26 februari 1787: stadsbestuur Amsterdam in handen van de patriotten
In de collectie van het Amsterdam Museum bevindt zich een doek die werd gemaakt als aandenken aan de gebeurtenissen in Amsterdam op 26 februari 1787.
>In de collectie van het Amsterdam Museum bevindt zich een doek die werd gemaakt als aandenken aan de gebeurtenissen in Amsterdam op 26 februari 1787.
>Ze was getalenteerd, veelgevraagd en internationaal bekend. Omstreeks 1900 was de Amsterdamse Thérèse Schwartze een portretschilderes van formaat. Als succesvolle werkende vrouw was ze in haar tijd een uitzondering.
>“Twee koffie en een stukje appeltaart alstublieft”, vraagt het blonde meisje aan de ober. Het lentezonnetje schijnt en het terras van café-restaurant In De Waag op de Nieuwmarkt in Amsterdam zit vol. Weinig mensen zullen de geschiedenis van het bijzondere bouwwerk kennen. Met de grappige torentjes en gekleurde luiken doet het denken aan een kasteeltje. Maar de Waag had oorspronkelijk helemaal niet zo’n romantische functie.
>Donderdag 12 maart 1895, zes uur ’s morgens. Wat zou ik graag nog even blijven liggen, denkt Johanna Wijnberg als ze om zes uur gewekt wordt door de groothuismoeder. Om zich heen hoort ze de andere meisjes uit bed stappen, de houten vloer van de slaapzaal maakt krakende geluiden.
>Bij raadsbesluit van 27 februari 1895 werd een naam vastgesteld voor de nieuwe, brede straat die destijds werd aangelegd pal achter het Koninklijk Paleis: de Raadhuisstraat. Deze naam verwees naar de voormalige functie van het paleis als stadhuis.
>We schrijven 1275. Waterlandse boeren komen in opstand tegen hun heer, Jan Persijn. Die oefende namens de graaf van Holland het gezag uit over Waterland en de Zeevang. Waarom hij zijn onderdanen tegen zich in het harnas gejaagd had is niet helemaal duidelijk. Maar hij moet het helemaal bij hen verbruid hebben… Persijns burcht Swaensborch werd door de opstandelingen tot de grond toe verwoest. Van dit ergens bij Monnickendam gelegen kasteel is tot nu toe nooit iets teruggevonden.
>Hendrik Willebrord Jansen (Nijmegen 1855 – Zeist 1908), de schilder van dit Zaanse landschap, werd wel omschreven als een ‘schilder van stand’ omdat hij niet om den brode het penseel en palet hoefde te hanteren. Dankzij zijn huwelijk met een rijke en voorname dame werd hij een bemiddeld man.
>Buitenlands eten. Tegenwoordig vinden we dit de normaalste zaak van de wereld. In de schappen van iedere buurtsuper vind je elke dag vers stokbrood, franse kazen, pasta, paprika’s, mango’s of zelfs kant- en-klare sushi. Tijdens vakantie in Spanje vroeg ik – al tapas-etende – aan mijn moeder wanneer bij haar thuis voor het eerst buitenlands eten op tafel kwam. Mijn moeder bleek enkele bijzonder sterke herinneringen te hebben aan het eten van buitenlandse producten en etenswaren. Dit leverde een mooi, en persoonlijk verhaal op van een Amsterdams burgermeisje over haar kennismaking met franse stinkkaas, champignons en italiiaanse wijn uit rieten mandflessen.
>Vraag een Groninger, Fries of Limburger naar zijn volkslied, en goede kans dat hij zonder haperen losbarst in ‘Grönnens Laid’, ‘De âlde Friezen’ of ‘In’t bronsgroen Eikenhout’. Maar hoe staat het met de lied-vastheid in Noord-Holland? Wie zingt met de hand op het hart spontaan de volgende regels mee?
>‘Serving the planet’, aldus de huidige reclameslogan van de succesvolle Amsterdamse firma Heineken. En dat klopt, want Heineken is vrijwel op ieder continent aanwezig. Heineken is een multinational in de bier- en drankensector en behoort tot de grootste brouwerijen ter wereld. Het bedrijf is actief in meer dan 170 landen. De vraag is natuurlijk: hoe heeft deze ooit kleine, lokale brouwerij zijn wereldfaam verworven?
