Kustbatterij bij Diemerdam: nieuw paviljoen zet dynamische geschiedenis voort

Eind achttiende eeuw werd op deze plek een versterkte plaats voor de opstelling van geschut aangelegd.

Op een aarden verdedigingswerk kwam een dubbele batterij die Amsterdam moest beschermen tegen de Pruisen die in 1787 Holland waren binnengevallen. Een kleine eeuw later werd het aardwerk toegevoegd aan de Stelling van Amsterdam. De batterij werd tussen 1886 en 1896 gemoderniseerd met nieuwe betonnen munitiemagazijnen en geschutsopstellingen. Zoals de naam al aangeeft had de batterij ten doel om de zeekust van de toenmalige Zuiderzee te beschermen. Dit gebeurde samen met de kustbatterij voor Durgerdam en het forteiland Pampus.

In 1954 verloor de kustbatterij zijn militaire functie. Stadsherstel nam in 2006 het verwaarloosde terrein en de vervallen gebouwen over. De grondige restauratie en herbestemming van het fortterrein behelsde niet alleen het opknappen van de militaire gebouwen en terugbrengen van de oorspronkelijke aardwerken. Ook is er een nieuw paviljoen gebouwd dat als horeca en bezoekerscentrum dienstdoet. Veel elementen en details van het nieuwe gebouw verwijzen naar de cultuurhistorische context van deze plek.

Nieuw Paviljoen. Foto: Jephta Dullaart (ONH)

Toekomst en verleden verenigd

Toen Stadsherstel de eigenaar werd van de kustbatterij was het voornemens om de verdwenen conducteurswoning te herbouwen. Deze woning leek sterk op de nog bestaande en inmiddels fraai gerestaureerde fortwachterswoning. Op aandringen van hun Raad van Advies, besloot men hier van af te zien. In plaats hiervan koos Stadsherstel er voor om een geheel nieuw bouwwerk op de plek van de oude woning neer te zetten. Emma architecten uit Amsterdam kreeg de opdracht om aan de dynamische geschiedenis van dit werelderfgoed monument een gepaste voortzetting te geven

Strip uit de jaren vijftig

Een opvallend uitgangspunt van hun ontwerp werd een strip uit de jaren vijftig waarop een zwevende auto was te zien boven een gewone autosnelweg. De strip is zowel een verwijzing naar de toekomst, als ook een oud en gedateerde afbeelding door het gebruik van vierbaanswegen en het kostuum van de berijder. Het ontwerp van het nieuw paviljoen deelt hetzelfde principe: het gebouw verwijst naar de toekomst, maar behoort tegelijk tot het verleden. De nieuwbouw voegt een nieuwe episode toe aan de dynamische geschiedenis van de Stelling van Amsterdam, juist op het moment dat deze door de status van Werelderfgoed vast lijkt te liggen.

Kringenwetwoningen

De nieuwbouw staat precies op de plek van de oude conducteurswoning. De verdiepte bak in het restaurant gedeelte komt exact overeen met de omtrek van de fundamenten van het oude huis. De uitdieping is precies 60 centimeter, een verwijzing naar de Kringenwet. Deze bepaalde dat alle bebouwing binnen een straal van 300 tot 600 meter afstand van het fort (de middelbare kring) van brandbaar materiaal moest zijn, zoals hout en riet, met uitzondering van de eerste 60 cm. Deze was nodig voor de fundering van de fortwachtershuizen, genieloodsen en boerderijen. Vandaar dat deze gebouwen die in de nabije omtrek van het fort verrezen een bakstenen onderkant hebben. De hoogte van het paviljoen, 8 meter, komt overeen met die van de oorspronkelijke woning. Derhalve is maatvoering van het bouwvolume hetzelfde gebleven, althans bovengronds. Een omvangrijk deel is namelijk gerealiseerd onder het herstelde bolwerk. Hierdoor heeft het paviljoen geen achterkant. Bevoorrading gebeurt via de kelderingang die direct aan de weg ligt, buiten het eigenlijke fortterrein.

Elliptische paviljoen

De bijzondere elliptische vorm refereert met opzet niet aan een bepaald type architectuur, maar juist aan de context van het landschap. De fortterreinen worden voor een groot deel in beslag genomen door aardwerken. Dit zijn ingenieuze bouwwerken op zich, in uiterlijk te vergelijken met de moderne ‘land art’: kunstzinnig bedoelde ingrepen in het landschap, zoals kuilen, dijken, ophopingen, en geometrisch aangelegde patronen. De elliptische vorm van het paviljoen bestaat zowel uit vlakken en ronde lijnen die vanuit elke hoek een andere vorm aannemen, zoals de aardwerken van de Stellingforten. Het paviljoen is bedekt met houten leien (shingles) die het gebouw een natuurlijke, in plaats van een bouwkundige uitstraling geven. De shingles zijn onbewerkt en zullen spoedig onder invloed van het weer op onregelmatige, maar natuurlijke wijze, verkleuren.

 

Publicatiedatum: 01/06/2012