Achter de schermen: ‘Leven in Lagen’

2021 is het jaar van het ‘Ode aan het landschap’. Maar hoe is het landschap om ons heen en onder onze voeten eigenlijk ontstaan? Projectleider Mart van de Wiel geeft Oneindig Noord-Holland een kijkje achter de schermen bij de nieuwe tentoonstelling ‘Leven in Lagen’ bij Huis van Hilde en deelt zijn favoriete verhalen.

Nieuwe tentoonstelling ‘Leven in lagen’

Veel tentoonstellingen in de Noord-Hollandse musea vielen afgelopen jaar in het water vanwege de coronacrisis. Maar met de goede hoop dat de musea snel weer zullen openen, gingen Huis van Hilde en het Noord-Hollands Archief aan de slag met de nieuwe tentoonstelling ‘Leven in lagen’. Achter de schermen ging de opbouw van de tentoonstelling, die zal gaan over de geschiedenis van het Noord-Hollandse landschap, verder. Zodra het museum haar deuren weer mag openen, zijn bezoekers welkom in dit archeologische museum langs het spoor in Castricum.

Net zoals bij archeologische opgravingen krijgt de bezoeker een kijkje onder de grond, waarbij de verschillende lagen onder het oppervlak van het landschap worden blootgesteld. In zeven tijdvakken en landschaps-lagen loop je in de tentoonstelling door de gelaagde geschiedenis. Bij elke laag zie je hoe het landschap er in deze periode uitzag en hoe de mens erin zijn leven leidde. Op een landschapsmeubel midden in de zaal kan een interactief spel gespeeld worden.

De nieuwe tentoonstelling ‘Leven in Lagen. De mens in het Noord-Hollandse landschap’. Beeld: Huis van Hilde.

Vondsten van de eerste Noord-Hollanders

Tentoonstellingsmaker Mart van de Wiel neemt ons mee door de tentoonstelling, die 13.000 jaar geleden begint. Terug naar een tijd dat Noord-Holland nog een zanderig en slibberig deltagebied was. De Noordzee was er nog niet, die was nog ‘opgeslagen’ in het landijs in Noordelijk Europa. Klei en zand werden vanuit de Alpen door de rivieren naar het gebied aangevoerd, wat tot vruchtbaar land leidde. Achter de duinenrijen lagen grote moerassen. De weinige aanwezige mensen leefden hier niet, ze woonden aan de randen van de kreken.

Bijzondere vondsten van het Huis van Hilde maken het leven van de bewoners van dit gebied tastbaar. In het archeologische depot van de provincie Noord-Holland worden zo’n 12.000 dozen met bodemvondsten beheerd, afkomstig van archeologisch onderzoek in de provincie. Zoals kralen van bot, kookgerei van aardewerk en pijlen van vuursteen van de eerste ‘Noord-Hollanders’. Werktuigen werden gemaakt van de materialen die in grote mate in de omgeving aanwezig waren: steen, hout en bot. Deze eerste bewoners waren afhankelijk van het landschap om hen heen.

Foto: Mart van de Wiel

Nieuwe bewoners in de provincie

Met de opkomst van bronzen werktuigen kregen de mensen voor het eerst grip op hun omgeving. Bossen werden in deze Bronstijd (2000-800 voor Christus) verdrongen voor weidegrond en het voorheen ondoorwaadbare water met werd met kano’s begaanbaar. In de eerste permanente nederzettingen woonden de mensen in aparte woonstalhuizen, waar hele gezinnen met hun vee samenwoonden. In deze historische laag ontmoeten we Aak de IJzertijdjongen, een negenjarige jongen die opgroeide in de late IJzertijd.

Meer mensen weten het gebied te vinden. Laag voor laag leert de bezoeker door de archeologische vondsten de ‘nieuwe’ bewoners van het gebied kennen. De Romeinen, die zich rond de jaartelling in Noord-Holland waagden. De Friezen die in opstand kwamen tegen Romeinen en daarna nog een paar eeuwen het gebied domineerden. En later de Christelijke Franken, die op hun beurt weer de Friezen verjoegen en kerken en kloosters stichtten aan het begin van de middeleeuwen. Al die verschillende groepen drukten hun stempel op het Noord-Hollandse landschap. Het landschap raakt bezaaid met dijken, dorpen en steden.

De opbouw van ‘Leven in lagen’. Ook mensfiguur Aak de IJzertijd-jongen is van de partij. Foto: Synergique.

De Provinciale atlas

Het verhaal na de middeleeuwen wordt met tekeningen, kaarten en etsen van de Provinciale Atlas aangevuld. De Provinciale Atlas is ondergebracht bij het Noord-Hollands Archief, waar Mart werkzaam is. Hij legt uit wat de Provinciale Atlas is. “Het is de beeldcollectie van de provincie Noord-Holland en bestaat uit meer dan 82.000 objecten. Het is een unieke collectie: Noord-Holland is de enige provincie die zo’n provinciale atlas heeft. Deze historische documenten – manuscriptkaarten, prenten, kaarten, tekeningen, prentbriefkaarten, portretten en foto’s – zijn samen een visuele documentatie van de geschiedenis van de provincie.”

Al halverwege de negentiende eeuw begonnen archivarissen met het aanleggen van deze collectie. In 1866 werden zo dertien manuscriptkaarten van Noord-Hollandse steden, rond 1560 door Jacob van Deventer gemaakt, aangekocht. Deze verzameldrang past bij de negentiende eeuw, waarin mensen meer bewust werden van de historie van hun omgeving. De collectie blijft sindsdien groeien, vanaf de jaren ’90 onder andere met een jaarlijkse foto-opdracht om verschillende aspecten van het Noord-Hollandse landschap verder in kaart te brengen.

