Een onstuimig water, dat door bodemdaling (een gevolg van grootschalige veenontginning in het gebied) steeds grotere stukken land opslokte. Om de omliggende plaatsen te beschermen tegen het geweld van deze waterwolf, werd in 1607 besloten om de Beemster in te polderen. Hiertoe richtten vijftien welgestelde kooplieden en ambtenaren de Beemster Compagnie op.

Datzelfde jaar nog werd een strook land rond rondom het meer aangekocht voor de aanleg van een ringvaart en ringdijk. Ingehuurde ‘polderjongens’ legden deze in rap tempo aan, daarna namen de molens het over. Dit alles naar een plan van waterbouwkundige Jan Adriaanszoon Leeghwater (1575-1650). Het leegmalen had in het voorjaar van 1610 klaar kunnen zijn, ware het niet dat een zware noordwesterstorm roet in het eten gooide. In januari 1610 brak het zeewater door de ringdijk heen en veroorzaakte grote schade aan het project. Het werk kon weer opnieuw beginnen.

Gezicht op de toren van de hervormde kerk in de Middenbeemster, kruising Middenweg – Rijperweg, 1777. Geheel rechts op de voorgrond drinkbakken voor de herberg Het Herenhuis. Links op de Rijperweg een herder met schapen en een man op de rug gezien. Collectie Provinciale Atlas, Noord-Hollands Archief.

Gevierde verkaveling

Uiteindelijk viel de Beemster pas in het voorjaar van 1612 helemaal droog. Op 30 juli werden de vrijgekomen kavels toegewezen. Dat gebeurde door middel van een blinde trekking van briefjes met daarop namen van investeerders en kavels. Er was veel belangstelling voor de nieuwe grond. Rijke Amsterdamse kooplieden zagen hier een mooie locatie voor hun buitenplaats; voor veel Hollandse boeren betekende de vruchtbare grond een nieuwe kans. Het toewijzen van de kavels wordt nog steeds jaarlijks met een Biddag herdacht. Die vindt sinds 1830 plaats op de laatste zondag van juli en markeert traditioneel het begin van de Beemster kermis.

Na vier eeuwen is het oorspronkelijke verkavelingspatroon van de Beemster nog altijd intact. Dit zeventiende-eeuwse cultuurlandschap wordt gezien als het boegbeeld van de Hollandse inpolderingen. Vanwege deze bijzondere historische waarde staat de Beemster sinds 1999 op de UNESCO Werelderfgoedlijst. Inmiddels al twintig jaar lang, en dat jubileum wordt in 2019 uitgebreid gevierd. Zo wordt de Beemster in de maand december letterlijk in de spotlights gezet, tijdens het spectaculaire Beemster Light Festival.

Archeologisch onderzoek aan de Rijperweg te Middenbeemster, 2007. Via archeologisch depot, Provincie Noord-Holland.

Vondst uit de Middenbeemster

Ook Huis van Hilde besteedt deze maand aandacht aan de Beemster, met het uitroepen van een bijzondere zweep tot de vondst van de maand. In deze vondst van de maand wordt alvast vooruitgeblikt naar de nieuwe tentoonstelling Beemstermolen – Toptechniek van wereldformaat, die vanaf 17 januari 2020 in Huis van Hilde te zien zal zijn. De zweep, waarvan alleen het handvat bewaard is gebleven, dook op tussen de vondsten bij de stolpboerderij aan de Rijperweg. Het handvat is gemaakt van gevlochten riet met een leren omhulsel. Het leer is versierd met stiksels in een golvend patroon. Zwepen zoals deze werden onder meer gebruikt om vee mee te drijven of paard en wagen mee aan te sturen.

Het is heel bijzonder dat deze zweep bewaard is gebleven. Zwepen waren meestal van organische materialen gemaakt, die gemakkelijk in de bodem vergingen. De reden dat dit handvat de tand des tijds doorstaan heeft, hangt waarschijnlijk samen met de vindplaats. De zweep werd namelijk aangetroffen in een waterput. Vermoedelijk heeft deze vochtige omgeving gezorgd voor het behoud van de materialen. De zweep is ergens tussen 1600 en 1825 in de put terecht gekomen. Wie weet, misschien is de zweep dus zelfs wel getuige geweest van de drooglegging van de Beemster.

Het handvat van de zweep, gevonden aan de Rijperweg te Middenbeemster. Archeologische collectie, Provincie Noord-Holland.

Wil je de zweep eens in het echt zien? De Vondst van de Maand is vanaf 11 december gratis toegankelijk en tijdelijk te bezichtigen in Huis van Hilde. Tevens zal vanaf 17 januari 2020 de tentoonstelling ‘Beemstermolen – Toptechniek van wereldformaat’ in Huis van Hilde te zien zijn. Op de website van het archeologisch depot kun je alle vondsten in detail bekijken.

Tekst: Sarah Remmerts de Vries

Bronnen:

Publicatiedatum: 10/12/2019