‘Er wordt gericht geschoten’

Op maandag 3 maart 1980 beëindigde de politie met duizenden ME'ers en bulldozertanks een kraakactie op Vondelstraat 71 in Amsterdam. Als waarschuwing verspreidde de politie tevoren vanuit een helikopter een pamflet met de tekst ‘Er wordt gericht geschoten’.

Bulldozertanks

Om zeven uur ’s ochtends reden drie bulldozertanks vanuit de Constantijn Huygensstraat de ‘Vondelvrijstaat’ binnen. Als reactie ging de menigte krakers en sympathisanten, zo’n tweehonderd man, op de grond zitten. De tanks hadden echter een behoorlijke snelheid. De bestuurders hadden de opdracht gekregen niet te stoppen. De meeste mensen sprongen aan de kant, maar er bleven ook een paar zitten. Frans de Wit was een van de krakers die bovenop de tanks klommen. “De commandant van het peloton sommeerde mij eraf te komen en dreigde met een wapenstok maar ik had een stoelpoot [in mijn hand], dus ik deed alsof ik terug ging slaan en toen gaf ie bevel om de linie te openen en vervolgens is dat ding op de barricades ingereden. (…) We konden niet van die tank af zo lang dat ding vooruit reed. Pas toen de tank na de eerste botsing achteruit reed, konden wij eraf springen. En dat was nodig ook want anders kon de rest geen stenen gooien naar die tank.”

Krakers richten een baricade op bij het kraakpand Vondelstraat 72. 1 maart 1980. Foto: Frans Busselman. Beeld: Stadsarchief Amsterdam

De kraakbeweging in het Amsterdam van de jaren tachtig

De kraakactie in de Vondelstraat in 1980 geeft heel duidelijk de strijdlustigheid van zowel de kraakbeweging in Amsterdam als de overheid weer. De stad was tot oorlogsgebied verklaard. Sommige buurten waren bezaaid met barricades van auto’s en stukken beton. Overal lagen straatstenen die uit de grond waren getrokken om mee te gooien. Gevels waren versierd met spandoeken met teksten als ‘Wonen is een recht’ en ‘Kraken is geen probleem maar een oplossing’. Het kraakteken, een rondje met een bliksemschicht dat eindigde in een punt, kwam je zowat op elke hoek van de straat tegen. Ook waren de vele politiepatrouilles, politiewagens, politie te paard en busjes van de Mobiele Eenheid niet weg te denken uit het Amsterdam van de jaren tachtig. Hoe is deze strijd ontstaan en is deze vandaag de dag al gestreden?

Voormalig Algemeen Handelsblad door krakers bewoond, 4 februari 1980. Beeld: Stadsarchief Amsterdam

Het eerste ‘kraken’

Al sinds de jaren zestig werd er in Amsterdam gekraakt, ook al noemde men het toentertijd niet zo. In deze beginperiode betrof het voornamelijk arme jonge gezinnen die in het geheim een leegstaand pand betrokken om in te wonen. Vanaf 1975 is er naast deze op zichzelf staande krakers sprake van een politiek geëngageerde kraakbeweging die zich organiseerde. Eind 1976 kwamen er kraakspreekuren, waar ervaren krakers over de kunst van het kraken spraken. Er werd een kraakhandleiding geschreven en er kwamen ontmoetingsplaatsen zoals kraakcafés. Het doel van de beweging was sociale en ruimtelijke veranderingen in de stad te bewerkstelligen. Na de Tweede Wereldoorlog had Amsterdam te maken met een grote woningnood. Daarnaast waren er in Amsterdam vele leegstaande panden. Het kraken van deze leegstaande gebouwen was hét middel van de kraakbeweging om woningzoekenden aan een huis te helpen en om aandacht te krijgen voor de sociale en ruimtelijke problemen van de stad.

