Oneindig Noord-HollandBeleef de geschiedenis van jouw provincie

Het Steenen Coopmanshuys in Edam

Dit huis werd in 1550 gebouwd en was het eerste stenen koopmanshuis van Edam. Het was voor Edam in die tijd een bijzonder ‘rijk’ huis. Prominent gelegen aan de Damsluis is het oudste stenen huis van Edam een indrukwekkende verschijning. Al meer dan een eeuw is hier het Edams Museum gevestigd.

>

Keizerlijk bezoek aan Teylers Museum

Veel belangrijke vorsten, geleerden, kunstenaars, wetenschappers en politici hebben Teylers Museum in de afgelopen eeuwen bezocht. Zo’n bijzonder bezoek vereist altijd de nodige voorbereiding. Dat is nu zo en dat zal in het verleden niet anders zijn geweest. Het precieze programma is een puzzel, waarvan de verschillende stukken soepel in elkaar moeten passen. Wie is aanwezig en waar? Wie voert het woord? Wat wordt getoond? Dit alles dient plaats te vinden binnen een beperkt tijdsbestek. Eind juni 1814 ontving het museum wel zeer hoog bezoek: tsaar Alexander van Rusland, vergezeld door (de toen nog ‘Soeverein Vorst’ geheten) Willem I en zijn beide zonen.

>

Paviljoen Welgelegen: zetel van kunst, koninklijke macht en provinciaal bestuur

Het imposante Paviljoen Welgelegen kent een bijzondere geschiedenis. Nu zetelt er het provinciebestuur. Maar voordat het de functie van provinciehuis kreeg, was het een buitenverblijf, paleis en waren er meerdere musea in het gebouw gevestigd. Koning Lodewijk Napoleon en de moeder van koning Willem I, prinses Wilhelmina van Pruisen, hebben hier gewoond. Menigmaal zocht de koning zijn moeder hier op.

>

Het Prinsenhof in Haarlem

De westvleugel van het stadhuis werd rond 1590 verbouwd tot logement voor de stadhouder en staat sindsdien bekend als het Prinsenhof. De vleugel behoorde oorspronkelijk tot het voormalige Predikherenklooster, het klooster van de Dominicanen, dat achter het stadhuis lag. In het Prinsenhof kregen schilderijen die na de reformatie eigendom waren geworden van de stad Haarlem een plaats. Zo hingen hier de zijluiken van het Drapeniersaltaar, die afkomstig waren uit de Grote of Sint Bavokerk, en geschilderd waren door Maerten van Heemskerck.

>

Frans Hals Museum in voormalig Oudemannenhuis

Het gebouw waarin het Frans Hals Museum is gevestigd heeft al een lange geschiedenis. Het werd gebouwd als Oudemannenhuis, een tehuis waar mannen van boven de 60 hun laatste dagen konden slijten.

>

De Koningssloep: de ‘gouden koets te water’

Een sierlijke sloep van ruim zeventien meter lang, rijkversierd met goud en gemaakt van eikenhout en teakhout. Deze majestueuze Koningssloep werd tussen 1816 en 1818 voor Willem I gebouwd en is daarna nog 24 keer bij verschillende gelegenheden gebruikt; exclusief voor feestelijke gebeurtenissen in gezelschap van het Koninklijk Huis. De elegante sloep was zeer representatief voor de ontvangst van buitenlandse gasten, zoals de sjah van Perzië (1889) en koning Haakon van Noorwegen (1954). Als koningin Wilhelmina een tewaterlating verrichtte, dan liet ze zich per Koningssloep naar de werf vervoeren.

>

Singer: “I have found my country”

Het was de kunstschilder Martin Borgord die zijn vrienden William en Anne Singer in de zomer van 1903 meenam naar zijn geboorteland Noorwegen. William had nauwelijks een voet aan land gezet of hij sprak de legendarische woorden ‘I have found my country’. In de foyer van het Singer Museum hangen schilderijen die de Amerikaanse schilder in Noorwegen schilderde.

>

C & J Honig Breet: papier van wereldfaam

Het papier van de firma C & J Honig Breet vergaarde in de achttiende en negentiende eeuw wereldfaam. Beroemde kunstenaars uit die dagen maakten graag gebruik van het Zaanse ‘velijnpapier’. Halverwege de negentiende eeuw werden de meeste bankbiljetten in Nederland gedrukt op papier van C & J Honig Breet. Internationale erkenning kreeg het papierbedrijf in 1852 op de Great Exhibition in het Londense Crystal Palace.

>

Paviljoen Welgelegen

Het huidige rijksmonumentale provinciehuis van Noord-Holland ligt ingebouwd tussen kantoorgebouwen en woningen, met aan de achterzijde stadspark de Haarlemmer Hout. Eens heette dit Paviljoen Welgelegen en was gebouwd in opdracht van de bankier Henry Hope.

