Tot Zover is een uniek museum over de dood

Museum Tot Zover, dat inmiddels tien jaar bestaat, is één van de weinige musea in Europa die geheel aan de dood zijn gewijd. 

Lees volgende verhaal

Je hoeft niet lang te zoeken naar het museum. Je neemt de ingang van begraafplaats en crematorium De Nieuwe Ooster, en rechts zie je al meteen de voormalige ‘doodgraverswoning’ plus nieuwbouw  liggen, waarin het museum is ondergebracht.

Er hoort ook een café bij en daar vertelt directeur Guus Sluiter dat Tot Zover weliswaar tien jaar bestaat, maar dat het idee voor het museum al wat ouder is. “In de jaren zestig begon Henk Kok, die in het Oosten van het land handelde in uitvaarttextiel, zich te verdiepen in uitvaartrituelen. Hij schreef er boeken over. Weliswaar was hij geen wetenschapper, maar hij heeft wel veel interessante verhalen en lokale gebruiken opgetekend.”

Directeur Guus Sluiter bij een installatie van kunstenares Norita Pinas
Foto: Arnoud van Soest

In 1990 werd er een stichting opgericht, die een plek voor een museum zocht en uiteindelijk bij De Nieuwe Ooster in Amsterdam Oost uitkwam. De Nieuwe Ooster wilde graag een café en dat kon goed met een museum worden gecombineerd. In 2007 opende Tot Zover de deuren.

Raadselachtig

“Officieel heten we Stichting Nederlands Uitvaartmuseum, maar dat is niet zo’n swingende naam,” erkent Sluiter, dus bedacht reclamebureau KesselsKramer, dat zo aardig was voor het kleine museum een huisstijl te ontwerpen, een naam: Tot Zover. “Die naam heeft iets raadselachtigs, dat vonden we wel mooi. Ons museum gaat ook niet alleen over de uitvaart, maar hoe je met de dood omgaat.”

De dood lijkt een thema waar we niet graag aan denken, maar volgens Sluiter zijn veel mensen er toch wel door gefascineerd. “Romanschrijvers, filmmakers, kunstenaars en muzikanten zijn héél erg met de dood bezig. We praten graag over de dood, als het maar niet onze eigen dood is.”

Medaillon
Foto: Peter Lange

Als voorbeeld van wat het museum zoal laat zien noemt hij de post-mortemfoto’s van net overleden mensen. “Daar zijn ze in 1840 al mee begonnen. Soms zie je mensen in de kist liggen, soms op een bed, al dan niet omringd door familie. In bepaalde culturen, zoals in Azië, is het heel normaal om zo’n foto te maken. Wordt overigens nog steeds gedaan.  Zo laten we werk zien van Nederlandse uitvaartfotografen en hebben we een aantal families geïnterviewd. We spraken bijvoorbeeld mensen van wie een babietje was overleden. Mensen leggen vaak belangrijke momenten vast, soms al vanaf de bevalling en dan is het ook niet zo gek om een foto van dat laatste moment te maken. Bovendien kun je zo’n foto sturen naar een tante die niet bij de uitvaart aanwezig kon zijn.”

Daguerreotypie
Foto: Museum Tot Zover

Dim sum van papier

Het museum toont ook hoe verschillende culturen die in Nederland wonen de uitvaart beleven. Zo is er aandacht voor uitvaartrituelen van joden, moslims, Surinaamse hindoe’s en Surinaamse creolen. Sluiter: “Chinezen geven de ziel bijvoorbeeld allerlei voorwerpen mee op de lange reis naar een mooie eindbestemming. Dat kan geld zijn, dat je kunt gebruiken als je onderweg ergens wordt tegengehouden. Maar het kan ook eten zijn, zoals dim sum. Soms wordt er een echte deken in de kist gedaan, voor als je op een plek komt waar het koud is. Maar je kunt ook een lampje meegeven. Het zijn symbolische voorwerpen, meestal van papier, die uiteindelijk in een tonnetje worden verbrand.”

