Vondst van de maand: schildpad uit Oudeschild

Elke maand presenteert Huis van Hilde, het archeologiecentrum van de provincie Noord-Holland, de vondst van de maand. Daar krijgen deze bijzondere bodemvondsten een eigen vitrine, op Oneindig Noord-Holland worden ze met een verhaal in het zonnetje gezet. Deze maand staat een schildpad centraal.

Toen beeldend kunstenaar Gerd Jan Roos in 2004 een vijver wilde graven in zijn tuin, stuitte hij op een bijzondere vondst. Tussen de achttiende-eeuwse tabakspijpen en eetgerei trof hij het onder- en bovenpantser van een schildpad aan. Dankzij de locatie van Roos’ historische stolpboerderij was de link met het verleden al snel gelegd. Naast de boerderij bevond zich vroeger namelijk een omvangrijke ankerplaats voor schepen: de Rede van Texel.

Al sinds de late middeleeuwen maakten Hollandse havensteden graag gebruik van Texel als beschutte plaats om voor anker te gaan. In deze tijd voeren talloze schepen af en aan naar het Oostzeegebied, waar ze graan en hout vandaan haalden. De landen rondom de Oostzee vormden de graanschuur van Europa. Maar om daar te komen, was eerst oostenwind nodig. En omdat de wind in Nederland meestal uit het westen komt, wachtten de schepen op de Rede van Texel op de juiste wind. Soms wel weken of maanden lang. Genoeg tijd om de schepen te bevoorraden voor de reis.

Dirk de Jong, De nieuwe haven van Oudeschild, ca. 1800. Collectie Provinciale Atlas, Noord-Hollands Archief.

Exotische handelswaar

Deze handel met de Oostzee was zo belangrijk, dat het wel de ‘moedernegotie’ genoemd werd. Het was zeer lucratief voor de rijke Hollandse handelaren, die de winst soms weer investeerden in exotischere handelsavonturen. In 1602 was namelijk de VOC opgericht voor de overzeese handel in de Oost. Ook VOC-schepen maakten graag gebruik van de Rede van Texel, die destijds bestond uit zandbanken zo’n twee à drie kilometer buiten de kust van Oudeschild. Hier lagen schepen van de VOC en WIC, maar ook walvisvaarders, haringvissers en schepen van de admiraliteit (marine) dwars door elkaar heen.

De VOC-schepen voeren via het verversingsstation op Kaap de Goede Hoop naar Oost-Indië. De eerste handelsmogelijkheid deed zich voor in de Straat Soenda tussen de eilanden Java en Sumatra, waar de bemanning vers voedsel kocht van langsvarende schepen met inheemse bewoners. Naast groente en fruit werden er soms levende dieren aangeschaft, zoals kippen, geiten en – zeer exotisch – schildpadden.

Het schildpaddenschild, gevonden te Oudeschild. Collectie archeologisch depot Noord-Holland.

Curiositeiten in de kroeg

Het is bekend dat VOC-schepen wel eens schildpadden mee naar huis namen. De schilden van deze schildpadden werden namelijk gezien als een luxeartikel, een curiositeit. Er konden siervoorwerpen van vervaardigd worden, zoals sirihkistjes voor het betelkauwen, maar ook in hun eigen vorm zullen de schilden een blikvanger geweest zijn in elk zeventiende- of achttiende-eeuws rariteitenkabinet.

Ook het schildpaddenschild dat Roos in zijn tuin aantrof is waarschijnlijk door mensen meegenomen. Het schild is afkomstig van een Europese moerasschildpad (Emys orbicularis), die in Centraal- en Zuid-Europa, noordwestelijk Afrika en in de natte delen van het Midden-Oosten en Centraal-Azië voorkomt. De andere vondsten – onder meer drinkgerei, flessen, borden en pannen – zouden kunnen wijzen op een historische kroeg. Tussen de bonte versiering van dergelijke zeemanskroegen zou het exotische schildpaddenschild zeker niet misstaan hebben.

Egbert van Heemskerck (I), Herberg met triktrakspelers, 1669. Collectie Rijksmuseum Amsterdam.

Wil je het schild eens in het echt zien? De Vondst van de Maand is vanaf 29 oktober gratis toegankelijk en tijdelijk te bezichtigen in Huis van Hilde. Op de website van het archeologisch depot kun je alle vondsten in detail bekijken.

Tekst: Sarah Remmerts de Vries

Bronnen:

Publicatiedatum: 29/10/2019