Reactie gemeente

Al snel kwamen er vanuit het stadsbestuur reacties op deze beweging. Uit een uitspraak van de Hoge Raad over een kraak in Nijmegen bleek dat kraken niet strafbaar was op grond van lokaal- of huisvredebreuk. Het stadsbestuur van Amsterdam wilde echter wel iets aan het kraken doen, daar het bestuur het eigendomsrecht hoog hield en de eigenaar van het pand andere plannen met de gekraakte gebouwen had. Veelal eindigden kraakacties dan ook in een ontruiming van het gebouw door de politie. In het begin verlieten de krakers na zo’n ontruiming stilletjes hun panden, maar vanaf eind jaren zeventig wilden steeds meer krakers hun poot stijf houden. Een directe aanleiding hiervoor was de zeer gewelddadige ontruiming in 1978 van het hoekpand Nicolaas Beetsstraat 90 / Jacob van Lennepstraat 207-211.

Witboek kraken.

Protest

Ook de landelijke politiek bemoeide zich met het fenomeen kraken. In 1973 kwam minister van Justitie Van Agt met een wetsvoorstel voor de Antikraakwet. De wet zou het kraken verboden maken. Vanwege felle discussies binnen de Kamer en hevige protesten door de kraakbeweging kwam de wet niet door de Eerste Kamer heen. Het kraken ging door. Echter, de beginfase die Henk, actieve kraker tussen 1969 en 1984, als volgt beschreef: “Het was gewoon leuk, want je deed nieuwe dingen en je wist niet wat de reacties zouden worden vanuit de overheid”, was toen voorbij.

‘Geen woning, geen kroning’

De reacties waren immers bekend en werden, ook vanuit de kraakbeweging, steeds extremer. Tijdens de kroning van koningin Beatrix op 30 april 1980 in Amsterdam waren er tienduizend politiemannen, marechaussee en militairen op de been om de gebeurtenis niet uit de hand te laten lopen. Het centrum van de stad was een vesting. Er bestond een pasjesregeling voor bewoners, er waren scherpschutters op de daken geposteerd en het luchtruim boven de stad was verboden terrein. De kraakbeweging liet deze speciale dag vol politieke en media-aandacht niet aan haar neus voorbij gaan. Onder het motto ‘Geen woning, geen kroning’ maakten de krakers zich op voor ‘de strijd’. Het werd één grote veldslag. De politie gebruikte braakgas, traangas, massale arrestaties en de nieuwste techniek: standrecht. Dit was een door militairen of politie toegepaste snelle berechting in oorlogstijd of andere noodsituaties. Mensen werden niet meer gearresteerd, maar ter plekke bestraft. Als reactie gingen de krakers straten opbreken zodat de stenen gebruikt konden worden om naar de politie te gooien. Ook rookbommen en vuurpijlen werden gebruikt tegen de vele ME-busjes, waarvan er dan ook enkele in brand vlogen. Dit alles had honderden gewonden en miljoenen guldens schade tot gevolg.

Kroningsoproer. Beeld: Stadsarchief Amsterdam

Tweedeling in de kraakbeweging

Na deze escalatie van geweld begin jaren tachtig kwam er een tweedeling in de kraakbeweging tussen ‘de heavo’s’ (heavy-rouwdouwer) en ‘de softies’. Slechts een deel van de beweging wilde de weg van agressiviteit en geweld ingaan (de heavo’s). Dit pad zorgde immers voor meer aandacht voor de woningnood, maar ook voor negatieve reacties vanuit de media. De softies konden zich niet vinden in het vele gebruik van geweld en hadden twijfels over de richting die de beweging opging. De vraag rees of het niet om meer dan de strijd tegen de woningnood ging. Dit zorgde voor een afscheiding van de radicale heavo’s die doorgingen met de kraakbeweging. Zij gebruikten de mythe van geweld, zoals blijkt uit het volgende statement: “Zij zeggen: stenen zijn geen argumenten. Maar slaan met knuppels, bombarderen met sloopkogels, vergiftigen met chemie, verpesten met atomen, moorden met gevangenissen wel? Zij hebben gelijk, stenen zijn geen argumenten. Stenen zijn nog maar aarzelende pogingen om ons uit te drukken in de enige taal die zij verstaan. Wij hebben nog veel te zeggen!”.