Surinaamse creolen doen het weer anders. Het afleggen wordt bijvoorbeeld niet door familie gedaan, maar door een aflegvereniging die rituelen uitvoert met bepaalde kruiden om de kwade geesten te bezweren. De ‘dinari’ , zoals de afleggers worden genoemd, wiegen en dansen om de geesten van hun schouders te verdrijven. En ook de dragers van de kist maken allerlei bewegingen om de geesten te slim af te zijn. Vaak wordt er ook bij gezongen, onder begeleiding van koperblazers. “Muziek zorgt voor saamhorigheid; je kunt er kracht uit putten.”

Een zaal van het museum is aan rituelen gewijd
Foto: Museum Tot Zover

Herinneringshaar

Met een overzichtstentoonstelling viert Tot Zover het tienjarig bestaan. Sluiter vertelt wat er in ieder geval een plekje moest krijgen. “We hebben inmiddels aardig wat herinneringswerkjes met haar verzameld. Dat begon al in de 19e eeuw, toen er een herinneringscultus ontstond. Haar vergaat niet, dus dat kun je in een sieraad verwerken, zodat je dierbare altijd bij je is.”

Hij laat er een paar van zien. “Het zijn soms hele kleine voorwerpen. Hier zie je bijvoorbeeld een pinnetje, waar een post-mortemfoto in is verwerkt. Dat kun je op je revers dragen, maar er worden ook medaillons, oorhangers of horlogekettingen van gemaakt. We tonen ook een ketting en een waanzinnig boeket van mensenhaar. Dat boeket dateert bijvoorbeeld van 1871.”

Herinneringswerk met haar
Foto: Peter Lange

Urnen

De directeur is eveneens heel blij met de urnen van Maria van Kesteren. “Haar werk is te vinden in het Victoria en Albert Museum in London, maar ook in Nederlandse musea, zoals het Stedelijk. Eén van haar urnen hebben we vastgezet in de vloer, met daarop een stevige glazen plaat, zodat je er overheen kunt lopen. In die urn zitten briefjes waarop een aantal mensen die bij de bouw van het museum waren betrokken hebben geschreven hoe volgens hen de uitvaart er over honderd jaar uit ziet. Die urn hebben we van Tjalling Wolthuis gekregen, een fabrikant van gedenksieraden waar Maria van Kesteren veel mee werkt. Dezelfde fabrikant heeft ons zes urnen geschonken, die lange tijd in het depot hebben gestaan, maar die we gelukkig weer kunnen laten zien, omdat ze héél erg mooi zijn.”

Ook toont het museum werk van fotografe Satijn Panygay, die een melancholisch inkijkje geeft in de huizen van mensen die het tijdelijke voor het eeuwige hebben verruild. Daartoe mocht ze mee met een boedelruimingsbedrijf. “Als je bijvoorbeeld een klok van de muur haalt, zie je de afdruk nog. Dat soort foto’s maakt ze, maar dan wel zonder ramen of deuren, zodat er geen ontsnappen aan is. Je aandacht wordt als vanzelf gevestigd op de sporen van een voorbij leven.”

Fotografe Satijn Panygay geeft een melancholisch inkijkje geeft in de huizen van mensen die het tijdelijke voor het eeuwige hebben verruild.

Een nieuwe inrichting

Tot slot vertelt Guus Sluiter over zijn plannen om het museum te verbeteren. Het liefst zou hij de tuin bij het museum trekken, maar dat is iets voor de lange termijn. “We beginnen met het efficiënter inrichten van de huidige ruimte. In het trapgat willen we bijvoorbeeld een nieuwe vitrine maken waarin we al onze herinneringswerkjes van haar een mooie plek kunnen geven. Die willen we niet alleen mooier presenteren, maar we willen ook verlichting aanbrengen die uitgaat als er geen bezoekers zijn, want het gaat immers om kwetsbare voorwerpen.”

Reygers, ‘Zij rusten in vrede’
Foto: Museum Tot Zover

Auteur: Arnoud van Soest

Info: www.totzover.nl

Written by:

Other posts by

Oneindig Noord-Holland maakt verborgen verhalen zichtbaar samen met:

Bekijk het gehele partneroverzicht