Spaanse kanonnen klinken vals in Monnickendam

Jan Haring was een onverschrokken geus. In Monnickendam zijn ze hem niet vergeten. De geuzen uit het stadje namen de Spaanse admiraal Bossu op de Zuiderzee gevangen. Buit gemaakte kanonnen werden omgegoten tot klokken. Dat het carillon uit 1595 wat vals klinkt, horen ze in Monnickendam niet meer.

Monnickendam is een van die stadjes die je passeert op weg naar elders. Jammer eigenlijk, want het stadje is een bezoek zeker waard. Je hoort er een eeuwenoude klok in de toren luiden. Luister zelf hoe vals het carillon klinkt. Ieder jaar viert dit stadje de heldendaad in 1573 van matroos Jan Haring. Hij slaagde er in de geuzenvlag uit te steken nota bene in de mast van het Spaanse admiraalsschip.

Monnickendam omstreeks 1674. Collectie Provinciale Atlas, Noord-Hollands Archief.

Kogel

Jan Haring verwierf eeuwige roem met zijn moedige actie. Tijdens de Slag om de Zuiderzee (1573) wist hij, een watergeus, aan boord te klimmen van het schip van de Spaanse admiraal, graaf van Bossu. Jan sneed, hoog in de mast, de admiraalsvlag los. En hees daarvoor in de plaats de vlag van de geuzen. Dat was helaas zijn laatste daad, want kort daarna werd Jan getroffen door een kogel en stortte hij in zee.

Paling roken

Maar in Monnickendam leeft Jan Haring voort. Iedere zomer is het hier enkele dagen feest met onder meer zeilwedstrijden en paling roken. Het kon vreemd lopen in de jaren van Jan Haring. Het ene jaar plunderden de geuzen Monnickendam, omdat het stadsbestuur aan de kant stond van de Spaanse machthebbers. Het jaar er op koos de stad onder burgemeester Cornelis Dirckszoon voor de prins van Oranje. De burgemeester werd zelfs admiraal van de vloot van de geuzen.

Onder zijn leiding werden de Spanjaarden op de Zuiderzee verslagen. Trots nam Cornelis Dirckszoon de admiraalsketting van Bossu mee naar zijn Monnickendam.

Tekening van Jan Luyken van de Zeeslag om de Zuiderzee in oktober 1573, waarbij de prinsgezinden onder Cornelis Dirckszoon uit Monnickendam winnen van de Spaanse admiraal graaf van Bossu. Collectie Provinciale Atlas, Noord-Hollands Archief.

Boten bij de vis

Een stadje aan de Zuiderzee, hier zullen wel veel vissers vandaan komen, zou je denken. Dat is zo in plaatsen als Edam en Volendam. Maar het gaat niet op voor Monnickendam. Monnickendammers zagen meer toekomst in het bouwen van schepen en het verwerken van vis. Of zoals men in het Waterlands museum De Speeltoren zo mooi zegt: Boten bij de vis.

Over de stad moet in de topjaren van de visvangst op zee (tweede helft 19e eeuw) een hele geurwolk hebben gehangen vanwege alle paling- en haringrokerijen. Hier werd ook ansjovis gezouten. In kommervolle tijden toen een kwart van de bevolking van de bedeling leefde, hoopte het stadsbestuur met haringvangst een aantal mannen aan werk te helpen. Er werd veel geld voor dit project uitgetrokken, maar het resultaat was bedroevend. Het verwerken van haring ging prima in Monnickendam, het vangen op zee was geen succes.

Botkloppen

Over moeilijke tijden gesproken, in de winter wanneer de Zuiderzee met een laag ijs was bedekt, trokken vissers er op uit met een botklopslee. Ze hakten met een bijl een gat in het ijs, staken hun bot- of spieringnet met lange stokken onder het ijs en gingen op het ijs staan kloppen om de vis te lokken, Een ijzig koude klus. En niet zonder gevaar.

In De Speeltoren wordt het verhaal verteld van pa Bording en zijn twee zonen die bot kloppend plots merkten hoe een gure storm opstak. Het zee-ijs brak en zij dreven op een schots. Ze konden niet meer naar de vaste wal. En niemand die hen zag. Tot na twee weken toevallig passerende vissers de uitgehongerde en wanhopige mannen aan boord namen. Pa Bording en een van zijn beide zonen, zijn, eenmaal aan wal, van uitputting overleden.

De Speeltoren in hartje Monnickendam. Foto door J.M. Pekelharing.

