Middeleeuwse waterburcht verdedigt Amsterdam

Het Muiderslot bestond al eeuwen voordat de forten van de Stelling van Amsterdam werden aangelegd. Muiden lag op een strategisch belangrijke plek: aan de monding van de Vecht en langs de oude Zuiderzeedijk, eeuwenlang de enige weg over land tussen Amsterdam en Naarden.

In de zestiende en zeventiende eeuw groeide Muiden uit tot een belangrijke vestingstad. Samen met het dichtbij gelegen Weesp verdedigde het Amsterdam voor een aanval vanuit het oosten. Muiden behield deze militaire functie tot diep in de negentiende eeuw. Eerst als onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie en vanaf 1892 bij het Zuidoostfront van de Stelling van Amsterdam. Het belang van het Muiderslot lag voornamelijk in waterstaatkundig opzicht: via de holle sluisbeer achter het slot kon het omringende polderland onder water worden gezet. Sinds het voorjaar van 2012 kan men op het kasteelterrein het ‘Waterschild’ bezoeken. In dit moderne bouwwerk wordt de waterstaatkundige functie van het Muiderslot voor de Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam toegelicht in een multimediale presentatie.

Vissersdorpje Amuda

Het eenvoudige vissersdorpje dat Muiden in de middeleeuwen was werd ‘Amuda’ genoemd. Een verwijzing naar de geografische ligging: plaats aan de monding van de A, de oude benaming van de rivier de Vecht. In de vroege middeleeuwen kregen de bewoners al het recht om een aarden verdedigingswal rondom het plaatsje aan te leggen. In deze tijd begon men eveneens met de aanleg van hoge zeedijken langs de Zuiderzee en de bedijking van de monding van de Vecht. Muiden groeide uit van klein vissersdorpje tot belangrijke havenplaats.
Echter, door verzanding van de riviermonding werd de haven van Muiden aan het eind van de middeleeuwen steeds slechter bereikbaar voor handelsschepen. Lang voor 1500 had Amsterdam, via het IJ verbonden met de Zuiderzee, de positie van Muiden overgenomen als handelsknooppunt. Muiden behield echter haar belangrijke functie als vestingstad.

Kasteel van graaf Floris V

Het Muiderslot is een zogenaamde ‘waterburcht’. Dit wil zeggen dat het kasteel omgeven wordt door water. Dit kan een rivier of meertje zijn, maar ook, zoals hier het geval is, een door mensen gegraven slotgracht. Aan het eind van de 13e eeuw verrees het Muiderslot op een ingepolderde landtong aan de monding van de Vecht. Bouw- en kasteelheer was Floris V, graaf van Holland. Met de bouw van het slot controleerde hij de scheepvaart van en naar Utrecht, dit tot groot ongenoegen van de bisschop van deze stad. Bij het passeren van het kasteel dienden schepen tol te betalen aan de kasteelheer. Eind 16e en begin 17e eeuw is het kasteelcomplex voorzien van een aarden wal versterkt met enkele kanonbastions. Vanaf deze bastions kon de haven en de Grote Zeesluis van Muiden bewaakt worden. Deze sluis werd in 1673 aangelegd ter vervanging van de zuidelijker in de Vecht gelegen Hinderdam. Die sluis werkte niet naar behoren en vormde een zwakke schakel in de waterverdediging van de Utrechtse en Hollandse Waterlinies.

Waterlinies ter verdediging

De nabijheid van de Zuiderzee, de Vecht en enkele grote waterplassen maakte de Vechtstreek geschikt om als waterlinie in te zetten voor de verdediging van het belangrijke gewest Holland. Al bij de strijd tegen de Spanjaarden aan het eind van de 16e eeuw werden dijken doorgestoken om land te inunderen (onder water te zetten). De ondergelopen stukken land waren te diep om doorheen te trekken met paard en wagen en te ondiep om over te varen. Vijandelijke legers liepen letterlijk vast in de blubber.

Tijdens het ‘Rampjaar’ 1672 – toen de Republiek Holland van verschillende kanten werd aangevallen – werd dit beproefde verdedigingssysteem weer uit de kast gehaald. Met het in stelling brengen van de (oude) Hollandse Waterlinie werd een ondoordringbaar waterschild opgeworpen grofweg tussen de Zuiderzee en de Biesbos, lopend van Muiden tot aan Gorinchem. De dijken langs de Zuiderzee werden doorgestoken en het gebied tussen Muiden en Muiderberg kwam onder water te staan. Als eilandjes in zee staken Muiden en het Muiderslot boven het water uit.