>

Kasteel Sypesteyn

Verscholen langs de Nieuw Loosdrechtsedijk ligt de buitenplaats kasteel Sypesteyn. Omringd door boerenbedrijven en weilanden is de twintigste–eeuwse buitenplaats in permanente aanbouw. Met de toren en de bijgebouwen vormt de buitenplaats een uniek rustplekje in Loosdrecht.

>

Het Museum van het Nederlandse Uurwerk

Het pand waarin het Museum van het Nederlandse Uurwerk is gevestigd, is het laatste huis dat naar de Zaanse Schans werd overgebracht. Het voormalige wevershuis – een bedrijfspand met woning – werd gebouwd in de tweede helft van de 17e eeuw.

>

Huizer Museum in het Schoutenhuis

Hoezo, een gekozen burgemeester? Het beroep van schout, hoofd van het dorpsbestuur en de politie, was in het begin van de negentiende eeuw gewoon te koop. Dit blijkt uit de aankoopakte van Jan Hendrik Habermehl die op 3 juli 1806 voor tweeduizend gulden het herenhuis, met stalling, erf en grond, aan de Achterbaan 82 te Huizen kocht. Daarnaast kocht hij voor drieduizend gulden het ambt van schout.

>

Het Comenius Museum in de Weeshuiskazerne Naarden

Het Comenius Museum aan de Kloosterstraat was ooit een klooster, daarna een weeshuis en vervolgens lange tijd een kazerne. Niet alleen werden er Nederlandse soldaten gelegerd maar ook Fransen, Belgen en Duitsers. Het waren de Fransen die het weeshuis aanwezen als een kazerne.

>

Huis Barnaart: parel uit de Franse tijd

Tijdens het verblijf van keizer Napoleon Bonaparte in Noord-Holland in oktober 1811 maakten ook de steden en dorpen in Kennemerland kennis met hun nieuwe heerser. Al was het maar kort, want Napoleon hield van opschieten. Meestal was hij in een flits voorbij. Zijn broer, koning Lodewijk Napoleon, deed het enkele jaren eerder kalmer aan. Hij logeerde enige tijd in het voorname Huis Barnaart in Haarlem, een fraai voorbeeld van de Empirestijl.

>

Paviljoen Welgelegen ontvangt keizer en keizerin

Tijdens het verblijf van keizer Napoleon Bonaparte in Noord-Holland in oktober 1811 maakten ook de steden en dorpen in Kennemerland kennis met hun nieuwe heerser. Al was het maar kort, want Napoleon hield van opschieten. Meestal was hij in een flits voorbij.

>

24 mei 1928: Opening Nederlands eerste Molenmuseum

Op een voorjaarsdag in 1928 arriveerde prins Hendrik, gemaal van koningin Wilhelmina, in Koog aan de Zaan om persoonlijk het Molenmuseum aan de Museumlaan te openen. Na afloop schoof hij aan tafel bij de familie Duyvis om een vorkje mee te prikken.

>

Dagje uit in Langedijk

Op een mooie zomerdag is het een aanrader om eens naar het Noord-Hollandse dorp Langedijk te gaan, tien kilometer ten noordoosten van Alkmaar. Je kunt daar bijvoorbeeld een bootje huren en genieten van de mooie omgeving en de rust. De vele sloten in Langedijk geven je urenlang vaarplezier. Het meer ‘De Noorderplas’ nodigt uit voor een frisse duik op een warme zomerdag. Je kunt met een groep vrienden of familie kano’s te huren, het Oosterdelgebied verkennen en dan ook nog overstappen naar het kanaal tussen Alkmaar en Kolhorn.

>

Purmerends Museum

Het Purmerends Museum bevindt zich in het oude stadhuis van de gemeente Purmerend. Het stadhuis is gebouwd in 1911 en werd ontworpen door de bekende architect Jan Stuyt. In het museum is voorts veel aandacht voor de graficus Jac. Jongert, een van de belangrijkste kunstenaars die Purmerend heeft voortgebracht.

>

Café ’t Mandje

In 1927 nam de 25-jarige Bet van Beeren (1902-1967) het café van haar oom over en doopte het om tot Café ’t Mandje. Het café werd een plek waar men zichzelf kon zijn, in een tijd waarin homoseksualiteit nog taboe was.

>

Frans konijn kiest provinciehuis

In Haarlem zetelen de vertegenwoordigers in de Provinciale Staten. De statenleden kiezen de gedeputeerden (de bestuurders of ‘ministers’ van de provincie). De statenleden en gedeputeerden werken en vergaderen in het mooie provinciehuis aan de Dreef in Haarlem: een gebouw met een bewogen geschiedenis. En met bijzondere bewoners.

>