De Reede van Texel: wekenlang wachten op de juiste wind

Vanaf de vijftiende eeuw is het een drukte van belang voor de kust van Texel. Schepen verzamelen zich daar in afwachting van de juiste wind om door te kunnen varen naar de Oostzee, één van de belangrijkste handelsroutes in die tijd.

Tot het eind van de twaalfde eeuw zit Texel overigens nog aan het vasteland vast, maar door een aantal stormvloeden worden de kwelders (drassige gebieden) tussen Den Helder en Texel weggeslagen. Zo ontstaat een vaargeul en wordt Texel een eiland. Die vaargeul, het Marsdiep, is met afstand de breedste en diepste vaargeul van de Waddenzee en wordt nog steeds door de veerboten van TESO gebruikt.

Om die reden wordt de Reede van Texel een logische plek voor schepen om zich te verzamelen. En te wachten tot de oostenwind opsteekt.  Je hebt immers oostenwind nodig om uit te kunnen varen, legt Alec Ewing uit, conservator van het Texelse scheepvaartmuseum Kaap Skil.

In de late middeleeuwen worden de Hollandse steden aan de Zuiderzee, zoals Enkhuizen, Hoorn, Medemblik, Monnickendam en Amsterdam, welvarender. Rijke handelaren sturen hun schepen naar de havens aan de Oostzee om er graan in te slaan. De Baltische Staten, Oekraïne en Polen vormen al eeuwenlang de graanschuur van Europa. En de Reede van Texel is een beschutte plek voor de kust om voor anker te gaan. En te wachten tot de Oostenwind opsteekt.

Ludolf Bakhuizen, Nederlandse schepen op de rede van Texel, met in het midden de ‘Gouden Leeuw’, het vlaggeschip van Cornelis Tromp. Via Rijksmuseum Amsterdam.

Verraderlijk

De schepen varen meestal van de lente tot december, aangezien de zee in de winter verraderlijk kan zijn. Aangezien de wind in Nederland meestal uit het westen komt, kunnen de schepen wel een paar weken tot een paar maanden voor de kust van Texel voor anker liggen, in afwachting van de juiste wind. Niet dat de bemanning in die tijd alleen maar ligt te lummelen en te niksen. In de tijd dat de schepen bij Texel voor anker liggen, wordt het schip bevoorraad en wordt de handel in- en uitgeladen.

Dat heeft ook nog een andere reden. Doordat een schip van pakweg veertig meter, met honderd man aan boord en voor tonnen aan lading zó diep in het water ligt, kan het bijna niet over de Zuiderzee varen. Het huidige IJsselmeer telde maar een paar vaargeulen en lag vol met zandbanken. Veel schepen varen dus half of bijna leeg naar Texel en daar komt de rest van de bemanning èn de handelswaar aan boord. Vervolgens varen de schepen naar het Russische Riga met bakstenen en dakpannen, om op de terugweg graan mee te nemen.

Conservator Alec Ewing voor een stuk juchtleer (bewerkte koeienhuid), afkomstig uit een scheepswrak. Foto door Arnoud van Soest.

Oostzee

In de vijftiende eeuw, als de handel met havens aan de Oostzee op gang komt, begint het voor de kust van Texel al druk te worden. Aanvankelijk verzamelen de schepen zich bij de Hors, aan de zuidkant van het eiland. Eind vijftiende eeuw verzandt dat gebied echter en verschuift de Reede (ankerplaats) naar zandbanken zo’n twee à drie kilometer buiten de kust van Oudeschild, daar waar Museum Kaap Skil zich nu bevindt.

Ludolf Bakhuizen, koopvaarder Anchorage voor de kust van Texel, met Oudeschild in de achtergrond. Via National Maritime Museum Greenwich.

Eind zestiende eeuw liggen hier tussen de honderd en tweehonderd schepen voor anker. Ewing: “Er lag van alles lag door elkaar: VOC- en WIC-schepen, schepen van particuliere handelshuizen, walvisvaarders en admiraliteits- oftewel marineschepen. Er was nog niet één Koninklijke marine; je had in die tijd nog verschillende admiraliteiten, zoals die van het Noorderkwartier.

En vergeet de visserij niet… Honderden haringschepen bevoeren van Enkhuizen de hele Noordzee tot de Shetlandeilanden om op haring te vissen. We denken vaak alleen aan VOC-schepen, maar in die periode was tachtig procent van de schepen afkomstig van particuliere handelshuizen die aan de Europese kusten handel dreven. De VOC-schepen gingen verder, wat zeer tot de verbeelding spreekt, maar hun bijdrage aan de Nederlandse economie was een stuk geringer dan die van de particuliere handelshuizen.”

Walvisvaarder De Swarte Walvis, zoals te zien in de maquettezaal Reede van Texel. Via Museum Kaap Skil.

Het moet voor de kust van Texel een drukte van belang zijn geweest. Wie daarvan een indruk wil hebben, kan in de maquettezaal van Kaap Skil kijken naar zo’n 160 minutieus nagebouwde handels- en oorlogsschepen.

Meer informatie: www.kaapskil.nl

Tekst: Arnoud van Soest