Slot in verval

Vanaf de Franse tijd werd het slot niet meer bewoond. Het Franse leger gebruikte het kasteel als kazerne. Daarna is het complex nog enige jaren in gebruik geweest als opslagplaats door het Ministerie van Oorlog. In 1825 werd het Muiderslot in de verkoop gezet. Althans, het werd ter sloop aangeboden, hetgeen betekende dat de koper de restanten kon hergebruiken voor nieuwe bouwwerken. Een groepje geschiedkundigen, schrijvers en monumentenkenners sloeg  alarm en drong er bij koning Willem I op aan om het Muiderslot te behouden als nationaal cultuurmonument. Uiteindelijk gebeurde dit ook, hoewel men pas in 1895 met de restauratie begon. De bekende architect Pierre Cuypers (Centraal Station, Rijksmuseum) voerde de reconstructie van het kasteel uit. Sindsdien is het Muiderslot een rijksmuseum. In diezelfde tijd werden de vestingwerken van Muiden overgeheveld van de Nieuwe Hollandse Waterlinie naar de Stelling van Amsterdam. Daarmee kwam de verdediging van de hoofdstad vanaf 1892 in handen van één commandostructuur.

Sluisbeer Muiderslot.

Sluisbeer Muiderslot.

Sluisbeer ‘de Peperbus’

Voor de waterhuishouding van de Nieuwe Hollandse Waterlinie (opvolger van de oude Hollandse Waterlinie) werd in 1851 een sluisbeer aangelegd. Deze kwam tussen de zeedijk en de verdedigingswal van het Muiderslot. De sluisbeer is een opvallende verschijning: een gemetselde wand van zo’n 20 meter lang, 2 meter breed en 5 meter hoog. Bovenop de beer staat een torentje, de zogenaamde ‘monnik’, waar de sluisbeer zijn andere bijnaam aan te danken heeft. Dit obstakel verhinderde vijanden om de beer over te steken. Van binnen is de sluisbeer hol en heeft hij een gang met schietgaten. Zowel de slotgracht als de Vechtmonding konden van hieruit onder vuur worden genomen. De gang geeft toegang tot de sluiskokers waarmee het Vechtwater in de achterliggende Noordpolder ingelaten kan worden. Bijzonder is dat er een veertig meter lange gang loopt van de sluisbeer tot aan de ingang in de boomgaard van het Muiderslot. De gedekte gang maakte het mogelijk om te allen tijde de sluisbeer te bedienen, zelfs als het slot onder vijandelijk vuur lag. De sluisbeer is na een flinke opknapbeurt tegenwoordig weer in bedrijf om het water in de Naardertrekvaart en omliggende polders op peil te houden.

Onderkomens voor ‘gehuwde militairen’

Ter versterking van de Nieuwe Hollandse Waterlinie werd de Vesting Muiden in de jaren 1870 gemoderniseerd en van bomvrije gebouwen voorzien. Op het kasteelterrein, onderdeel van de schansen en bastions van de vesting, kwamen tussen 1874 en 1878 twee bomvrije onderkomens, de forten A en B. De gebouwen waren miniforten en boden onderdak aan manschappen, voornamelijk voor ‘gehuwde militairen te Muiden’. Tevens boden de forten plek voor de opslag van kruit en plaatsing van geschut. Met twee flinke kanonnen werd de belangrijke sluisbeer vanuit Fort A bewaakt. Gebouw A was door middel van een interne dijkdoorgang verbonden met de sluisbeer en de 40 meter lange holle gang. De forten A en B zijn in 1955 goeddeels gesloopt. Alleen de fundamenten en een deel van de achterwand van gebouw A op het noordbastion is bewaard gebleven, evenals de waterkelder en de achterremise van gebouw B, ten noorden van de huidige Kruidhof.

Waterschild bij het Muiderslot.

Waterschild bij het Muiderslot.

Water als vriend en vijand

Op de fundamenten van Fort A is het nieuwe Waterschild aangelegd. Het paviljoen rijst als een schild uit het grasveld naast de gracht van het Muiderslot. Via trappen daalt de bezoeker af naar een half ondergrondse ruimte. Deze robuuste en sobere ruimte doet denken aan de onderkomens en schuilplaatsen uit de tijd van de Hollandse Waterlinies en de Stelling van Amsterdam.
Door middel van een multimediapresentatie wordt het verhaal verteld van de eeuwenlange geschiedenis van de waterverdediging op en rondom het Muiderslot. Aan de hand van animaties worden de verschillende waterlinies toegelicht. De presentatie laat zien dat water eeuwenlang zowel onze vriend als vijand was – en nog steeds is.

Auteur: Jephta Dullaart (Redactie ONH).

Dit verhaal maakt deel uit van de campagne Werelderfgoed.

Klik hier om terug te gaan naar het thema Stelling van Amsterdam.

Dit is een routepunt van de Historische route Muiden.

Publicatiedatum: 28/01/2013