Twee zware klappen

Naast deze interne conflicten kreeg de kraakbeweging in 1987 bij de invoering van de Leegstandwet nog een zware klap te verduren. Deze wet verplichtte de eigenaar bij leegstand van een gebouw dit binnen twee maanden te melden. Nadat deze melding was opgenomen in het leegstandsregister van de gemeente was het verboden dit pand te kraken. Bovendien konden krakers vanaf toen anoniem, in plaats van op naam, worden gedagvaard. Daar stond tegenover dat de eigenaar wel binnen een jaar het gebouw weer in gebruik moest nemen. Wanneer hij dit niet deed werd de melding in het leegstandsregister weggehaald en stond de eigenaar in de strijd tegen de krakers er helemaal alleen voor. En een strijd was het. Al bij bekendmaking van het plan voor een Leegstandwet kwam de kraakbeweging van Amsterdam in 1984 met de volgende verklaring: “Wij beschouwen de invoering als een oorlogsverklaring aan de kraakbeweging. Leegstand wordt straks beloond en bewaakt, wonen wordt een strafbaar feit! De kots krijgen we ervan!”

Herdenking bevrijding.
In Amsterdam zijn vandaag veel panden gekraakt. Op de Herengracht kwam een grote politiemacht in actie om de krakers uit het pand te halen. Op de foto: de politie voert een charge uit op de Herengracht om belangstellende te verdrijven die onder andere met stenen gooiden, 5 mei 1970. Beeld: Stadsarchief Amsterdam

Tegencultuur

In de jaren negentig van de twintigste eeuw kromp de kraakbeweging van Amsterdam van 20.000 tot zo’n 4.000 actieve krakers. Het stadsbestuur had de ruimtelijke verdeling van woningen beter onder controle. Zo waren er eind jaren tachtig, begin jaren negentig vele sociale woningen gebouwd en leek de woningnood voorbij. Het belangrijkste doel van de kraakbeweging, mensen helpen aan een woning, was weg. De kraakbeweging kenmerkte zich toentertijd dan ook niet door grote kraakacties maar meer door de eigenhandig opgebouwde inconsequente tegencultuur. In panden die de kraakbeweging nog bezat vonden vaak culturele activiteiten plaats zoals exposities en filmvertoningen. Ook waren er eetcafés, gaarkeukens, weggeefwinkels en illegale radiostations in gevestigd. Vaak boden de kraakpanden ook ruimtes voor beginnende kunstenaars, muzikanten en filmmakers. In de praktijk kwam het volgens Theo, tussen 1966 en 1988 actief in de Amsterdamse kraakbeweging, echter op het volgende neer: “Je kreeg (…) steeds meer een uitstroom van mensen met ervaring en met een volwassen niveau. Daartegenover stond een verse instroom van jongeren of anderen, die geen of nauwelijks ervaring hadden en daar ook niet op uit waren. Die hielden zich meer bezig met spelletjes en eigen belang. Er zaten heel veel sukkels en klunzen tussen. Gefrustreerden die dan maar instroomden in de kraakbeweging om een vacuüm, een leemte op te vullen.”

Infiltratie

Het stadsbestuur zag dit als een positieve ontwikkeling maar wilde het liefst helemaal afrekenen met de krakers. De kraakbeweging werd daarom geïnfiltreerd door de politie en politieke partijen. De infiltranten gebruikten de aloude verdeel-en-heerstechniek. Krakers werden tegen elkaar uitgespeeld. De een werd gelegaliseerd en de ander niet, de een werd iets beloofd wat de ander om politieke redenen helemaal niet wilde. De landelijke politiek droeg ook haar steentje bij. Met de invoering van de Huisvestingswet in 1993-1994 werd het kraken van panden die nog geen jaar leeg stonden strafbaar. Het einde van de kraakbeweging leek in zicht. In de media kwamen bijvoorbeeld steeds meer koppen naar voren als ‘Het laatste krakersbolwerk is ontruimd’.