Monniken

De eerste bewoners die zich in wat wij nu als Monnickendam kennen, waren in 1431 inderdaad monniken. Afkomstig uit Marken. Zij zorgden er voor dat een dam in het veenwatertje de Leek werd gelegd en wierpen een zeedijk op. Rond de dam met een sluis in het riviertje groeide allengs een nederzetting. Via riviertjes kon je van zee naar het achterland varen. Er kwam een haven. Tolgelden zorgden voor inkomen van het stadje. In de 15e eeuw voeren schepen van hier naar de Oostzee.

De voorspoed van Monnickendam irriteerde de machthebbers in Amsterdam. Schippers die op weg naar de hoofdstad eerst in Monnickendam hadden aangemeerd kregen in Amsterdam een boete. De hoofdstad lokte kooplieden en ambachtslieden uit de hele omtrek en zoog zo welvaart weg uit de streek rond Monnickendam.

Toren

Vrijwilligster Elly in het museum vertelt dat niet zeker is met welk doel de grote toren in Monnickendam ruim 400 jaar geleden is gebouwd. De archieven die het antwoord zouden kunnen geven, zijn bij een grote brand verloren gegaan. Was deze toren een baken voor de schippers op de Zuiderzee? Diende hij om een vijand tijdig te zien aankomen? Was het een vuurtoren? Hoe dan ook, vanaf de 16e eeuw is de oude, van vermoeidheid wat scheef gezakte, toren onderdeel van het stadhuis. En je kan er in, omdat het nu de basis is van een museum.

Klim naar boven en je ziet een grote trommel van het mechaniek dat met kabels het carillon laat klinken. De klokken zijn indertijd zodanig gegoten dat ze niet gestemd konden worden. Na de reformatie, die tijd van de beeldenstorm, zijn bezittingen van de monniken gebruikt om de stad te verfraaien. Uit die tijd dateren de klokken die je er hoort.

De trommel met de kabels van het carillon. Foto door J.M. Pekelharing.

Panorama

Elly die me in het museum ontving en vertelde van de Spaanse kanonnen die je nu hoort klinken is een van de ongeveer zeventig enthousiaste vrijwillig(st)ers die dit museum in de eeuwenoude toren draaiend houden. Het museumbestuur werkt aan een plan om op de bovenverdieping van de toren het panorama van de stad en de omgeving in beeld te brengen. Bezoekers op het topje van de toren te laten staan, is te gevaarlijk.

‘We willen, ‘vertelt bestuurslid Take Dammen, ‘de toren als het ware naar binnen halen.’ Aan de hand van beeldschermen kan je dan op de bovenverdieping  over Waterland uit kijken.

En waarom zou je ook niet het uitzicht van pakweg 400, 150 of 30 jaar geleden kunnen laten zien, aldus Take Dammen. Het panorama in de loop van de eeuwen dus.

Geïnspireerd door de klokken en de trommel van het carillon, schetst hij een voorstel om iets te creëren waardoor je als bezoeker van de Speeltoren de geluiden hoort die karakteristiek zijn voor de verschillende jaren. Straks kan je als bezoeker het panorama zien van Monnickendam in 1800. En ook de geluiden horen uit die tijd.

Kinderhoek op zolder in het museum. Foto door J.M. Pekelharing.

‘Meesterspeurder’

Als het bestuur de financiering van deze projecten rond krijgt, kan volgend jaar met de realisering ervan een begin worden gemaakt. De vrijwilligers van het museum ontvangen momenteel ongeveer 7000 bezoekers per jaar. Dat aantal kan, hoopt het bestuur, na realisering van de plannen wellicht groeien tot 10.000 per jaar.

Het Waterlands Museum de Speeltoren is een bezoekje waard. Voor volwassenen en zeker ook voor kinderen. Die kunnen namelijk op een deel van de zolder als een archeoloog graven in een put en scherven aan elkaar zien te passen. Voor scholieren van 7 tot 12 jaar is er een speurtocht, met als beloning het diploma ‘meesterspeurder’.

Waterlandsmuseum de Speeltoren bevindt zich aan het Noordeinde 2 te Monnickendam. Kijk voor meer informatie over openingstijden en toegangsprijzen op de website van het museum.

Tekst: Jan Maarten Pekelharing

Dit verhaal is onderdeel van het thema ‘Kleine musea van Noord-Holland’: verhalen over (ten onrechte) minder bekende musea. Bekijk hier alle verhalen binnen dit thema.

Publicatiedatum: 26/09/2019