Amsterdam: de Dam, hart van Nederland

Alles wat in Amsterdam op de slappe, drassige veenlaag wordt neergezet, dreigt langzaam weg te zakken. 'Natte voeten' vormen een van de grootste uitdagingen van de stad. Vroeger en ook nu nog, zo blijkt uit de vele perikelen rond de aanleg van de Noord-Zuidlijn.

Drassige veengrond

Een bekend versje is: ‘Amsterdam, die grote stad, is gebouwd op palen.’ Dat moet ook wel, want de bodem bestaat voor een groot deel uit een slappe, drassige veenlaag. De Dam is het symbool van dat eeuwenoude probleem. De Dam dateert uit het begin van de dertiende eeuw. Toen ontstond bij de drassige monding van de veenrivier de Amstel in het IJ een gemeenschap van vissers en boeren. Om de waterhuishouding in het veengebied te reguleren legden deze eerste bewoners een waterkering aan. Tegelijkertijd verbond de Dam de boerderijtjes aan weerszijden van de Amstel. De Dam vormde het hart van het gehucht dat in de eeuwen daarna zou uitgroeien tot het Amsterdam dat we nu kennen.

Plattegrond van Amsterdam door Jacob van Deventer, 1560.

Plattegrond van Amsterdam door Jacob van Deventer, 1560. Beeld: Collectie Provinciale Atlas Noord-Holland.

Amsterdam officieel erkend

De naam ‘Amsterdam’ is een verbastering van Amsteldam. Deze naam wordt voor het eerst vermeld op 27 oktober 1275. Graaf Floris V van Holland bepaalde toen in een tolprivilege dat ‘de lieden die nabij de Amsteldam verblijven’ (“homines manentes apud Amestelledamme”) in zijn gebied geen tol hoefden te betalen. De nederzetting aan de rivier de Amstel viel toen nog onder heerschappij van de bisschop van Utrecht. Dankzij het tolprivilege mochten de Amsteldammers nu als ‘buitenlanders’ vrij handel drijven in Holland. Het plaatsje kreeg zo officiële erkenning.

Stratenpatroon van de Jordaan

Rond het jaar 1000 hadden de eerste mensen zich op de oeverwallen van de Amstel gevestigd. Op een soort terpen langs de rivieroevers kwamen kleine huisjes van vlechtwerk. Ze waren onderling verbonden door een pad. Aan de westkant van de rivier zou dat pad later uitgroeien tot de Nieuwendijk en Kalverstraat. Aan de oostkant groeide het pad uit tot de Warmoesstraat en de Nes.

Om het veen verder te ontginnen werden loodrecht op de Amstel sloten gegraven. Ongeveer om de anderhalve kilometer kwamen dwarssloten. Zo ontstonden kavels. Het water uit het veen liep de sloten in. Hierdoor zakte het veen in en werd het land geschikt voor akkerbouw en later ook voor veeteelt. In de 17e eeuw is in een deel van dit ontgonnen gebied de grachtengordel aangelegd. In de Jordaan is de oude kavelverdeling echter nog altijd zichtbaar. Het stratenpatroon volgt de oude ontwateringssloten.

Amsterdam groeit van nederzetting tot stad

Stormen en watervloeden kenmerken de periode 1150-1200. Vanaf de Amstel overspoelde het water het veengebied eromheen. Dat veroorzaakte veel schade aan de huizen en akkers. Langs de Amstel en het IJ wierpen bewoners dijken op om het rivierwater tegen te houden.

Op kosten van de Heren van Amstel werd in het midden van de dertiende eeuw een dam met sluizen aangelegd. Met de sluizen kon de waterstand gereguleerd worden. Het risico op overstromingen nam dus af. Hierdoor kreeg de nederzetting de kans om uit te groeien tot een heuse stad.

De sluisfunctie bestaat allang niet meer. Aan weerszijden van de Dam is de Amstel gedempt. Toen in 1913 het gebouw Industria werd gebouwd is er nog wel een sluis gevonden. Dit betreft waarschijnlijk wel een nieuwere versie van rond 1500.

Ontdekking van het fundament van de Damsluis, 1913.

Ontdekking van het fundament van de Damsluis, 1913. Beeld: Collectie Stadsarchief Amsterdam.

De Dam: middelpunt van de stad

De Dam werd het natuurlijke centrum van de nederzetting. Daar werd de vis aangevoerd en waren de week- en jaarmarkten. Aan de westkant kwam het Stadhuis. Rond 1400 werd daar ook de Nieuwe Kerk gebouwd en ontstond de Plaats. Dat is de open ruimte ten westen van de Dam. De Dam was niet alleen het economische centrum van de stad, maar ook het bestuurlijke en religieuze middelpunt.

De Grote Vismarkt op de Damsluis, 1775.

De Grote Vismarkt op de Damsluis, 1775. Beeld: Collectie Stadsarchief Amsterdam.

De Dam: hart van Nederland

Rond 1800 ging Nederland over van een republiek naar een koninkrijk. Toen kreeg de Dam een nationale betekenis. Het Stadhuis werd een Koninklijk Paleis en sindsdien werd in de Nieuwe Kerk het staatshoofd ingehuldigd. Sinds 1956 bevindt zich daar ook het Nationaal Monument. Hier vindt de jaarlijkse Nationale Dodenherdenking plaats. Hiermee is de Dam zowel het hart van de stad als van het land.

Publicatiedatum: 25/11/2010

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.