Pop-up museum in beweging

Varend, rollend en vliegend vervoer. Daar draait het om in het transportmuseum. De Romeinse boot van toen en de zonnewagen van nu.

Hoog zweeft een vliegtuig uit de jaren ’30 van de vorige eeuw boven een hypermoderne zonnewagen, de Nuna 5. Je ziet een stoomwals en een oude SRV-wagen. Kijk, daar staat een Dafje met het pientere pookje. Welkom in het Nederlands Transport Museum.

Transportmuseum. Foto: Jan Maarten Pekelharing.

Dit is een pop-up museum. Sinds ruim een jaar open in oude fabriekshallen. Hier produceerde Lucas Bols ooit zijn jenever en andere dranken. In Nieuw-Vennep. Later heeft vliegtuigbouwer Fokker deze hallen gebruikt. Nu staat er een indrukwekkende verzameling rollend, varend en vliegend materieel.

Tijdelijk, want over enkele jaren verhuist alles – als de plannen doorgaan – naar een museumcomplex dat verrijst in het beoogde PARK21 tussen Nieuw-Vennep en Hoofddorp. ‘Wij streven naar een grote hal voor varend en rollend transport en een apart paviljoen voor de luchtvaart,’ vertelt Bart Reurts. Hij is een van de honderd vrijwilligers die dit museum in stand houden.

Hembrug

Het is allemaal begonnen op het Hembrugterrein in Zaandam. Daar zetten vrijwilligers zich sinds 2012 met enthousiasme aan het herstellen, conserveren en presenteren van ons mobiele erfgoed. Maar de hele handel moest in 2016 weg omdat het Rijk het terrein van de hand deed. Naarstig zoekwerk bracht de vrijwilligers naar het complex in Nieuw-Vennep.

Transportmuseum. Foto: Jan Maarten Pekelharing.

Intussen werken bijna twintig stichtingen en verenigingen samen in het Nederlands Transport Museum met het doel een beeld te geven van 2000 jaar vervoer in ons land. Denk bij voorbeeld aan stichtingen voor het erfgoed van Fokker, de ‘veteraan autobussen’, de mobiele artillerie, het erfgoed van het Nationaal Lucht- en Ruimtevaart Laboratorium, het Bollenspoor.

Romeinen

Duizenden jaren geleden kon je in deze drassige delta eigenlijk alleen maar over water reizen. De Romeinen maakten gebruik van de rivieren om troepen en spullen naar het kille Holland te varen. De schepen werden hier gewoonlijk gesloopt en het hout kreeg een andere bestemming. Het was te veel gedoe om deze schepen moeizaam stroomopwaarts terug te varen. Aan de rivieren tussen Katwijk en Nijmegen lag de noordelijke grens van hun rijk. De Romeinen legden hier de eerste wegen aan met aangestampt grind en gruis voor het transport van troepen. Eeuwen lang ging het meeste vervoer hier echter via het water.

Opknappen

Het accent van dit museum ligt vooral op de ontwikkelingen in de laatste anderhalve eeuw. Met liefde en vakmanschap worden hier oude vrachtwagens, bussen, vliegtuigen opgeknapt. Bart neemt me mee naar een hal waar een ‘Beep’ staat – een Big Jeep, een grote en luxe uitvoering van een Jeep. Bestemd voor hoge officieren. Deze wagens gingen mee tijdens de invasie van Normandië. Maar omdat ze wat groter waren dan de gewone Jeep vielen ze op. En de Duitsers kregen ze al snel in de gaten. De hoge officieren kropen daarom liever in minder opvallende wagens en deze ‘Beeps’ werden ingezet voor transport op de kleine vliegvelden achter het front om onder meer gewonde militairen naar de vliegtuigjes te rijden. De wagens werden ter herkenning voor de vliegeniers in opvallende kleuren geschilderd. Dat gaat, aldus Bart, met deze ‘Beep’ ook gebeuren na een opknapbeurt.

Transportmuseum. Foto: Jan Maarten Pekelharing.

‘Zilvermeeuw’

Dit is een museum waarin altijd wordt gewerkt. Een man komt binnen, kleedt zich om en zet zich aan de klus om een van de eerste metrotreinstellen van Amsterdam van graffiti te ontdoen. Laag na laag. Een deel van de wagen is al helemaal schoon gekregen, dan begrijp je waarom dit type de ‘Zilvermeeuw’ heette.

