Zandvoort: van visafslag tot mondaine badplaats

Wat hebben keizerin Sisi en een oor op sterk water met elkaar te maken? Zandvoort! Kijk maar in het Zandvoorts Museum. Een verhaal van bomschuiten, zeebaden en een bonbonnière die koningin Victoria aan de kleine (84 cm) Paap schonk.

Keizerin Elisabeth (Sisi) van Oostenrijk-Hongarije kwam in 1884 en 1885 met haar gevolg naar Zandvoort om te kuren. Heerlijk vond ze het hier aan zee. Bij haar vertrek wijdde ze een gedicht aan het afscheid van Zandvoort, ‘nog een laatste lange blik op jou, mijn geliefde zee.’ En ze sloot af met het uitspreken van de hoop dat ze hier ooit terug zou keren.

In de jaren van de keizerin was het dorp gepromoveerd tot mondaine badplaats. Met chique hotels en koetsjes die de dames onbespied de zee in konden rijden. Het was allemaal eeuwen geleden in Sandevoorde begonnen met wat visserij. Een haven heeft Zandvoort nooit gekend.

De vissers gingen met pinken de zee op. Later kwamen er schepen met een brede platte bodem. Vissers zeilden hun (bom)schuiten gewoon tot op het strand. Zo’n vissersboot had in de regel acht man aan boord. Bij vloed voeren de bomschuiten uit en bij vloed keerden ze weer terug. Op schilderijen in het Zandvoorts Museum zie je hoe de visafslag gewoon op het strand plaatsvond. Tegen een kleurig decor van bomschuiten op het zand.

Visafslag op het strand te Zandvoort. De visserschepen zijn bomschuiten. Collectie Provinciale Atlas, Noord-Hollands Archief.

Visserspad

Vrouwen die de vis opkochten, brachten de vangst in manden op hun rug gewoonlijk naar de vishal op de Grote Markt in Haarlem. Ze sjouwden hun lading over het lange ‘visserspad’ naar de stad. Vrijwel het hele dorp leefde van de visserij, enkelen moesten het hebben van schelpen.

Dat waren de schelpenvissers, die met schepnetten schelpen verzamelden. De bergen schelpen gingen naar de kalkbranderijen, de glasindustrie of dienden voor de aanleg van wegen. Tegen het eind van de 19e eeuw raakte de visserij van Zandvoort op zijn retour. De bomschuiten werden ingehaald door concurrenten als loggers en stoomtrawlers.

Mevrouw Arendje Molenaar, visvrouw te Zandvoort, 1870-1871. Collectie Kennemerland, Noord-Hollands Archief.

Aardappelen

In de vochtige duinvalleien wisten dorpelingen in het midden van de 19e eeuw aardappelen te telen. Van prima kwaliteit. En zodoende werd dit een serieuze bron van inkomsten voor sommige gezinnen. Maar ja, het waterpeil in de duinen zakte toen het Amsterdamse waterleidingbedrijf hier aan de gang ging. En daarmee was het rond de eeuwwisseling met de lucratieve teelt van Zandvoortse aardappelen gedaan.

De visvangst op z’n retour, de piepers groeiden niet meer. Het leven zag er niet rooskleurig uit voor de dorpelingen. Maar zie, de zee bood Zandvoort redding. Het kuren aan zee werd namelijk bijzonder populair in hogere kringen. Een zeebad zou gegarandeerd verlichting brengen voor allerhande kwalen. Dr. Mezger ontving in het Amstel Hotel in Amsterdam welgestelde patiënten uit binnen- en buitenland. Hij propageerde het nemen van een zeebad. Op naar het strand van Zandvoort.

Affiche voor Duitse touristen, ca. 1900. Collectie Kennemerland, Noord-Hollands Archief.

Trein uit Bazel

Het kwam goed uit dat Zandvoort sinds 1881 een spoorverbinding met Haarlem had. Dat was een uitgelezen kans om de badplaats bij een breed – internationaal – publiek te promoten. Eens per week arriveerde hier in de duinen van Zandvoort zowaar een trein uit Bazel. Eerder was al de Zandvoortselaan aangelegd, om de toegankelijkheid van de badplaats te verbeteren.

Het vissersdorp mat zich een mondaine uitstraling aan. Grote luxe hotels verrezen, het Kurhaus werd gebouwd, evenals luxe villa’s en er kwam een overdekte passage met tientallen exclusieve winkels.

