Status in kamerjas

Kleding als middel om status uit te drukken was een bekend fenomeen in vroegere tijden. Op schilderijen van voorname personen uit de zeventiende en achttiende eeuw in de collectie van het Amsterdam Museum komt dit duidelijk naar voren.

Op veel portretten uit de late zestiende en het eerste kwart van de zeventiende eeuw zijn witte linnen plooikragen opvallend aanwezig. De omvangrijke ‘molensteenkraag’ – zo genoemd vanwege vorm en grootte – was op dat moment modieus bij welgestelde heren en dames die zo hun goede maatschappelijke positie benadrukten. De kragen waren kostbaar en een statussymbool.

De mannen op onderstaand schilderij – allen met molensteenkraag – behoorden tot de Amsterdamse elite. Centraal staat de gerenommeerde chirurgijn Sebastiaen Egbertsz, met schaar in de hand, op het punt om een ontleding te beginnen. Om de snijtafel staan de overige chirurgijns, sommige voorzien van attributen die naar hun beroep verwijzen, zoals scharen en een scheerbekken.

Anatomische les van dr. Sebastiaen Egbertsz., 1601-1603. Beeld: Collectie Amsterdam Museum, inventarisnummer: SA 7387.

Japonse rok

De vooraanstaande Amsterdamse botanicus Jan Commelin heeft zich in de jaren 80 van de zeventiende eeuw laten portretteren gehuld in een dure huisjas, met op het hoofd een pruik en omringd door geïllustreerde bloemen- en plantenboeken. Hij vergaarde zijn fortuin als koopman in kruiden en drogerijen. Die verkocht hij aan apotheken en ziekenhuizen in Amsterdam en andere steden. Commelin vestigde zijn naam als botanicus met de publicatie van een twaalfdelige atlas over de flora van de westkust van India. Hij was een voornaam man. De luxe kamerjas, een ‘Japonse rok’, geeft zijn status aan als welgestelde heer.

Portret van Jan Commelin (1629-1692), ca. 1685-1690, door Gerard Hoet. Beeld: Collectie Amsterdam Museum, inventarisnummer: SA 41466.

Kostbare materialen

Luxe kamerjassen droeg men oorspronkelijk in huiselijke kring. Comfortabel en lekker warm in koude wintermaanden. De Japonse rok is een bepaald type huisjas, al dan niet gewatteerd. Deze werd gemaakt van kostbare materialen, zoals sits, brokaat of zijden damast, en werd ’bon ton’ onder welgestelde heren. De Japonse rokken zijn ontleend aan zeventiende-eeuwse Japanse kimono’s en Perzische jassen, die Hollandse handelsdelegaties als geschenken meekregen.

Welgestelde heren

Commelin was zeker niet de enige die zijn status en plek in de maatschappij extra benadrukte door zich te laten portretteren gekleed in een kostbare kamerjas. Vele welgestelde mannelijke tijdgenoten deden hetzelfde. Zo ook Joan Huydecoper (1769-1836), telg uit een voorname Amsterdamse familie. Hij liet zich gekleed in een gestreepte zijden kamerjas afbeelden als liefhebber van de kunsten.

Amsterdammer Barend van Lin (1641-1705), belastingontvanger en landmeter voor het Hof van Holland, spande de kroon. Tegen een achtergrond van boeken over sterrenkunde en astronomische meetinstrumenten heeft hij zich laten vereeuwigen in een modieuze lichtrode, blauwgevoerde zijden kamerjas met bijpassende baret, witte kousen en rode slippers.

Portret van Joan Huydecoper van Maarsseveen (1769-1836), ca. 1790, door Wybrand Hendriks. Beeld: Collectie Amsterdam Museum, inventarisnummer: SA 40837.

Veel kennis en bereisd

Rijke heren lieten zich graag in een exotische Japonse rok portretteren in hun studeerkamer. De omgeving van de studeerkamer benadrukte de kennis van de geportretteerde. Het werkte statusverhogend. Oosterse kleding was exclusief en toonde dat je bereisd was en de wereld kende. Voor anderen was het duidelijk dat deze heren geen lichamelijke arbeid hoefden te verrichten.

De dracht raakte zo ingeburgerd dat op het toppunt van deze mode, in de achttiende eeuw, modieuze heren zich er ook buitenshuis en in de kerk mee vertoonden. Dominees spraken afkeurend over deze kleurrijke en luxe dracht in het Huis des Heren. Een buitenlandse bezoeker vreesde zelfs voor een besmettelijke ziekte toen hij tijdens een bezoek aan de studentenstad Leiden veel jonge mannen op straat gekleed zag in de huisjassen.

Portret van Barend van Lin (1641-1705), 1671, door Michiel van Musscher. Beeld: Collectie Amsterdam Museum, inventarisnummer: SA 35787.

Auteur: Annemarie den Dekker, conservator Amsterdam Museum.

Publicatiedatum: 12/01/2011