Betje Wolff: vrijzinnig schrijfster in de Beemster

Elizabeth Bekker (1738-1804) beter bekend als Betje Wolff, kwam uit een calvinistische koopmansfamilie in Vlissingen. Op haar zeventiende werd ze geschaakt door een militair, wat beide geliefden duur is komen te staan. Betje wordt 'onder censuur' gesteld, de vaandrig vlucht naar Oost-Indië. Geminacht door haar familie komt ze in een sociaal isolement terecht. Door haar huwelijk met een eenendertig jaar oudere dominee uit de Beemster ziet Elizabeth kans haar benauwde leefomgeving te ontvluchten. Vanuit haar schrijfkamer op zolder bestookt zij de bekrompen Hollandse samenleving van die tijd met progressieve teksten.

Portret van Betje op ongeveer zestienjarige leeftijd.

Portret van Betje op ongeveer zestienjarige leeftijd.Portret van Betje op ongeveer zestienjarige leeftijd.

Leergierig meisje

Al snel na haar geboorte blijkt Betje fysiek niet sterk te zijn, maar ze is bijzonder leergierig, ambitieus en heeft zij een grote culturele belangstelling. Aangemoedigd door haar moeder ontwikkelt Elizabeth zich tot een vrolijke en uitdagende meid met een rappe tong en veel (boeken)wijsheid. Haar moeder sterft in 1751, als Betje 13 jaar oud is. Vier jaar later begaat Betje een romantische misstap om zich te laten schaken door een vaandrig en wordt haar leven in Vlissingen behoorlijk ellendig.

Literaire uitwisseling

Inmiddels is Elizabeth gefascineerd geraakt door literatuur en correspondeert zij vanaf begin 1758 met de dominee en letterkundige Adrianus Wolff (1708-1777). De Beemster dominee heeft in die tijd reeds als schrijver enige naam gemaakt en Betje is onder de indruk van zijn penvoering. Het lijkt te klikken tussen de weduwnaar en de jonge dame en er worden portretjes uitgewisseld. De dominee is kennelijk zo onder de indruk van Betje dat hij besluit om in oktober 1759 naar Zeeland af te reizen. Diezelfde avond wordt de verloving beklonken en een paar weken later maakt ze haar opwachting in de pastorie te Middenbeemster. Op 18 november 1759 treden de eenentwintigjarige Betje en haar eenendertige jaar oudere bruidegom in het huwelijk in de kerk van de dominee.

Kipperust

Het huwelijk kent vanaf het begin heftige schommelingen. Elizabeth wordt vooral geacht weer de gezelligheid in de pastorie terug te brengen, na de dood van de eerste echtgenoot van de dominee. Maar de jonge levenslustige Elizabeth wil meer. Ze wil zich gaan toeleggen op het schrijven. Ze krijgt daartoe op zolder zelfs haar eigen schrijfkamertje, ‘Kipperust’ genaamd. Ze zoekt contact met vrienden en kennissen binnen en buiten de polder. Dit is vaak tegen de zin van haar naar huiselijkheid hunkerende echtgenoot. Haar literaire werk, vooral later in haar leven, is breed georiënteerd. Kerkelijke, politieke en opvoedkundige thema’s schuwt ze niet. Dit levert haar vele bewonderaars maar ook tegenstanders. Ze kan in haar werk behoorlijk provocerend en escalerend, vooral richting de strenggelovigen, van leer trekken.

De voorkamer van de voormalige pastorie waarin tegenwoordig het Museum Betje Wolff is gevestigd.

De voorkamer van de voormalige pastorie waarin tegenwoordig het Museum Betje Wolff is gevestigd.De voorkamer van de voormalige pastorie waarin tegenwoordig het Museum Betje Wolff is gevestigd.