>Vlees bij de slager, melk bij de melkboer en koekjes bij de kruidenier. Tot ongeveer vijftig jaar geleden ging je voor de dagelijkse boodschappen niet naar de supermarkt, maar naar de winkels in de wijk. Elke buurtwinkel had zijn eigen specialiteit en vaste klantenkring. Bovendien hadden de winkels een belangrijke sociale functie. De winkel was een ontmoetingsplaats en de mensen achter de toonbank waren goed op de hoogte van de wereld en wandel van de buurtbewoners.
>Op een aantal oude tekeningen en foto’s zijn rolpalen te zien: van die opvallende staken die langs de Amstel staan. Op een van de tekeningen zien we een jager op zijn paard dat een trekschuit voorttrekt. Het tafereel speelt zich af tegenover ‘Het Molentje’, waar nu in Amsterdam de Omval is, en het schip moet een bocht om. De paal staat op de vooruitstekende bocht.
>In het Amsterdam Museum zijn verschillende poppenhuizen te bewonderen. Een daarvan is het poppenhuis van Emmy Lohmann. Wat dit poppenhuis uit het begin van de twintigste eeuw zo bijzonder maakt, is dat het niet slechts een poppenhuis was, maar eveneens een replica van het huis waarin zij in het begin van de twintigste eeuw woonde.
>Wereldbekend is de historische foto van de razzia op joodse mannen in Amsterdam die aanleiding was voor de Februaristaking in 1941. Maar wie de mannen op de foto zijn bleef decennia lang onbekend. Het Joods Historisch Museum presenteert vanaf 21 februari 2011 in de Hollandsche Schouwburg het verhaal van Meier Vieijra (1918-1941). Zijn dochter maakte kort daarvoor de identiteit van haar vader bekend aan het museum. Eén van de mannen op de foto heeft nu eindelijk een naam.
>Precies zeventig jaar geleden brak op 25 februari de Februaristaking uit. Deze wordt elk jaar herdacht bij het beeld van de Dokwerker op het Jonas Daniël Meijerplein in Amsterdam. De staking vormde het eerste massale verzet tegen de Duitse bezetter in Nederland. Ze was een reactie op de eerste razzia’s, waarmee de nationaal-socialisten wraak namen op de dood van Hendrik Koot. Koot was lid van de plaatselijke knokploeg van de Nationaal Socialistische Beweging (NSB). Een groep zeer gewelddadige mannen waar sinds kort meer over bekend is.
>Felix Meritis is stoer. Felix Meritis is mooi. Felix Meritis is een begrip in Nederland. De beste eigenschappen van Felix Meritis zijn het vermogen tot vernieuwing en het voortbouwen op traditie. Een spagaat die door weinigen wordt volbracht. Dat moet aanbeveling genoeg zijn, maar ik wil het wel toelichten met een beroep op de geschiedenis.
>Op de huidige plek van Het Marnix was van 1881 tot in de eerste helft van de twintigste eeuw de tweede openbare speeltuin van Amsterdam gevestigd. Opgericht door liefdadige ondernemers die de Jordaanjeugd ‘van de straat’ wilden houden. Een van de jonge bezoekers was de latere schrijver/onderwijzer Theo Thijssen. Hij was niet overdeeld enthousiast, want hier heersten de wetten van de jungle…
>Theo Thijssen (1879-1943) is vooral bekend als schrijver van romans als ‘Kees de jongen’, ‘De gelukkige klas’, ‘Het grijze kind’ en ‘Het taaie ongerief’. Veel mensen weten ook dat hij heel lang onderwijzer is geweest. Maar hij was nog veel meer.
>Een polder vlak onder Broek in Waterland, op de grens met Amsterdam-Noord, werd begin jaren tachtig nationaal nieuws. De voormalige veenpolder bleek ’s lands grootste gifbelt te zijn. Na jarenlange voorbereiding begon de gemeente Amsterdam in 2003 met de bodemsanering. In 2011 waren de werkzaamheden afgerond en werd het gebied ‘geopend’. Toen was de smerigste plek in Nederland getransformeerd tot het nieuwe ecologische hart van Waterland.
>Op het Amsterdamse Kleine Gartmanplantsoen, bij het Leidseplein, staan her en der tientallen bronzen leguanen, agames en varanen. De beeldengroep heet Blauw Jan. De beelden verwijzen naar de beroemde menagerie van Jan Westerhof, oftewel Blauw Jan.
>