De prenten uit de Provinciale Atlas wachten om opgehangen te worden. Foto: Synergique.

Dit is de nacht van…

Maar hoe maak je voor een tentoonstelling een selectie uit deze 82.000 voorwerpen? Mart vertelt dat ze bij opzetten van de tentoonstelling steeds weer uitkwamen bij een centraal thema. “Het is een Noord-Hollands cliché, maar dat maakt het niet minder waar: de strijd tegen het water.” Bij het zoeken naar objecten stuitte Mart in de Provinciale Atlas op talloze dijkdoorbraken, watersnoodrampen en stormvloeden. De invloed van de grillige natuur op het leven van de mensen fascineerde hem. De eeuwenoude strijd waarin het water tijdens stormen de door de mens veroverde gronden terugnam, dijken doorbrak en zelfs hele dorpen opslokte.

“Tegenwoordig weten we een paar dagen van tevoren al dat er een storm aan zit te komen. In het archief lees je verslagen waarin men beschrijft hoe gemeenschappen erdoor werden overvallen. Veel teksten in het archief beginnen met “Dit is de nacht van…””

Dit was ook het geval bij de middeleeuwse kerk van Egmond aan zee. Aan het begin van de achttiende eeuw lag deze kerk aan zee. In de nacht van 24 op 25 november 1717 dreigde de kerk tijdens een storm bijna ten onder te gaan aan de verslindende golven vanaf zee. De kerk bleef gespaard. Ruim twintig jaar later, in 1741, stortte de toren van de kerk door een andere storm alsnog in. De resten van de kerk verdwenen twee jaar later in zee en de resten van deze oude Agneskerk liggen tot op de dag van vandaag nog steeds honderd meter voor de kunst van Egmond.

Prent, onderschrift: 1743. Beeld: Collectie van

Strakke lijnen en platte oppervlakken

De Noord-Hollanders keken de vernietigende kracht van de natuur niet met lede ogen aan. Het verhaal van het Noord-Hollandse landschap is ook een verhaal van het ontpolderen van de natte veengebieden en het droogleggen van de meren. Het water werd af en toe ook ‘overwonnen’ door de mens. De strakke lijnen en platte oppervlakken van het Noord-Hollandse poldergebied begonnen Noord-Holland te domineren. De Friese omringdijk die vanaf de dertiende eeuw als eerste grote omringdijk de Westfriezen tegen het water beschermde, was de eerste grote ingreep. Vele polders volgden vanaf het eind van de zestiende eeuw, met de komst van de molens.

Vanaf de negentiende eeuw kreeg de mens meer en meer invloed. De bevolking groeide in een rap tempo. De natuur moest steeds vaker wijken voor de groei van de steden en de economie. Mart vertelt over deze omwenteling: “Het laatste deel van de tentoonstelling gaat over de komst van de industrie. Hiermee krijgt het idee dat het landschap maakbaar is een spurt. Noord-Holland verstedelijkte in een rap tempo en fabrieken, kanalen en later de hoogovens kwamen op. Het Noordhollands Kanaal werd rond 1820 nog met de hand gegraven, maar met de ontpoldering van het Haarlemmermeer in 1852 en de aanleg van het Noordzeekanaal in 1876 (met behulp van stoomkracht, red.) werd de engineering van het landschap een feit.”

De kaarten uit de Provinciale Atlas tonen de maakbaarheid van het Noord-Hollandse landschap. Foto: Synergique.

Het polderlandschap als testament

Deze engineering van het landschap, de grote invloed van de mens op de omgeving, gaat door tot op de dag van vandaag. Volgens Mart heeft dat ook een keerzijde, waar hij zijn vraagtekens bij heeft: “Mensen staan weinig stil bij hoeveel mensen al gedaan hebben en wat er door de kracht van de natuur ontstaan is. Mensen hoeven niet meer bang te zijn voor de natuur. We hebben tegenwoordig zoveel invloed op de natuur, dat het ook gevaarlijk is. Het beïnvloedt de biosfeer, de biodiversiteit. Wat blijft er nog over van het landschap als we zo doorgaan?”

‘Leven in lagen’ eindigt met deze kritisch blik op de groeiende invloed van de mens op haar omgeving. Veel redenen om ons zorgen te maken, maar de Nederlandse maakbaarheid van het landschap stemt ook hoopvol: “Als je kijkt naar de polderwerken – hoe kaal, vlak en lelijk je ze ook kan vinden – is het verbazingwekkend hoe het is bedacht en uitgevoerd met de middelen die ze toen hadden. Het is het testament van waar we als mensen toe in staat zijn. Ik hoop dat we deze maakbaarheid ook op een positieve manier voor het behoud van het landschap kunnen inzetten.”

Met deze positieve boodschap stapt de bezoeker weer naar buiten. Gelijk het duingebied van Castricum in, waar de duinen al eeuwenlang het veranderende Noord-Hollandse landschap gadeslaan. Een gebied waar bijna tweeduizend jaar geleden de eerste mensen al hun voetstappen zetten. In Huis van Hilde leer je dat de geschiedenis onder je voeten begint.

Auteur: Inge Molenaar, met dank aan Mart van de Wiel.

Het Huis van Hilde is gelegen aan het aangrenzende Noordhollands Duinreservaat. Foto: Huis van Hilde.

Publicatiedatum: 15/04/2021

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.