25 april 1947: geboortedag Johan Cruijff
Op 25 april 1947 werd het grootste Amsterdamse voetbaltalent aller tijden geboren.
>De geschiedenis van onze provincie is gevormd door vele bekende en minder bekende mannen en vrouwen. Op Oneindig Noord-Holland zetten wij hun levens en verhalen in de spotlight.
Op 25 april 1947 werd het grootste Amsterdamse voetbaltalent aller tijden geboren.
>De luitenant Wout Jonasse (1916-2007) was na de Tweede Wereldoorlog als (adjunct)commandant werkzaam in het NSB-interneringskamp aan de Levantkade te Amsterdam. Duizenden NSB’ers werden hier vastgehouden in afwachting van hun proces. Er heerste op de Levantkade een regime dat gericht was op wraak en de ontkenning van menselijke waardigheid. Jonasse werd in augustus 1945 aangesteld met de taak hier verandering in te brengen.
>Bij de verkiezing van ‘Grootste Nederlander aller tijden’ haalde ze plaats 73. Op flinke afstand van Anne Frank en koningin Juliana, maar ruim vóór filmster Monique van de Ven en wereldkampioene kunstschaatsen Sjoukje Dijkstra. De Haarlemse Kenau Simonsdochter Hasselaer staat te boek als heldhaftige vrijheidsstrijdster uit de Tachtigjarige Oorlog. Haar naam is synoniem geworden voor een potige vrouw met haar op de tanden. Was de echte Kenau ook werkelijk een kenau?
>Hij werd als een ware held in Amerika binnengehaald. De kranten stonden er vol van. Veel musea in binnen- en buitenland bezitten zijn schilderijen. Toch zijn de schilderijen van Albert Neuhuys nog maar weinig te zien. Wie was deze bekende schilder van de Larense School?
>Elizabeth Bekker (1738-1804) beter bekend als Betje Wolff, kwam uit een calvinistische koopmansfamilie in Vlissingen. Op haar zeventiende werd ze geschaakt door een militair, wat beide geliefden duur is komen te staan. Betje wordt ‘onder censuur’ gesteld, de vaandrig vlucht naar Oost-Indië. Geminacht door haar familie komt ze in een sociaal isolement terecht. Door haar huwelijk met een eenendertig jaar oudere dominee uit de Beemster ziet Elizabeth kans haar benauwde leefomgeving te ontvluchten. Vanuit haar schrijfkamer op zolder bestookt zij de bekrompen Hollandse samenleving van die tijd met progressieve teksten.
>In een houten hutje aan de Noolseweg in het Gooise Blaricum had schilder Piet Mondriaan tussen 1915 en 1919 zijn atelier. Het was in dat hutje dat hij zijn eerste abstracte werk schilderde.
>‘Groeten uit de Zaanstreek’ is de titel van deze serie die voert langs schilderijen van typisch Zaanse landschappen met weiden, molens, fabrieken, sloten en vaarten en Zaanse houtbouw. De productie van Willem Jansen (1892-1969) was gigantisch. Vele duizenden schilderijen heeft hij gemaakt over alle mogelijke onderwerpen en thema’s. De Westzaner was dan ook een echte broodschilder.
>Willem Aten (1894-1973) hanteerde een grijs palet en schilderde bij voorkeur lege landschappen, gestoffeerd met enkele huizen, bootjes en grillige waterpartijen. ,,Van al die mooie frisse kleurtjes op mijn palet maak ik in een uur één grauwe massa”, zei hij eens met de nodige ironie over de grijsheid van zijn schilderstijl. Dat was andere koek dan de kleurrijke uitbundigheid en speelsheid van de expressionisten. Aten koos voor een sober realisme zonder tierlantijnen en volgde daarmee een trend in de Zaanse schilderkunst die in de jaren twintig en dertig in zwang was.
>De Zaandijker Klaas Landsman (1914-1998) was een echte autodidact. Samen met zijn broer Floor exposeerde hij in de jaren tachtig diverse keren in het Molenmuseum in Koog aan de Zaan.
>Dat de in Koog aan de Zaan geboren Jan Kruijver (1869-1950) een grote voorliefde aan de dag legde voor het afbeelden van molens, is niet verwonderlijk. Kruijver kreeg het met de paplepel ingegoten als zoon van een molenaar.
>De Zaandammer Jan Kees Vergouw (1948) trad maar zelden met zijn werk naar buiten. Had-ie geen behoefte aan. Hij was liever in zijn atelier bezig met onderzoek naar diepte, scherpte en vlakverdeling.