De ontwikkeling van de luchthaven Schiphol wordt getoond aan de hand van een film van Stadsarchief Amsterdam. Je ziet prachtig hoe de luchthaven in 1916 begon op een weiland in een hoekje van de Haarlemmermeerpolder. En hoe in honderd jaar het vliegveldje uitgroeide tot een immense luchthaven.

Koninklijke bus

‘Moet je eens kijken,’ zegt Gert Jan, een andere vrijwilliger, en stapt een autobus in die in 1963 is gemaakt voor koninklijk gebruik. Wim Maarse (van het toenmalige autobusbedrijf Maarse en Kroon in Aalsmeer) had deze VIP-bus laten inrichten met de allernieuwste snufjes. Deze bus van de toekomst was genoemd naar Jules Verne.

Er was een aparte motor op het dak gemonteerd voor een airco – iets nieuws toen. Achterin zat een stewardess en net als in het vliegtuig kon je haar met een druk op de knop roepen.

Transportmuseum. Foto: Jan Maarten Pekelharing.

Helemaal achterin de bus is een keukentje met koelkast, een koffiezetapparaat en glazen, o.a. voor de sherry die koningin Juliana dronk. Haar vaste zitplaats, op de vierde rij, is nog te zien aan het kroontje. De Britse koningin Elizabeth had tijdens bezoeken aan ons land haar vaste plaats naast Juliana.

Het was zwaar werken voor de chauffeur, want stuurbekrachtiging was er niet. Bovendien was het een hele kunst, aldus Gert Jan, om van de tweede naar de derde versnelling te schakelen. Lang niet iedereen lukt dat.

De bus wordt af en toe nog ingezet bij bijzondere gelegenheden. Er zijn nog maar enkele chauffeurs (alleen mannen, zo zwaar is het) die ermee kunnen rijden. ‘Het wordt een groot probleem,’ vreest Gert Jan, ‘om aan nieuwe chauffeurs te komen’.

Vrijwilligers

Overal zie je wel een vrijwilliger bezig. Op Koningsdag is het museum gesloten, meldt de website. Maar omdat er die dag toch enkele vrijwilligers bezig zijn, wordt besloten de deur maar open te gooien. Dat is illustratief voor hoe het er aan toe gaat.

Wil je als bezoeker meer te weten komen dan je wat je ziet, neem dan een van de vrijwilligers in de arm. Met hun hulp kan je zelf aan de stuurknuppel zitten in een tweemotorig vliegtuig. Zij geven je een kijkje achter de schermen. Zij vertellen je hoe ze bezig zijn een Fellowship (het eerste straalvliegtuig van de Nederlandse vliegtuigbouwer Fokker) uit Mali (Afrika) hierheen te halen. Deze F 28, de PH-MOL, willen ze opknappen en dan aan het publiek laten zien. Om het vliegtuig weer compleet te maken, hopen ze gebruik te maken van onderdelen van twee andere Fellowships die ze in Canada hebben opgespoord.

Geraamte

In het museum staat een vliegtuig waarvan alleen het geraamte over is. Hier moet nog een linnen doek overheen worden gespannen, dat is een klus die alleen specialisten kunnen klaren. De honderden vrijwilligers van alle stichtingen die actief zijn in het museum, maken graag gebruik van de kennis van anderen in het gebouw. Het enthousiasme is groot. Plannen zijn er te over.

Transportmuseum. Foto: Jan Maarten Pekelharing.

Tussen het varen met een uitgeholde boomstam duizenden jaren geleden en het computergestuurde containervervoer van nu ligt een wereld van ontwikkeling. Het varende, rollende en vliegende materieel is op alle fronten vernieuwd. Ook de expositie in dit Transportmuseum blijft in beweging, wat er nu staat kan over een maand zijn vervangen door iets anders.

Tekst: Jan Maarten Pekelharing


Het Nederlands Transport Museum

Lucas Bolsstraat 7

2152 CZ Nieuw-Vennep

Telefoon: 0252-278 378

Voor openingstijden, toegangsprijzen en actuele exposities: http://nederlandstransportmuseum.nl/

 

Dit verhaal maakt deel uit van een serie over ten onrechte vaak wat minder bekende musea in Noord-Holland.

Zie o.a.:

https://onh.nl/verhaal/weesp-bier-jenever-cacao

https://onh.nl/verhaal/de-cruquius-pompen-of-verzuipen

https://onh.nl/verhaal/aan-de-knoppen-in-marinemuseum

Publicatiedatum: 30/04/2019