Aagje Deken

Eind juli 1776 ontvangt Elizabeth een vermanende brief van amateurschrijfster Aagje Deken (1741-1804) waarin zij Betje verwijt niet goed met haar talenten om te gaan. Betje verdedigt zich in een schrijven en als de twee elkaar voor het eerst ontmoeten op 13 oktober van dat jaar, ontstaat er een hechte en levenslange vriendschap. Zo sterk zelfs dat als dominee Wolff op 29 april 1777 sterft er nog dezelfde nacht een smeekbrief uitgaat naar Aagje of ze naar de pastorie wil komen om troost te bieden. Aagje geeft hier meteen gehoor aan en vertrekt een dag later naar Middenbeemster. Omdat de pastorie ontruimd moet worden voor de nieuwe predikant, betrekken Betje en Aagje in september van dat jaar een huurwoning in
De Rijp. Hier publiceren zij in 1781 hun eerste gezamenlijk boek: ‘Brieven over verscheiden onderwerpen’ waarin voornamelijk onderwerpen vanuit de Verlichtingsgedachte aan de orde komen. Ook het merendeel van het uit 175 brieven bestaande boek ‘De Historie van mejuffrouw Sara Burgerhart’ (1782) wordt nog in De Rijp geschreven.

Lommerlust wordt literair centrum

Dit laatste boek sloeg in als een bom en met de opbrengsten ervan en enkele legaten, konden beide vriendinnen in maart 1783 de buitenplaats Lommerlust in Beverwijk kopen. Zij beleven hier het toppunt van hun roem en bieden aan menig, vooral vrouwelijke bezoeker, gastvrij onderdak. Lommerlust wordt een literair centrum en Betje is in deze periode bijzonder productief. Er ontwikkelen zich hier vele literaire vriendschappen met andere auteurs en uitgevers, hoewel de vriendschap tussen Betje en Aagje hierdoor zo nu en dan onder druk komt te staan. In deze jaren raakt Elizabeth ook steeds meer politiek geëngageerd en gebruikt ze haar schrijverstalenten voor de patriottenbeweging. In ‘Vrijheid Blijheid’ (1786) trekt zij fel van leer tegen de in haar ogen tirannieke agressie van de Oranje-stadhouder.

Ballingschap in Frankrijk

Na de inval van het Pruisische leger eind maart 1788 verlaten de twee vriendinnen Nederland uit angst voor oranjegezinde terreur. Via Elizabeths nieuwe vriendin, de jonge Franse weduwe Ravanel, vestigen zij zich in een landhuis in het zuidfranse Trévoux. Niet alleen om het gunstiger politieke klimaat, maar ook vanwege Betjes gezondheid die gezonde droge lucht noodzakelijk maakt. Al snel vinden ze hier aansluiting bij de verlichte, anti-aristocratische intelligentsia. Inmiddels is de Franse Revolutie uitgebroken en de twee vrouwen maken roerige tijden mee op het Franse platteland. Over deze gebeurtenissen zouden ze zich in latere bundels nog behoorlijk kritisch uitlaten.

Terugkeer naar Nederland

Voor beide dames is het niet alleen politiek gezien een rumoerige tijd, maar ook in financieel opzicht. Hun in Nederland achtergebleven kapitaal blijkt in 1794 verkeerd beheerd waardoor negentig procent van hun privé-kapitaal door een bankroet verdampt. Ze worden gedwongen om naar hun vaderland terug te keren om hier een (weduwen)pensioen te kunnen ontvangen. Het tweetal gaat in Den Haag wonen en verwerft inkomsten met vooral vertaalwerk. Ze worden door vrienden in hun levensonderhoud gesteund. In 1801 wordt bij Betje darmkanker geconstateerd. Op 5 november 1804 ’s middag sterft Elizabeth. De begrafenis is op de Scheveningse begraafplaats Ter Navolging. Negen dagen later overlijdt haar hartsvriendin Aagje en ook zij wordt op deze begraafplaats begraven.

Auteur: Geert Heikens (Museum Betje Wolff), redactie Jephta Dullaart.

Klik hier om naar de profielpagina van Museum Betje Wolff te gaan

Dit verhaal maakt deel uit van de campagne Werelderfgoed.
Klik hier om terug te gaan naar het thema De Beemster.

Publicatiedatum: 15/03/2011

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.