>Anton Heyboer (1924-2005) woonde vanaf begin jaren zestig in een oude loods in Den Ilp, midden in Waterland. Hier bouwde hij aan een indrukwekkend oeuvre dat geschat wordt op enkele tienduizenden kunstwerken. Verzamelaars en museumconservatoren waarderen voornamelijk zijn vroege werk uit de jaren vijftig en zestig, bestaande uit sobere etsen en gouaches. Bij het grote publiek stond Heyboer vooral bekend om zijn excentrieke levensstijl. Hoewel hij zelden zijn stek in Den Ilp verliet, vergaarde Heyboer door een aantal opmerkelijke tv-optredens de reputatie van knotsgekke kunstenaar, levend in een rovershol temidden van zijn ‘vijf bruiden’.
>“Word maar geen schilder. Leer maar een vak.” Dat kreeg Jan de Boer als jongeling te horen van leermeester Willem Jansen. De Boer volgde die raad op. Hij werd huisschilder.
>Hendrik Willebrord Jansen (Nijmegen 1855 – Zeist 1908), de schilder van dit Zaanse landschap, werd wel omschreven als een ‘schilder van stand’ omdat hij niet om den brode het penseel en palet hoefde te hanteren. Dankzij zijn huwelijk met een rijke en voorname dame werd hij een bemiddeld man.
>Gerrit de Jong (1905-1978) waagde in de crisisjaren de riskante stap om van de kunst te gaan leven. Dat was geen vetpot. In de oorlogsjaren ruilde hij zelfs zijn schilderijen voor etenswaren.
>‘Groeten uit de Zaanstreek’ is de titel van deze serie die voert langs schilderijen van typisch Zaanse landschappen met weiden, molens, fabrieken, sloten en vaarten en Zaanse houtbouw. De schilderijen bevinden zich in het depot van het Zaans Museum te Zaandam. Frisse landschappen met koeien. Daar staat de schilder Freek Engel (1872-1958) om bekend. Maar de in Koog aan de Zaan geboren ‘koeienschilder’ week zo nu en dan af van zijn favoriete onderwerp. Dat illustreert het bij dit artikel afgebeelde schilderij.
>Impressionistische taferelen, overgoten met een vleug romantische nostalgie. Dat was het handelsmerk van autodidact Frans Mars (1903-1975), geboren en getogen Zaankanter.
>Jonkvrouw was de uit Hoorn afkomstige Agatha van Foreest (1733-1801) en als weduwe was ze in 1775 hertrouwd met haar huisknecht Jan Schenk. Daar werd schande van gesproken, want Jan Schenk was als boerenzoon ver beneden haar stand. Waar nog bij kwam dat Jan gelovig katholiek was en Agatha gereformeerd. Maar Agatha trotseerde alle afwijzende kritiek, de verwijten van haar eigen kinderen inbegrepen. Om niet al te veel aanstoot te geven, had ze haar huwelijk overigens niet in haar woonplaats Hoorn, maar op haar buiten in de Beemster laten voltrekken. Dat buiten stond aan de zuidzijde van de Volgerweg.
>De bekendste aanslag van het Haarlemse verzet op een landverrader vond plaats op 25 oktober 1944. Even na half negen ’s morgens vuurde de verzetsman Gommert Krijger de kogels af die een einde maakten aan het leven van Fake Krist. Deze keer was het gelukt.
>De winkel op de hoek van de Barteljorisstraat en de Schoutensteeg is op het eerste oog geen opmerkelijk pand, maar op geen andere plaats in Haarlem is de herinnering aan onderduiken en verzet zo goed bewaard gebleven. Amsterdam heeft het Anne Frankhuis, Haarlem het Corrie ten Boomhuis. In dit hoekpand woonde haar familie. De hoogbejaarde Casper ten Boom, een man met een prachtige volle baard, was de pater familias. Tezamen met zijn dochters Corrie en Betsie bood hij in zijn huis een verblijfplaats aan onderduikers. De familie stond ook in contact met een ruim netwerk van verzetsstrijders en -groepen. Te ruim waarschijnlijk, want steeds meer mensen wisten van huize Ten Booms, liefdevol de BéJé genoemd, af. Het maakte de kans op verraad almaar groter. Achteraf gezien is het wellicht opmerkelijk dat de welhaast onvermijdelijke inval ‘pas’ op 28 februari 1944 plaatsvond.
>