Quellijnstraat 41 met kraakpand en krakers, 2005. Beeld: Stadsarchief Amsterdam

Antikraakwet

Toch was anno 2010 de Amsterdamse kraakbeweging, of wat er daarvan over is, weer volop in het nieuws vanwege het in werking treden van de Antikraakwet op 1 oktober 2010. Deze wet maakt het kraken strafbaar, ongeacht de duur van de leegstand. Het plan voor het opstellen van een dergelijke wet kwam in juni 2006 van toenmalig minister Dekker van Volkshuisvesting en oud-minister Donner van Justitie. Dekker en Donner gaven met hun plan gehoor aan een Kamermeerderheid van VVD, CDA en LPF die het eigendomsrecht zeer hoog hield. Kraken werd door deze partijen gezien als een grove schending van dit recht.

Damslaapactie

Meteen na bekendmaking van het wetsvoorstel kwam de kraakbeweging uit Amsterdam in verzet. Voor het eerst sinds 1970 hielden honderden demonstranten, voornamelijk krakers, weer een zogeheten ‘Damslaapactie’. In slaapzakken brachten ze de nacht door bij het Nationaal Monument in Amsterdam. Ook hingen er spandoeken met de tekst ‘Mede mogelijk gemaakt door de kraakbeweging’ aan voormalige kraakpanden in het hele land. Zo hingen er spandoeken aan de gevels van muziekcentra Paradiso in Amsterdam, Nighttown in Rotterdam en Tivoli in Utrecht. Ook de gemeenten waren tegen het wetsvoorstel. Zij gaven een hogere prioriteit aan het leegstandsprobleem en de woningnood dan aan het eigendomsrecht. De vrees was dat de prikkel voor de eigenaar om iets met zijn panden te doen zou verdwijnen met de Antikraakwet.

Erasmusgracht 17-19
Op nummer 19 een dichtgetimmerd pand waarop krakers een boodschap hebben achtergelaten, 2004. Beeld: Stadsarchief Amsterdam

Krakersopstanden

Van 2006 tot en met 2010 zijn er meerdere malen krakersopstanden in Amsterdam geweest, waar nog altijd de helft van alle krakers zat. Tot aan 2010 waren dit voornamelijk individuele opstanden tegen het ontruimen van verschillende panden. Zo werd de politie bij een ontruiming in februari 2008 bekogeld door forse moeren, die vanaf katapulten werden afgeschoten. Vanaf eind 2009 waren het veelal grote opstanden gericht tegen de voorgenomen invoering van de Antikraakwet. Vooral de demonstratie op 1 oktober 2010, de dag dat de Wet Kraken en Leegstand ingevoerd werd, is het noemen waard.

Stuiptrekking?

Het plan was om te verzamelen op het Spui en daarna een tocht te houden door de stad. De demonstranten waren gekleed in het zwart, hadden bivakmutsen op en droegen spandoeken met teksten als ‘Kraakverbod opgerot!’ en ‘Wet of geen wet, het kraken gaat door!’. Er was veel politie op de been. De politie te paard was aanwezig, evenals vele ME-busjes en er hing een politiehelikopter in de lucht. Rond zeven uur ’s avonds werd de sfeer al wat grimmiger. Er werden bierflesjes en verfbommen naar de ME gegooid. Toen de demonstranten in de Spuistraat aankwamen en een pand kraakten barstte het gevecht met de politie los. Er werden stenen en vuurpijlen gegooid, auto’s vernield en brandjes gesticht. De politie reageerde met wapenstokken, traangas en het met honderden politiemannen uiteendrijven van de groep betogers.
Een vraag die toen meteen opkwam was: zijn we weer terug bij af of is dit een stuiptrekking en is de strijd eigenlijk voorbij?

Auteur: Kirsten Kouwenhoven.

Publicatiedatum: 05/01/2011

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.