Bronstijdmeisje Julia en de schatten van West-Friesland

De familietentoonstelling ‘Liefs van Julia’ in Huis van Hilde toont topvondsten uit de Bronstijd, gevonden bij de aanleg van de Westfrisiaweg. Deze grote archeologische opgraving geeft ons een goed beeld van Julia en het landschap waarin zij leefde.

De aanleg van de Westfrisiaweg bood een prachtige gelegenheid om een blik in de bodem te werpen. De 42 kilometer lange verbindingsweg tussen Alkmaar en Enkhuizen, bestaande uit de N194 en de N307, is in 2018 geopend en strekt zich uit van het diepe westen naar het waterrijke oosten van West-Friesland. Daarmee vormt de bodem een mooie dwarsdoorsnede van het Noord-Hollandse landschap: een archief van landschap en leven.

Na een uitgebreid vooronderzoek zijn tussen 2014 en 2016 op tien locaties archeologische opgravingen verricht. Het onderzoek leverde een schat aan informatie op over West-Friesland in de Bronstijd. Van alle perioden was deze namelijk het sterkst vertegenwoordigt in de bodem. De vondst van de bronsschat bij Medemblik richtte de aandacht van pers en publiek op de opgravingen. Dankzij het archeologisch onderzoek weten we nu meer over de manier waarop de vroege inwoners van West-Friesland het landschap om hen heen in cultuur hebben gebracht.

Opgraving van de bronsschat bij de Westfrisiaweg. Via Huis van Hilde.

Het landschap

Het West-Friese landschap oefent al enkele duizenden jaren lang een grote aantrekkingskracht uit op mensen. Met zijn zoetwatermeren, hoge zandgronden, lage landen en kwelders was het gebied een fijne plaats om te wonen. Ook boden de afwisselende vegetatie en diversiteit aan dieren een keur aan voedsel voor de plaatselijke bewoners. Kortom, in de Bronstijd was het een gastvrij landschap.

Vanaf de Late Steentijd tot het eind van de Late Bronstijd woonden er mensen in het oosten van West-Friesland. Daarna werd de grond natter en minder geschikt voor bewoning en akkerbouw. Ook de Bronstijdmensen hadden al problemen met de afwatering van bijvoorbeeld regen, maar losten dit op door greppels te graven. De mensen pasten zichzelf aan naar hun nattere leefomgeving.

Het gastvrije landschap, door Fred Marschall. Afkomstig uit het boek ‘Landschap vol Leven’, via Huis van Hilde.

De mensen

Maar het natuurlijke landschap bood ook de middelen die nodig waren voor het levensonderhoud van de bewoners. Hun voedsel was afkomstig uit de natuur, want men leefde deels van het jagen en verzamelen. In het kwelderlandschap was genoeg wild te vinden, maar ook trekvogels en vissen waren onderdeel van het dieet. De maaltijd werd aangevuld met wilde vruchten, planten, noten en zaden, uiteraard afhankelijk van het jaargetijde. Ondanks de aanwezigheid van akkerbouw en veeteelt, was men voor de diversiteit mede afhankelijk van het voedsel dat uit de natuur verkregen werd.

De plaatselijke natuur leverde ook bouwstoffen. Uit de uitgestrekte bossen in het oosten van West-Friesland haalde men hout. Dat werd gebruikt als brandstof, maar ook voor het maken van huizen, hekken en gereedschap. De huizen werden bedekt met riet, afkomstig van de riet- en graslanden. Van andere natuurlijke materialen vervaardigde de Bronstijdmens manden, touwen en visnetten.

Reconstructie van huis uit de Bronstijd. Via Huis van Hilde.

De vondsten

Enkele van deze voorwerpen zijn tijdens de opgravingen bij de Westfrisiaweg in de bodem teruggevonden. Bijvoorbeeld een houten roeiriem, opgegraven bij de Houterpolder. De roeiriem heeft een lang blad, een stuk langer dan moderne peddels. Waarschijnlijk hoorde de roeiriem bij een boot of kano, waarmee men op de rivieren voer – en misschien zelfs op zee. Zo vormt de roeiriem een verwijzing naar de handelscontacten van de Bronstijdmensen: vervoerden ze spullen per boot? En dreven ze handel met mensen in andere gebieden?

Roeiriem of peddel aangetroffen in waterput. Via Huis van Hilde.

Een andere bijzondere vondst is de bronsschat, die gevonden is bij Medemblik. Deze bestaat onder meer uit verschillende sieraden: drie fibula’s (kledingspelden, die vanwege de vorm ook wel ‘brilfibula’s’ genoemd worden), twee armbanden en een aantal ringen. Maar ook een naald, een vuurstenen sikkel en twee mysterieuze rechthoekige bronzen plaatjes werden op dezelfde plaats aangetroffen. De schat was waarschijnlijk onderdeel van een ritueel, waarbij kostbare bezittingen aan het landschap werden geofferd, om natuurgoden of -krachten tevreden te stemmen.

De bronsschat in de tentoonstelling ‘Liefs van Julia’. Foto door Sarah Remmerts de Vries.

De tentoonstelling

In de tentoonstelling ‘Liefs van Julia’ in Huis van Hilde worden de sieraden van de bronsschat gedragen door Julia. Haar figuur is gereconstrueerd naar een skelet dat gevonden is tijdens een eerdere opgraving in het West-Friese Bovenkarspel. Naast Julia en de bronsschat is ook de houten roeiriem in de tentoonstelling te bewonderen, tezamen met andere vondsten van de Westfrisiaweg.

De familietentoonstelling ‘Liefs van Julia: Schatten uit de bronstijd’ is nog tot en met 15 september 2019 te zien in Huis van Hilde, het archeologiecentrum van de provincie Noord-Holland in Castricum. Huis van Hilde is van dinsdag tot en met vrijdag geopend van 09.00 tot 17.00 uur en op zaterdag en zondag van 11.00 tot 17.00 uur. Kijk voor meer informatie op huisvanhilde.nl.

Reconstructie van Julia in de tentoonstelling ‘Liefs van Julia’. Foto door Sarah Remmerts de Vries.

Tekst: Sarah Remmerts de Vries

Bronnen:

  • Tentoonstelling ‘Liefs van Julia’, tot en met 15 september 2019 te zien in Huis van Hilde.
  • Bos, Jolanda en Sigrid van Roode, Landschap vol leven. De archeologie van de Westfrisiaweg (Zandvoort 2018). In opdracht van de Provincie Noord-Holland.

 
Verder lezen?