Amsterdam: diamantindustrie

Een briljant geslepen diamant wordt ook wel ‘The Amsterdam Cut’ genoemd. De Amsterdamse diamantbewerkers weten al eeuwenlang de meeste schittering uit een briljant te halen. De hoofdstad kent al sinds de 17e eeuw een internationaal vermaarde diamantindustrie.

Diamantbewerking

De eerste diamantbewerker werd in 1586 ingeschreven in Amsterdam. Sindsdien zijn de technieken van generatie op generatie overgedragen. De klovers splitsen de ruwe diamant. Ze moeten ervoor zorgen dat de stenen geschikt zijn voor bewerking én dat er zo min mogelijk verlies optreedt. De snijder brengt de grondvorm aan en snijdt de uitsteeksels eraf. De slijper slijpt ten slotte de vele facetten.

De diamantbewerking was een bij uitstek joods vak. Als een van de weinige ambachten was de diamantbewerking niet in een gilde georganiseerd. Daarmee was het voor de joden een geschikte manier om in hun levensonderhoud te voorzien. Joden mochten namelijk geen lid worden van de plaatselijke gildes.

Diamantslijpers.

Diamantslijpers. Beeld: Collectie Stadsarchief Amsterdam.

Beroemde diamant Koh-I-Noor

De fabelachtige Koh-I-Noor (‘Berg van Licht’) was aan het einde van de 19e eeuw de grootste diamant ter wereld (186 karaat). De matige schittering was echter enigszins teleurstellend. Koningin Victoria liet de diamant daarom opnieuw slijpen in 1852. Hiervoor werd de diamantslijper L.B. Voorzanger van Diamantslijperij Coster naar Londen gehaald. Voorzanger hersleep de diamant, maar veel meer schittering kreeg deze niet. Door het slijpen nam het gewicht van de diamant echter wel met ruim 40% af. De diamant bleef wel tot de beroemde Engelse kroonjuwelen behoren.

Verkoopvilla familie Coster, Paulus Potterstraat. Beeld: Collectie Stadsarchief Amsterdam.

Bewerking van diamant Cullinan

In 1908 was de Cullinan de grootste diamant ter wereld (3106 karaat). Deze werd toen in Amsterdam gekloofd en geslepen. Voor Joseph Asscher van de gelijknamige diamantslijperij in de Pijp was vooral het kloven een bloedstollend moment. In het oppervlak van de ruwe diamant had hij eerst een klein ‘venster’ geslepen. Zo kon hij de breuklijnen en onvolkomenheden in de steen zien.

Eindeloos bestudeerde Asscher de mogelijkheden. Op 10 februari 1908 waagde hij het erop. Het grootste gevaar bij het kloven van de steen was dat deze kon versplinteren. De eerste klap vernielde zijn gereedschap, terwijl de steen intact bleef. De tweede was raak. De breuk bleek perfect. De slag had echter emotioneel zoveel van Asscher gevergd dat hij was flauwgevallen.

Abraham Asscher, 1942.

Abraham Asscher, 1942. Beeld: Collectie Stadsarchief Amsterdam.

Na het kloven werd de Cullinan verwerkt tot 9 grote en 96 kleine diamanten. De grootste diamant is de ‘Ster van Afrika’. Deze is te zien op de scepter van het Britse koningshuis. Ook de andere stenen zijn verwerkt in de Britse kroonjuwelen. Ze zijn te bezichtigen in de Tower of Londen. De firma Asscher mocht de kleine briljanten en het slijpsel houden bij wijze van werkloon.

Diamantslijperij Asscher, Tolstraat.

Diamantslijperij Asscher, Tolstraat. Beeld: Collectie Stadsarchief Amsterdam.

Ontwikkeling diamantbewerking in Amsterdam

De diamantindustrie floreerde vanaf het begin van de 18e eeuw. Toen ontdekten de Portugezen grote diamantvelden in Brazilië. Een tweede bloei ontstond na de ontdekking van talloze diamantvelden in Zuid-Afrika in 1869. Daarmee brak in Amsterdam de ‘Kaapse periode’ aan. Het aantal diamantbewerkers in de stad steeg tot boven de 10.000. Het vormde een van de grootste takken van nijverheid in de stad. Naast joodse kwamen er nu ook ‘christelijke’ werkplaatsen en fabrieken.
Op maandagmorgen 5 november 1894 brak een wilde staking uit op de christelijke fabriek De Drie Fontijne aan de Lijnbaansgracht. Deze breidde zich snel uit, ook naar de joodse fabrieken. Want, ondanks dat de diamantindustrie een welvarende industrie was, waren de lonen van de meeste diamantbewerkers laag. Onder de arbeiders was er daarom onvrede.

Onder leiding van de joodse socialist Henri Polak (1868-1942) kwamen voor het eerst joden en christenen, hoogopgeleiden en ongeschoolden samen op voor hun belangen. Ze wisten hogere lonen te bedingen bij de juweliers. Na deze overwinning richtten de arbeiders op 13 november in het Paleis voor Volksvlijt de Algemeene Nederlandsche Diamantbewerkersbond (ANDB) op. De ANDB werd de belangrijkste vakbond van het land en een steunpilaar van de hele Nederlandse vakbeweging.

Henri Polak, voorzitter ANDB, 1931.

Henri Polak, voorzitter ANDB, 1931. Beeld: Collectie Stadsarchief Amsterdam.

Concurrentie van Antwerpen

Hoewel de diamanten nog steeds een belangrijke rol spelen in de Amsterdamse economie, is de situatie niet meer te vergelijken met de grote bloeiperiode rond de vorige eeuwwisseling. Rond 1910 was de Amsterdamse diamantindustrie over zijn hoogtepunt heen. De stad ondervond in die jaren steeds meer concurrentie van Antwerpen. Tegen zeer lage lonen werden daar diamanten geslepen.

Daar konden de Amsterdammers niet tegenop concurreren. In 1935 telde de stad nog maar 5000 diamantbewerkers. Hiervan was een groot deel permanent werkloos. Als gevolg van de Holocaust ten tijde van de Tweede Wereldoorlog verdween een belangrijk aantal joodse vaklieden. Toch heeft de diamantindustrie stand weten te houden. Het toerisme is daarbij een belangrijke factor.

Diamantslijperij Asscher, ca. 1929.

Diamantslijperij Asscher, ca. 1929. Beeld: Collectie Stadsarchief Amsterdam.

Diamantmuseum in Amsterdam

Diamantslijperijen als Royal Coster Diamonds en Gassan trekken jaarlijks honderdduizenden, voornamelijk buitenlandse, bezoekers. De firma Royal Coster Diamonds opende in 2008 het Diamantmuseum aan de Paulus Potterstraat naast het Museumplein in Amsterdam. In dit museum staat de rijke geschiedenis van de diamant centraal. Ook de vooraanstaande positie van Amsterdam als internationaal vermaarde diamantenstad komt aan bod.

Publicatiedatum: 25/11/2010

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.