Het redden van het voormalige forteiland Pampus, dat 3,5 kilometer noordelijk van Muiden ligt, is niet vanzelf gegaan, zo blijkt uit het pas verschenen boek ‘Pampus Pioniers’ met als ondertitel ‘Zij die het forteiland van de ondergang hebben gered’.
Fokke van der Meer (1936) is geboren en getogen in Amsterdam en woont sinds 1963 in Noorwegen. Toen hij in 1998 met vervroegd pensioen ging wist hij precies wat hij zou gaan doen: onderzoek naar de geschiedenis van zowel Noorwegen als Amsterdam. Van prijsboeken had hij nog nooit gehoord totdat er in 2006 één opdook in Trondheim. Deze bijzondere boeken waren de beloning voor de beste leerlingen aan de Latijnse scholen in Nederland. Meneer van der Meer vertelt ons er meer over in dit verhaal.
Bioscoop The Movies op de Haarlemmerdijk te Amsterdam brengt al meer dan 110 jaar de wereld op het grote doek. In 2020 werden de deuren gesloten voor een ingrijpende renovatie. De oudste bioscoop van Amsterdam met het karakteristieke Art Deco interieur ging op 13 maart 2023 weer open. Erfgoed specialist en fotograaf Anna Groentjes bracht een bezoek aan de ‘nieuwe’ bioscoop en sprak met medewerker Julien Staartjes.
Tijdens een onderzoek naar textiele archeologische vondsten, die in de jaren 1980 zijn opgegraven bij het Waterlooplein (Vlooienburg) in Amsterdam, bleek dat er veel materiaal nog niet geïnventariseerd was. Archeologe Marijn Stolk en kostuumhistorica Martine Teunissen zagen de ontelbare verborgen schatten in het depot. Bijzondere vondsten die (nog) niet online te vinden zijn via de websites van de erfgoedinstellingen. Daarom besloten zij om een project op te zetten: Textiel uit Hollandse bodem, om archeologisch textiel uit de zeventiende en achttiende eeuw te ontsluiten en te onderzoeken. Martine Teunissen vertelt ons meer over het onderzoek, de bijzondere archeologische vondsten en de voortgang van het project.
Nooddorpen, woonscholen, tuindorpen en luxe woonwijken, het hoort allemaal bij de geschiedenis van Amsterdam-Noord, waar inmiddels 100.000 mensen wonen. Pieter Roemer (68) woont er en mag over zijn stadsdeel graag boekjes maken, die hij in eigen beheer uitgeeft.
Gerrit Jacob Boekenoogen (1868-1930) besloot in 1893 en 1894 een oproep te plaatsen in verschillende kranten. Als verzamelaar van oude volksverhalen vroeg hij of mensen hun lokale sprookjes en sagen naar hem wilde opsturen. Hij zal verrast hebben opgekeken van de honderden reacties. Vooral van arts Cornelis Bakker (1863-1933) uit Broek in Waterland ontving hij veel Noord-Hollandse volksverhalen, die op zijn beurt de verhalen verzamelde onder zijn patiënten. Een paar spannende volksverhalen spelen zich af in de ijskoude winter, waar twee schaatsers de duivel ontmoeten op het ijs. Lees en huiver…
Het boek over het verzetswerk dat Jan Brasser in de Zaanstreek pleegde, kon verschijnen dankzij een financiële bijdrage van Tata Steel, de huidige eigenaar van Hoogovens, waar Brasser voor en tijdens de oorlog als smelter werkte. Auteur Filip Bloem vertelt over zijn speurtocht.
Rode potloodjes in de aanslag: het is weer tijd om te stemmen. Op 15 maart 2023 staan we in de rij voor het stemhokje, om samen te bepalen wie ons in de Provinciale Staten en Waterschappen gaan vertegenwoordigen. Hoe ging dat in de tweede helft van de 19e eeuw?
Jan Brasser (1908-1991), die in de Tweede Wereldoorlog onder de schuilnaam Witte Ko opereerde, was een van de bekendste verzetsmensen uit de Zaanstreek. Filip Bloem, die bij het Verzetsmuseum werkt, schreef er een boek over.