De Passage te Zandvoort, 1890. Collectie Kennemerland, Noord-Hollands Archief.

Dagjesmensen

Sinds 1897 reed er ook een tram van Haarlem naar Zandvoort. Het doortrekken van deze tramverbinding met Amsterdam, luidde een volstrekt nieuwe fase in het dorp in. De chique badgasten raakten als het ware overspoeld door ‘dagjesmensen’.

‘We gaan naar Zandvoort bij de zee; nemen broodjes, koffie mee, oh het is zo’n zaligheid, wanneer je van de duinen glijdt’, zong Louis Davids. En zo was het.

Station Zandvoort Bad van de Haarlem-Zandvoort Spoorweg Maatschappij (HZSM) aan de Spoorstraat, t.h. van de huidige van Speijkstraat. Boven de locomotief is de Passage en daarnaast Grand Hotel Wust te zien. De spoorlijn liep na het station nog enkele tientallen meters door tot aan de z.g. “Schelpenplaats” nabij de huidige Van Lennepweg, 1881-1882. Collectie Kennemerland, Noord-Hollands Archief.

Wonderkamer

De ‘Wonderkamer’ van het Zandvoorts Museum brengt aan de hand van een scala aan illustraties en authentieke voorwerpen de grote en kleine geschiedenis van het dorp in beeld. Je ziet er een kolossale ellepijp van een aangespoelde walvis. Maar verderop een stukje van het oor van Willem Draijer dat hij ooit bij een spannende reddingsactie op zee was kwijt geraakt. Hij had het stukje achteloos op het strand gegooid, maar op advies van de burgemeester is het op sterk water gezet. Het heeft jaren in het gemeentehuis gestaan, maar is nu opgenomen in de museumcollectie.

Kijk daar: het bonbonschaaltje dat de Britse vorstin Victoria (1849-1901) heeft geschonken aan de Zandvoorter Simon Jane Paap die bij haar op bezoek kwam. Deze dorpeling van 84 cm lengte was een bezienswaardigheid. Hij ging wel op tournee in binnen- en buitenland.

De geschiedenis van Zandvoort is verrassender dan de gemiddelde badgast denkt.

De ‘Wonderkamer’ toont van alles uit de geschiedenis van Zandvoort. Foto door J.M. Pekelharing.

Oud en nieuw

In de Tweede Wereldoorlog moest een groot deel van Zandvoort tegen de vlakte, de bevolking was in 1942 al merendeels geëvacueerd. Het was hier een puinhoop na de oorlog. En nadien is hier van alles gebouwd en ook weer afgebroken. Het resultaat is een wat rommelig straatbeeld met oud en nieuw door elkaar.

In de Swaluëstraat vind je het museum, sinds kort ook het kantoor van de VVV. In een oud pand dat in 1897 als woonhuis in het hart van het dorp verrees. In 1925 zat hier het gasthuis voor ouden van dagen, later het verzorgingstehuis.

Nu herbergt dit karakteristieke pand het museum. Met naast de vaste collectie regelmatig wisselende exposities. Zo is er van eind augustus tot en met 3 november 2019 een tentoonstelling Historische Grand Prix. In 1948 was hier in de duinen een circuit aangelegd. Daarbij kwam puin van de verwoeste huizen in het dorp goed van pas. Van 1952 tot 1985 hoorde je hier de Formule 1-races. Dat spektakel wordt binnenkort hervat.

Op de tijdelijke expositie over de Grand Prix volgt van 9 november tot eind februari 2020 een expositie rond keizerin Sisi.

Het Zandvoorts Museum aan de Swaluëstraat. Foto door J.M. Pekelharing.

Oude foto’s

Fred, ook een bezoeker deze middag, vertelde als kind uit Amsterdam vrijwel alle zomervakanties met zijn familie in Zandvoort te hebben doorgebracht. Dat was pakweg midden jaren vijftig tot begin jaren zestig van de vorige eeuw. Hij had gehoopt in het museum foto’s te zien van het Zandvoort uit die jaren. Waarop een vrijwilligster hem terstond meenam naar de computer en op de museumwebsite liet zien wat er niet allemaal uit die tijd te vinden is. Fred was even helemaal terug in ‘zijn’ Zandvoort.

Kijk voor meer informatie over openingstijden en exposities van het Zandvoorts Museum op www.zandvoortsmuseum.nl.

Tekst: Jan Maarten Pekelharing

Publicatiedatum: 13/08/2019