De donkere nacht is bijna verdreven. Loop op een vrijdagavond door het centrum en zie hoe de Nieuwendijk wordt verlicht door etalages, hoe cafés het Leidseplein beschijnen. Publieke straatverlichting is amper nodig. Andere lichtbronnen bepalen de sfeer. Zo kennen we de stad. Voor de negentiende-eeuwse Amsterdammers was het een ommekeer, dankzij de ‘gaz-illuminatie’.
Op de foto zie je het bestuur van het Hoogheemraadschap van Zeeburg en Diemerdijk in 1921. En inderdaad, je ziet alleen mannen! Allemaal in pak, met stropdas of vlinderdas. Ongeveer de helft met hoed. In 1910, elf jaar voor het nemen van deze foto, speelde er een kwestie over het toelaten van vrouwen als bestuurslid van dit hoogheemraadschap. Daarover moesten de provincie Utrecht en Noord-Holland het eens worden…
Tot aan de Tweede Wereldoorlog, toen driekwart van de Joodse bevolking door de nazi’s werd uitgemoord, kende Amsterdam een levendige straathandel in zuur, zoals augurken en uitjes. Die merendeels Joodse straathandel, met zijn ‘augurkiesmannen’, is niet meer. Van de destijds tientallen Amsterdamse zuurinleggerijen is er nog maar één over.
Reizen was vroeger niet altijd even comfortabel. De wegen waren slecht en onverhard. Koetsen met vering waren nog niet uitgevonden. Maar in het waterrijke westen van Nederland werd daar iets op bedacht: de trekschuit. De trekschuit was het meest typerende vervoermiddel in het westelijk deel van Nederland. Comfortabel bovendien én punctueel. Buitenlandse bezoekers raakten er niet over uitgepraat.
Versierde huizen, lichtgevende bomen en mooi gedekte tafels: het contrast met normale dagen kan in december niet groter zijn voor mensen zonder dikgevulde portemonnee of erger; zonder dak boven hun hoofd. Dit keer geen Scrooge in de hoofdrol van dit wijze kerstverhaal; maar Lazarus.
Kerstbroden, waaronder de in de tweede helft van de negentiende eeuw uit Duitsland overgewaaide Weihnachtsstol, zijn een traktatie in de decembermaand. Het bij voorkeur met wit suikerpoeder bestrooide baksel is niet alleen favoriet in huiselijke kring, maar ook vaste prik bij allerlei soorten kerstvieringen.
Weinig zaken zijn zo mysterieus als Sinterklaas. Hoe oud is de beste man nou eigenlijk? En hoe is het mogelijk dat Sinterklaas alles over iedereen weet? Sommige keiharde feiten kent iedereen: Sinterklaas komt uit Spanje en vaart op een stoomboot.
Het Amsterdamse Theater Frascati in de Nes mag dan zo nu en dan avontuurlijk theater programmeren, zo wild als in de negentiende eeuw, met eau de cologne-fonteinen, watervallen en palmbomen, maar ook met Arabische acrobaten die tijdens hun act geweren afschieten, wordt het nooit meer.
Zonder armen of benen zweven ze langs de pakhuizen en boven het water van de Oudeschans. De spoken – want dat zijn het! – verschijnen voor het eerst op 8 oktober 1833. Een dikke week houden ze Amsterdam in de ban. Elke avond stromen de kijkers massaal toe.
In elke supermarkt en slijterij kun je kiezen uit verschillende soorten wijn, afkomstig uit landen van over de hele wereld. Dit uitgebreide assortiment hebben we te danken aan onze eeuwenlange omgang met wijn. Onze liefde voor de alcoholische druivendrank is diepgeworteld en terug te leiden naar de Romeinse tijd. Om aan de grote vraag te voldoen ontstond er in de zeventiende eeuw een bloeiende handel in wijn. De maand oktober stond beter bekend als de ‘wijnmaand’. Een perfect moment dus om in dit smakelijke verleden te duiken.
In de zeventiende eeuw werden misdadigers in Holland allesbehalve zachtzinnig aangepakt. De meeste straffen werden in het openbaar uitgevoerd als waarschuwing voor de burger. De schepenen (rechters) konden hierbij kiezen uit verschillende martel- en executiemethoden, waaronder onthoofden, ophangen, wurgen, radbraken, geselen, brandmerken en tepronkstelling.